Braids :: Deep In The Iris

Wie dacht dat er in Canada alleen brave mensen rondlopen, moet maar eens naar de nieuwe plaat van Braids luisteren. Zelden klonk de harmonieuze elektronica van dit indietrio zo geladen.

Voor hun derde LP wilden de muzikanten de gecontroleerde studio-omgeving achter zich laten en de vrije, wijde wereld intrekken. Ze betrokken met hun drieën achtereenvolgens een hutje in de woestijn van Arizona, een huis in landelijk New York en een chalet in Vermont, hingen er samen rond, musiceerden wat en hoopten dat er uit al die omzwervingen een album zou voortkomen. Als het maar ongedwongen was.

Klonken de atmosferische synthesizer en subtiele piano of gitaar op Braids’ vorige twee albums nog warm en lieflijk, terwijl de cyclische ritmes voor méér sfeer zorgden – als was het milde post-rock – en af en toe ontaardden in dansbare zenuwtrekken die van SBTRKT afkomstig hadden kunnen zijn, dan is Deep In The Iris scherper, minder dof. Alsof de verschillende componenten van hun geluid duidelijker van elkaar te onderscheiden zijn, zonder dat de onderlinge wisselwerking echter verloren gaat. De onklopbare synthesizer van “Blondie” wil bovenal opgemerkt worden, maar komt nergens in aanvaring met de glorieuze zangmelodie die Raphaelle Standell-Preston op de luisteraar afvuurt, en ondertussen krijgen de drums zelfs ruimte om naar wat trage Burial op zoek te gaan. Meer van dat in het energieke maar contradictorisch genoeg donkere “Happy When”: een oh zo subtiel ontstemde piano hopt bedachtzaam van de ene voet op de andere terwijl Standell-Preston voor haar plaatsje in de wereld vecht. Zo communiceren de muzikanten met elkaar, niet via een simplistisch vraag-en-antwoordspel, maar door een complex vervlechten van de verschillende geluidssporen tot een sterk, organisch geheel. Vervlechten, ja. De Nederlandse vertaling van het woord “braids” al eens opgezocht?

Het is vooral Standell-Preston die het verschil maakt: haar stem wordt niet alleen naar de voorgrond gemixt om het geheel meer popgevoelig te maken, maar haar gedurfde melodieën eisen ook op zich al meer aandacht op. Bijvoorbeeld in het geweldige “Miniskirt”, waarin ze een lans breekt voor slachtoffers van verkrachting die “het zelf gezocht hebben”. Op dezelfde manier tilt ze het dansbare “Sore Eyes” – Avicii wou dat hij dergelijke nummers kon schrijven – naar nieuwe hoogtes: “Pick up, you can start over/No need to wait till the next morning comes/Felt like I messed up already/Watch some porn and surfed till my eyes got sore again”. Het refrein lijkt op te bouwen naar een climax die Tomorrowland waardig zou zijn, maar in plaats daarvan dropt Standell-Preston plots een bommetje dat thematisch van aard is – het blijkt een nummer over internetseks te zijn. In een alternatief universum hadden deze pareltjes de hitparade kunnen sieren, want meer memorabel worden melodieën niet.

Het zal niet de eerste keer zijn dat een groep met zijn nieuwste plaat zogezegd “een stap vooruit zet”, echt “iets te vertellen heeft” of een “nieuwe, frisse wind” door de boxen laat waaien. Maar deze keer is het ook echt waar. Niet te missen, deze Deep In The Iris.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 − drie =