Ig Henneman Sextet :: Cut A Caper

Het Belgische luik van Hennemans tournee ter gelegenheid van haar vijfenzestigse verjaardag werd helaas afgelast door de barre weersomstandigheden van december 2010. Gelukkig konden de opnames, zowel mèt als zonder publiek in het Amsterdamse Bimhuis, wel plaatsvinden, en werd Cut A Caper er eentje om in te lijsten.

Componiste Ig Henneman, een rijzige figuur in wiens handen zo’n altviool eerder lijkt op een gewone viool, had voor die verjaardag én haar vijfentwintig jaar als bandleider (mooi samengevat in de prachtige 5-cd-box Ig Henneman Collected), een sextet rond zich verzameld waarbij de liefhebber van het betere improvisatiewerk meteen de oren gaat spitsen. Enerzijds zijn er haar muzikale en levenspartner Ab Baars (tenorsax, klarinet, shakuhachi) en vaste waarde Wilbert De Joode (bas). Anderzijds krijg je (bas)klarinettiste Lori Freedman en pianist Marilyn Lerner, met wie Henneman het Queen Mab-trio vormt. Als slotstuk werd trompettist Axel Dörner erbij betrokken, een van de meest vooraanstaande en complete trompettisten van de Europese avant-garde.

Op papier had dit kunnen leiden tot cerebrale, op zichzelf geënte muziek, en zo klinkt het ongetwijfeld ook als je niet bereid bent om dit een kans te geven of zweert bij een structurele houvast. Maar dan ga je gewoonweg voorbij aan de rijkheid van de composities, het bij momenten adembenemend ongedwongen samenspel en de muzikale gulzigheid die van deze opnames spat. En intellectueel? Bwa ja, als je dingen onder die noemer wil plaatsen zodra ze niet beantwoorden aan gangbare formules, dan wel ja. Gelukkig vind je ook puurheid — van ideeën, intenties en uitvoering — een verrassende verwantschap met de wortels van de jazz en improvisatie en de wil om samen aan hetzelfde zeil te trekken. En lichtheid, want Henneman bewijst dat je geen indigestie moet overhouden aan ambitieuze muziek.

Opener “Moot” mag meteen gezien worden als een intentieverklaring, door z’n combinatie van eenvoud (de figuren van Henneman), z’n knipogen naar de traditie (het lijkt wel alsof de geest van Mingus rondwaart in een van de bonkende passages) en het spervuur van prikkelende impulsen: van het ongepolijste, bijna krassende geluid van Henneman en Freedmans knorrige basklarinet tot het opduiken van “Sinterklaas Kapoentje” in de finale. Het is een eclectische melange, ontglippend en speels, met bruisende intensiteit en uitgekiend ensemblespel. Dat krijg je niet voor mekaar met eender wie. Zoiets vergt een sterke compositie, een leidende hand en een band die het vertrouwen krijgt én de kansen aangrijpt om de collectieve uitdaging uit te buiten.

Er zit ook erg veel variatie in deze tien korte tot middellange stukken, gaande van een taaie kluif als “Light Verse”, met z’n kwelende klarinetten, kleine geluidjes en de meesterlijke tour de force van Dörner, die werkelijk het hele arsenaal erdoor lijkt te jagen met een fenomenale instrumentbeheersing en een vermogen om een eindeloze rijkheid en diversiteit in de compositie te stoppen; tot het processietempo van “Brain And Body”, dat tegen een achtergrond van opzwepende ritmes en door Baars’ brallerige, uit de leemgrond getrokken tenor een eerbetoon lijkt aan de kracht van de vroegste jazz. En dan zijn er nog fluistercompositie “Rivulet”, met een exotische toets door de shakuhachi, en het steeds verder variërende vraag-en-antwoordspel van “Narration”.

Er wordt gespeeld met ruimte, spanning en lucht (“Cut A Caper”), met harmonieuze ontdekkingen en met dissonantie, met verwarrend gepruttel en met volksmuziek, met erupties van ongedurigheid en met contrasten tussen lieflijke meegaandheid en plagerige tegendraadsheid, en de krappe afsluiter “A Far Cry” (amper drie minuten) slaagt erin om zelfs binnen dat tijdsbestek te imponeren. Cut A Caper biedt een gulle greep uit de werelden van avant-garde, improvisatie en kamermuziek door in te zetten op troeven die veel bands in die werelden naar voor schuiven — empathie, dynamiek, vrijheid — maar weinigen met zo’n klasse kunnen en durven uitwerken. Het programma waarmee Henneman & co de baan op gingen heette “Kindred Spirits”. Achteraf bekeken is dat ook perfect van toepassing op dit prachtige ensemble. Een album moet het altijd afleggen tegen een concertervaring, maar dit is absoluut the next best thing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 1 =