Ab Baars, Ig Henneman & Oscar Jan Hoogland :: 23 april 2017, Parazzar

Met o.m. het Vinny Golia Trio, Digital Primitives en James Brandon Lewis lag de nadruk dit voorjaar vooral op Amerikaanse artiesten in de Parazzar. Deze avond bracht daar verandering in met een 100% Amsterdams trio, waarin veteranen Ab Baars en Ig Henneman de jongere Oscar Jan Hoogland op sleeptouw genomen hadden. Het werd een kleurrijke en soms hypnotiserende performance die nog maar eens het unieke karakter van de muzikanten onderstreepte.

Als duo spelen Ab Baars en Ig Henneman sowieso al muziek die tussen de genreplooien valt. Vaak gecomponeerd, met referenties in hedendaagse muziek, maar natuurlijk ook met het element van de improvisatie. Hun samenwerking met Dave Burrell die onlangs verscheen bestond helemaal uit geïmproviseerde interactie, en dat was ook het geval tijdens het concert met pianist Oscar Jan Hoogland, die behoort tot een lichting artiesten die het voorbereidende werk van de vorige twee generaties intussen met verve verder zet.

Hoogland is een begenadigd pianist, duidelijk beïnvloed door wijlen Misha Mengelberg, getuige zijn voorliefde voor dwarse technieken en onvoorspelbare uitvallen. Maar hij had deze keer ook z’n elektrisch clavichord en een reeks objecten meegebracht, die een grote bijdrage zouden leveren aan het eclectische karakter van dit concert. Daarbij viel ook op dat zowel Henneman als Baars zelden terugvielen op conventioneel spel. Bij Henneman viel op dat ze de altviool regelmatig erg ruw bespeelde, met repetitief krassende uithalen of met eenvoudige motieven, waardoor het regelmatig meer overhelde naar een soort verbasterde folk dan in klassiek gewortelde improvisatie.

Baars beschikt dan weer over dat machtige timbre en het vermogen om die tenorsax te laten uitgroeien tot een haast onherkenbare klankenmachine. Breuker en Ayler zijn referenties, maar Baars spreekt z’n eigen taal. Samen met het stuiterende strijkstokwerk van Henneman en Hooglands verkenningen in het lage pianoregister ging het redelijk ingetogen van start. Maar die gaafheid was van korte duur, want Hoogland hou je niet zomaar onder controle. Binnen de kortste keren ontlokte hij feedback aan het clavichord, werd er gespeeld met ruis en vette, funky uithalen, terwijl Baars de oren terroriseerde met onwaarschijnlijk luide, schrille uitschieters. Al die tijd counterde Henneman met repetitieve weemoed, wat voor een markante wrijving zorgde.

Hoogland bracht zo regelmatig een rock-‘n-roll-element in het concert door stevige volumes, het spelen met tapes (een beetje zoals Bert Dockx bij Dans Dans), maar het had vaak ook een bedwelmend, minimalistisch effect. Even wist je ook niet meer welk label te plakken op de muziek, want Henneman bewerkte de klankkast met de handen, Baars’ shakuhachi zorgde voor een meditatieve flair en Hoogland ging haast klinken als de experimentele gitarist Norberto Lobo. Daarna leek het dan weer bijna op freejazz, met brallende tenorsax en over elkaar buitelende handen op de piano.

De heftigheid waarmee Hoogland soms op het clavichord zat te fucken deed je afvragen of hij er soms nog een parallelle carrière als drummer op nahoudt, maar hij is vooral ook een inventieve klankenbrouwer, die maffe stunten uithaalde door het spel van Baars door twee sirenes te sturen. Uiteindelijk werd het concert afgerond met een duostuk van Henneman en Baars en een solostuk van hun jonge collega, waarbij dat eerste vertrok vanuit weerspannigheid, met bokkige tenorsaxkreten en zeurende altviool, maar uiteindelijk wel belandde bij een hecht en meer ingetogen klankenspel dat zachtjes uitdunde tot pure stilte.

Terwijl Baars en Henneman aandachtig luisterden, creëerde Hoogland een stuk dat je eraan herinnerde dat Amsterdam niet enkel de thuishaven is van de New Dutch Swing, maar ook van STEIM, de stichting voor elektroakoestisch klankenonderzoek. Op z’n eentje bouwde hij een soort machinale symfonie met objecten op snaren, walspatronen, cracklebox en politiesirene. Nogal een contrast met de toegift, waarin vooral werd ingezet op ingetogenheid door subtiele inside piano-effecten en een sereen samengaan van shakuhachi en altviool, waarbij niet het technische meesterschap, maar de verbeelding centraal stond. Het resultaat was een innemend, haast ritualistisch einde dat samengesteld werd met het delicate van een houtgravure. Een betoverend mooi slot voor een prachtconcert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 4 =