Mastodon :: The Hunter

Zo, hier is ze dan: de vijfde plaat van Mastodon, tegelijk de
eerste na hun zogeheten vierelementencyclus. Deze reeks werd in
2009 afgesloten met het ronduit fantastische ‘Crack The Skye‘, een
meanderend, episch, melodieus en progressief album dat nauwelijks
verder verwijderd kon zijn van de briesende begindagen van debuut
‘Remission’. Sinds opvolger ‘Leviathan‘ duidelijk
maakte dat Mastodon meer dan één kunstje onder de knie heeft, roept
ieder nieuw album meer vragen op dan dat het antwoorden geeft. Ook
‘The Hunter’ volgt dat patroon.

Het zal de luisteraar al snel duidelijk worden dat deze plaat
werd gemaakt als een soort tegenreactie, en misschien zelfs gezien
kan worden als een overgangsalbum. De fan en de criticus voelen dan
waarschijnlijk de “waaroms?” en de “wat nu’s?” sneller opborrelen
dan dat Brann Dailor kan roffelen. De antwoorden kan ik niet geven,
want daarvoor zullen we allemaal moeten wachten tot album nummer
zes. Wat hebben we dan wel geleerd? Dat Mastodon spannende
metalsongs kan maken met hooks en refreinen die dagen
blijven hangen, en dat het een groep is die haar publiek steeds een
stap voor blijft.

Wat er al vóór de eerste beluistering uitspringt is het artwork.
Dat is niet van Paul Romano, de man die tekende voor de meeste
voorgaande releases. Het bizarre geassembleerde houten
beeldhouwwerk dat deze hoes siert, past echter even goed bij de
band als het schilderwerk van Romano. Ook opvallend: het album telt
meer nummers dan het vorige, maar duurt toch ongeveer even lang. Je
zou de nummers die Mastodon schreef voor ‘The Hunter’ dus meer
gecondenseerd kunnen noemen.

De voorbije maanden werden hiervan al verscheidene staaltjes
voor de wolven van het internet gegooid. Deze zomer maakten we
bijvoorbeeld kennis met opener ‘Black Tongue’, een nummer waar geen
enkele Mastodon-fan (en zeker niet die van het latere werk) over
zal struikelen. Aan ‘Curl of The Burl’, de single die daar
onmiddellijk op volgde, was het wel even wennen, want nog nooit
klonk de band zo catchy. Het gitaarwerk mikt zonder veel
poeha op de heupen, en het refreintje blijft al na één beluistering
een dag lang in je hoofd rondspoken. Ik weet niet of ze hiermee
mikken op radiobekendheid, het nummer is in ieder geval erg
geschikt voor rockradio.

Die nadruk op catchy refreinen en gemakkelijk te
behappen hooks is nieuw voor Mastodon, meer nog: het is
zelfs een rode draad doorheen het hele album. Verder is er
eigenlijk geen centraal thema. Toch moet je het hen nageven dat ze
zelfs in structureel simpele nummers toch nog gitaar- en drumwerk
steken dat verdomd intens en inventief is. Voorbeelden hiervan hoor
je in de sterke titeltrack, het ruige ‘Blasteroid’ of het in
melancholische psychedelica gedrenkte ‘Octopus Has No
Friends’.

Tot en met nummer 8, het thrashy maar volledig zuiver
gezongen ‘Dry Bone Valley’, heeft ‘The Hunter’ vooral een
onweerstaanbare drive die de luisteraar niet echt de tijd geeft om
te gaan sakkeren over het gebrek aan progrockexcursies of de
veelvuldige ooh ooh oooh’s in de achtergrondzang. De
nummers zijn afwisselend, gebald, balancerend tussen emotioneel en
beredeneerd en, ja dus, overwegend goed. Een echte uitschieter zit
er niet bij, maar het is een mooie reeks.

De laatste vijf tracks zijn echter van een andere orde.
‘Thickening’ en ‘Creature Lives’ klinken in mijn oren behoorlijk
teleurstellend en richtingloos. Het lijkt wel alsof ze de epische
aanpak van ‘Crack The Skye’ hebben willen condenseren, maar in dat
proces iets essentieels verloren zijn. Voor anderen kan het
misschien een verademing zijn om weer een glimp te krijgen van deze
Mastodon, maar ondergetekende kan pas weer genieten wanneer nummer
11, ‘Spectrelight’, keihard voorbijkomt. Dit is nog eens een
wijdbeens metalanthem, maar dan op zijn Mastodons, met de
southern geïnspireerde, onnavolgbare fractale riffs van
Brent Hinds en Bill Kelliher, de splijtende roffels en de perfect
getimede maar bizarre drumpatronen van Brann Dailor, en de
traditionele gastbijdrage van Neurosis‘ Scot
Kelly.

Na deze bestorming van je gehoor volgen nog twee nummers die je
achter de oren doen krabben. Hoewel ‘Bedazzled Fingernails’ met
zijn verrassende songstructuur atypisch is voor ‘The Hunter’, is
het wel een van de weinig tracks die beter worden naarmate je ze
vaker hoort. ‘The Sparrow’ is dan weer een bijna dromerig nummertje
dat het album mag afsluiten. Het is geen hoogvlieger maar het
stoort ook niet. Het is een erg spacey nummer en eigenlijk
past dat wel, na zo een afwisselend album.

Je moet het ze nageven: ‘The Hunter’ is waarschijnlijk een plaat
die niemand van Mastodon had verwacht. Er wordt teruggegrepen naar
ongeveer de hele carrière van de band, en het resultaat van die
oefening wordt verpakt in dertien met suikerglazuur overgoten verse
brokjes. De meest balorige fans zullen het misschien niet lusten,
maar die hebben ‘Remission’ nog. De rest vindt vast wel iets naar
zijn smaak. Voor zover dat in deze tijden nog gaat, zou ‘The
Hunter’ dan ook wel eens een commercieel succes kunnen worden voor
de band. Behalve ouder Mastodon-werk is er immers niet echt iets
dat er mee te vergelijken valt. Tegelijkertijd klinkt het allemaal
zo ‘oorvriendelijk’ dat het bijna verslavend wordt.

Veel lof dus voor dit album, maar toch blijven we een licht
knagend gevoel achter. Ik mis wat diepgang en, hoe je het ook
draait of keert, dit album bevat wel de zwakste Mastodonnummers tot
nu toe. Dat ze zichzelf niet zullen herhalen, daar vertrouwen we
wel op. We hopen dus dat het volgende album weer wat meer gefocust
zal zijn en ons nog een keer flink omver blaast. In tussentijd
gunnen we hen het amusement wel om een publiek eerst in slaap te
wiegen met ‘Creature Lives’ en vervolgens keihard wakker te meppen
met ‘Blasteroid’.

http://www.mastodonrocks.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + drie =