Braids, 5 november, Botanique

Een sterk debuut afleveren en dan doodgeknuffeld worden door de Engelse pers; het brengt gevaren met zich mee die ondertussen wel gekend zijn. Live teleurstellen is er daar één van. De jonge Canadezen van Braids slaagden er echter voortreffelijk in om de wondere wereld die op Native Speaker te horen is in een goedgevulde Rotonde weer tot leven te wekken.

{image}Het viertal begon er eigenzinnig aan met een onuitgegeven nummer — de hele set lang hadden we het raden naar de titels — dat klonk als iets van Stereolab mocht dat een jazzensemble zijn geweest. Daarna was het heerlijk wegdromen bij een kristalhelder gebracht “Glass Deers”; Raphaëlle Standon- Prestons stem klonk fantastisch en de finale was een pak feller dan op plaat. Grappig en aandoenlijk was het hoe Preston — ’t leek wel Björk die beslist heeft om politicologie te gaan studeren — met discrete gebaren de anderen dirigeerde. Enig minpuntje misschien: de op plaat zo mooi klinkende harpen werden uit een doosje getoverd.

De pauzes tussen de nummers werden overbrugd door geïmproviseerde soundscapes en de vaart zat er goed in. Alweer een nieuwe song — Krautrock meets Kraftwerk — werd gevolgd door een sterke versie van “Lemonade”. Met een zin als “And what I found was that we were all sleeping around, all we really want to do is love” vatte preston de moderne grootstedelijke romantiek mooi samen en dat werkte, zaterdagavond in Brussel. De samenzang tussen toetseniste Katie Lee en de frontvrouw kwam tijdens deze song nog beter uit de verf dan op plaat en deed — wat die vocale acrobatieën betreft — denken aan Dirty Projectors.

Ook tijdens een noisy versie van “Plath Earth” trok Preston de aandacht naar zich toe; temidden van de wervelstorm aan klanken verkende ze als een jonge Kate Bush de hele toonladder en gaf het nummer daarmee net dat tikje extra. Hoogtepunt van de avond. Wat volgde klonk wel veelbelovend — het is uitkijken naar een volgende album — maar haalde toch niet het niveau van bovengenoemd nummer. Het mooie “Native Speaker” mocht uiteindelijk afsluiten, en na net een uur zat het er al op. Bissen konden er niet af, want het was — “I’m not much of a party person” bekende ze nog — bedtijd voor Preston.

Deze korte passage was ruim voldoende om te kunnen vaststellen dat Braids genoeg podiumvastheid heeft om ook in grotere zalen te overtuigen. Toch enkele bedenkingen: er werd zo weinig gecommuniceerd en zoveel naar de effectpedalen gestaard dat we ons terug in de gloriedagen van de shoegaze waanden. Het was ook leuker geweest als er op echte harpen en piano’s gemusiceerd werd. Wat er ook van zij: Braids wacht een mooie toekomst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =