Les Géants

Dat Waalse filmmakers tot een staaltje van onmiskenbare filmkunst in staat zijn, is reeds bewezen door regisseurs als Fabrice Du Welz en de gebroeders Dardenne. Met Les Géants, een melancholisch portret van drie jongens die een zomer zonder weerga beleven, kan allrounder Bouli Lanners toegevoegd worden aan dit erelijstje.

Centraal staat het coming of age–relaas van de twee broers Zak en Seth en hun kameraad Dany die in afwezigheid van ouderlijk toezicht een zomer naar believen kunnen doorbrengen te midden van bossen, meren en velden. De idylle wordt echter verstoord wanneer de broers zonder geld komen te zitten. Plots moeten de drie kameraden zien te overleven in een wereld die gedomineerd wordt door kwaadaardige volwassenen. Wanneer ze geen andere mogelijkheid zien dan het huis van hun grootvader te verhuren aan de schimmige drugsdealer Bœuf en diens van een vervaarlijk kanis voorziene rechterhand Angel, maken ze kennis met een louche onderwereld.

De inventiviteit waarmee de jongens hun geldproblemen oplossen, grenst regelmatig aan het komische — zoals de occasionele plunderingen uit de kelder van de sikkeneurige buurman — maar levert tevens een aantal bloedstollende momenten op. De nevenpersonages zorgen met hun karikaturale boeventronies voor kippenvel en vormen een uitgesproken contrast met de jeugdige onschuld van de drie kameraden. Bovendien wordt de kwetsbaarheid van Zak, Seth en Dany benadrukt door de uitgestrektheid van het onherbergzame landschap waarin ze hun toevlucht moeten zoeken. Als zowel hilarisch als tragisch orgelpunt is er het moment waarop de houten hut waarin de jongens zich terugtrekken bij gebrek aan slaapplaats letterlijk in het water valt. Gelukkig zijn de jongeren — in tegenstelling tot de meeste volwassenen — gewapend met een relativeringsdrang die hen er zelfs in de meest benarde situaties bovenop helpt.

Dat het verhaal op zich een aantal lacunes vertoont — men blijft zich bijvoorbeeld afvragen waarom de kinderen aan hun lot worden overgelaten — vormt nauwelijks een punt van kritiek. Les Géants dankt zijn grootsheid aan de oogverblinde sfeerschepping die aan de hand van zich langzaam ontspinnende tracking shots geëvoceerd wordt. Na de fascinerende roadmovie Eldorado voert Lanners de kijker met zijn magnifieke cameravoering wederom mee doorheen een landschap dat in zijn onbestemde grandeur niet hoeft onder te doen voor Canada met zijn talrijke mysterieuze meren. Bovendien slaagt de regisseur erin om zonder een solide script enkele diepgravende en herkenbare thema’s, zoals de warmte van een jeugdige vriendschap en de verveling waarmee opgroeien gepaard gaat, aan bod te laten komen.

Dé revelatie van Les Géants zijn, naast de prachtige natuur en sublieme cadrage, de drie jonge acteurs die erin slagen zowel angst en verveling als levenslust te vertalen naar een uitgebreid en treffend gamma aan gezichtsuitdrukkingen. Vooral jongste telg Zacharie Chasseriaud voorziet zijn personage Zak van een vertederende en spontane charme en zorgt meermaals voor een komische noot. Ten slotte mag ook Bram Vanparys’ — beter gekend als The Bony King of Nowhere — meesterlijke score, die herinneringen oproept aan Eddie Vedders muzikale begeleiding van Into the Wild, niet onvermeld blijven. Zijn ijle muziek dirigeert op gepaste wijze de melancholische sfeer die de avonturen van de jongens omringt.
Les Géants is kortom een ontroerend, integer en subtiel adolescentierelaas dat dagen later nog nazindert. Vooral het laatste shot is een van de mooiste die we de laatste jaren gezien hebben en creëert hoge verwachtingen voor de volgende langspeler van Bouli Lanners.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 19 =