Girls :: Father, Son, Holy Ghost

True Panther Sounds, 2011

Als er één groep rondloopt die in Europa gruwelijk miskend is,
dan wel Girls. Veel verder dan “zonnige retropop” of “zomerse
indie” gingen de beschrijvingen van hun debuut ‘Album‘ niet. Niet dat
dat foùt is, maar ‘t is toch zo’n beetje als stellen dat The Beatles al eens
een leuk deuntje hebben geschreven, of dat er hier en daar toch een
goeie zin tussen de teksten van Bob Dylan zat. Girls
schippert voortdurend tussen licht en donker, romantisch en
ziekelijk, simpel en tegendraads. Het is complexe muziek die tot
diep in uw lijf wonden weet te slaan, maar die tegelijk ook uw
schoonmoeder aan het heupwiegen krijgt. Girls is niet zomaar een
zachte bries van een popgroepje, het is ook een meeslepende orkaan
van een rockband; en hun tweede full length, ‘Father, Son,
Holy Ghost’, tilt hen weer naar een ander niveau.

Hun derde – want stiekem tellen wij de meer dan geniale ‘Broken
Dreams Club’-ep gewoon mee – is ook hun meest experimentele, die
zowel muzikaal als tekstueel meer dan de vorige albums de extremen
gaat opzoeken. Dat kan voor de toevallige luisteraar al eens een
desoriënterend effect hebben, zoals wanneer de piekfijne jam ‘Die’
– een kruising tussen de withete funk van de Peppers ten tijde van
‘Blood Sugar Sex Magik’, de seventiesrock van Fleetwood Mac en de
waanzin van The
Mars Volta
– wordt gevolgd door de aan Elvis Costello
herinnerende, bitterzoete treurwilgenpop van ‘Saying I Love You’,
met een Owens typerende tekst die even simpel als hartverscheurend
is: “How can I say I love you / Now that you’ve said I love you /
Now that you’ve said / Everything I said to you / To somebody
new.”

Dat Christopher Owens niet meteen de meest stabiele persoon op
aarde is (voor hij op tour vertrekt, kickt hij tijdelijk even af,
om daarna weer volop in de heroïne te vliegen), merk je
bijvoorbeeld wanneer hij in één en hetzelfde nummer radicaal van
toon wisselt zonder het schijnbaar zelf te beseffen. In ‘Honey
Bunny’, bijvoorbeeld – een geniale surfrocksingle die u binnen tien
jaar nog niet beu gehoord zal zijn – zingt hij over meisjes en hoe
ze hem niet zien staan, om vervolgens in een terzijde over zijn
moeder te beginnen: “I need a woman who loves me, me, me, me, me!”
Creepy en treurig tegelijk – ondersteund, dan nog, door
een hemels mooi koortje. Zo krijgen alle nummers van Girls een
complexe geladenheid die de ogenschijnlijk simpele teksten niet
meteen zouden verraden.

Owens is er zich als geen ander van bewust dat muziek een apart
medium is. Veel mensen hebben zijn teksten al omschreven als
kinderachtig en daar is iets van aan (al zouden wij eerder het
adjectief “kinderlijk” gebruiken), maar door de performance van die
teksten in de context van de muzikale omkadering, worden de
specifieke woorden omgetoverd tot iets anders. In ‘Forgiveness’,
bijvoorbeeld, zorgen Owens’ stem, de donkere woorden (“Nothing’s
gonna get any better”) en de minutieuze begeleiding voor een
emotionele catharsis om van in een depressie te sukkelen. Muziek is
een auditief medium, en tekst, zang en begeleiding klikten zelden
mooier in elkaar. Owens is dan ook een briljant performer, waarbij
je nooit helemaal weet waar de grens tussen persoonlijk, verzonnen
en alles daartussen ophoudt. Alleen Bob Dylan deed hem dat al op
deze manier voor.

Je hoort geregeld nog ‘s mans persoonlijke geschiedenis
doorsijpelen in de muziek. De communegezangen waaraan hij tijdens
zijn periode bij de Children of God deelnam, voel je terugkeren in
de aanwezigheid van een koor (dat haast commentaar lijkt te geven
op de actie, zoals bij een Griekse tragedie). Het statige ‘Vomit’,
bijvoorbeeld, mengt heel wat gospel in zijn grandioze Pink
Floyd-finale. Daar tegenover staat dan weer het intieme, op Randy
Newman geïnspireerde, ‘Jamie Marie’, dat evenwel uitmondt in een
prachtige orgelfinale à la Al Kooper. Net als op Wilco’s ‘Sky Blue Sky‘ zorgt
de occasionele (gitaar)solo voor enkele krachtige emotionele
momenten en net als bij troubadours als Cass McCombs zorgt de
bijwijlen pijnlijke eerlijkheid van de artiest voor momenten die
even ongemakkelijk als prachtig zijn. Alsof je niet weet of je moet
huilen, wegkijken, walgen of applaudisseren.

Ook nu weer wordt de halve muziekgeschiedenis geplunderd – The
Beatles, Deep Purple, The Byrds, Big Star, Otis Redding, The
Rolling Stones, Simon & Garfunkel en alle voornoemde namen
komen allemaal wel ergens piepen – al transponeert Owens die
invloeden stuk voor stuk naar zijn eigen universum. Repetitiviteit,
abrupte omschakelingen, emotionele uitbarstingen en een enorm diep
gevoel van pijn, schuld en verlangen markeren de sound van Girls.
De bijbelse titel van ‘Father, Son, Holy Ghost’ is dus niet meer
dan toepasselijk. Of het nu gaat om meisjes of om familie, Owens
heeft één mantra dat in al zijn muziek terugkeert: “Come into my
heart, my love.” Als één van de meest getalenteerde genieën uit de
rockgeschiedenis heeft Owens zijn plekje in ons hart alvast meer
dan verdiend.

http://www.myspace.com/girls

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =