Efrim Manuel Menuck :: Plays High Gospel

Omdat er nog wat tijd overbleef tussen het einde van de laatste A Silver Mt. Ziontour, en de reünie van Godspeed You! Black Emperor, nam frontman Efrim Manuel Menuck "in stukjes en brokjes" voor het eerst een soloplaat op. Zeggen dat het een taaie brok is, zou een understatement zijn.

Het klinkt als een skelet, wat Menuck op High Gospel brengt. Dat ruwe framework dat de groepsleden van A Silver Mt. Zion of Godspeed You! Black Emperor gewoonlijk verder uitbouwen. Hier krijgen we dat in al zijn naaktheid, aangekleed met gemanipuleerde tapegeluiden. Het staat ver van wat traditioneel onder het woord ’song’ wordt begrepen, maar laat zich ook nog niet vertalen naar de symfonieën die ze in handen van een groep worden.

Dit is de kubistische versie daarvan. Het legt de nadruk elders, toont andere interpretaties van het basismateriaal, focust meer op vorm dan inhoud. Al is dat laatste relatief. Onderhuids sluimeren persoonlijke besognes als het vaderschap of Menucks eigen moederloze jeugd. Vooral de nogal duidelijk getitelde afsluiter "I Am No Longer A Motherless Child" spreekt in dat kader boekdelen.

Wat we hebben: om te beginnen tonnen echo. Denk het soort reverb waarin de platen van Godspeed You! Black Emperor zijn gedrenkt maal duizend. Elke pianotoets, elke aangeslagen snaar blijft minutenlang nazinderen. En daarover en daar rond: geluiden, als de vogels van "Chickadees’ Roar Pt. 2", wat tapeloops, wat synths en her en der een beat.

De essentie blijft natuurlijk die eeuwige drone. "Our Lady Of Parc Extension And Her Munificient Sorrows" rust op zo’n monotone geluidslijn, waarover zang, geloopt ritme en melodie slechts weinig variërend drijven. Het werkt hypnotiserend. Ook "August Four, Year-Of-Our Lord Blues" moet het hebben van lang aangehouden noten en een schaarse viool van Jessica Moss. Het is desolaat en van een schoonheid die enkel past bij filmbeelden van wapperende kleren, bij een eenzame bar in de woestijn.

High Gospel toont niettemin meer variatie dan laat vermoeden. "Heavy Calls & Hospital Blues" benadert zelfs bijna het begrip ’song’, zoals ook A Silver Mt. Zion dat op zijn meest ingetogen momenten kan. Een kale, echoënde piano en een klaaglijk zingende Menuck; meer is niet nodig. En ook aanwezig is Efrim-de-bricoleur, die niet liever doet dan tapes verknippen en bewerken tot er iets steekhoudends uit voorkomt. Bewijsstuk: "A 12-pt. Program For Keep On Keepin’ On" dat negen minuten lang opbouwt over loopende tapes en noise, om uiteindelijk te worden overwoekerd door een spervuur aan beats. De typische gitaar van "August Four, Year-Of-Our Lord Blues" voelt erna bijna als thuiskomen aan.

Gaandeweg sluipt echter meer melodie in de plaat. Zowel het instrumentale "Heaven’s Engine Is a Dusty Ol’ Bellows" als "Kaddish For Chesnutt" vertonen meer melodie dan we tot dan op de plaat hebben gehoord; plots mag er iets in de muziek zelf ook zingen. Al eindigt dat laatste nog altijd in een monotone mantra, in een begrafenislied (voor de betreurde Vic Chesnutt) niet meer dan gepast.

Met "I Am No Longer A Motherless Child" sluit High Gospel in stijl af: een gitaar vol echo, een Menuck die klaaglijk zingt, een mantra die uit tristesse hoop haalt. Neen, dit is geen gemakkelijke plaat, wel één waar je niet snel mee klaar bent, en die blijft intrigeren. Voor het eerst hoor je onverdund Menucks ideeën en hoe die kunnen uitgroeien tot wat zijn bands er van maken. Als plaat is dit niet altijd even toegankelijk, maar de ideeënrijkdom is onmiskenbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + vijf =