enola ging naar Werchter :: het compleet onvolledige verslag!




Werchter, 30 juni – 3 juli 2011

Vier dagen pinten, frieten, loempia’s en rockmuziek – er bestaan
slechtere dingen in het leven. Maar Rock Werchter 2011 was
allerminst een hoogtepunt in de geschiedenis van het festival. Meer
dan ooit voelden de vroege bands aan als een verplicht
voorprogramma, meer dan ooit stond de hele dag in het teken van de
headliners, die het meer dan eens (Linkin Park, Black Eyed Peas,
Kings Of Leon) lieten afweten. Maar eerlijkheid siert: de degelijke
bands waren dan weer héél sterk, tot groot genoegen van onze
redactie. De top-10 van enola:

1. Grinderman

Rauw als van de schouder geschraapt vel, hard als een tussen de
ogen gemikte kopstoot, vuil als Napels bij het ochtendgloren.
Hoewel Werchter 2011 wat te lijden had onder de bands die er niet
in slaagden de wei voor Main Stage te vullen, en wij naast lauw
bier en Linkin Park-fans ook vreesden voor een wat miscast
Grinderman-op-U2-terrein, bliezen Cave, Ellis en co letterlijk alle
twijfels in Cerberos’ muil. Cave toonde zich (gespeeld) misogyn
tijdens ‘Kitchenette’, (gespeeld) arrogant tijdens de rest van de
set. De band bewees ook op brugpensioenleeftijd dat ze niks aan
relevantie, kracht en agressie heeft ingeboet, en headliner Iron
Maiden werd – ook woordelijk – gedecimeerd tot een stel
koorknaapjes. Grinderman stond, samen met Queens Of The Stone Age,
op eenzame rockhoogte

2. Queens Of The Stone Age

Het moet de vierde keer geweest zijn dat we Queens Of The Stone Age
op Werchter zagen. De drie voorgaande beurten toonde QOTSA zich wat
te klein om voor headliner door te gaan, en hoewel ze dat de facto
ook nu niet deed – we ga niet in elk stukje klagen over Linkin Park
– zal een groot deel van de aanwezige populatie het zo wel ervaren
hebben. De band jaagde door een zowel single- als kwalitatiefgewijs
absolute best-of set, met een geestige, wilde en zelfs aimabele
Josh Homme als brokkenpiloot. Tussen ideale opener ‘Feel Good Hit
Of The Summer’ en perfecte afsluiter ‘Song for the Dead’ lag meer
dan een uur van de beste rock die deze wereld te bieden
heeft.

3. Fleet Foxes

Het beste publiek van het hele festival was weggelegd voor het
viertal dat bijna eigenhandig folk en close harmony de
21e eeuw binnenbracht, zodat zelfs Robin Pecknold met
momenten stomverbaasd was om al die jubel. Maar er was dan ook
reden toe: Fleet Foxes toonden zich meer dan een kruising tussen
The Beach Boys en Crosby, Stills, Nash & Young. De charmante
Pecknold mag dan wel braver zijn dan grootmoeders schoothondje – op
het podium drinkt hij zuinig een kopje thee -, de power die hij uit
zijn longen slaat is niet te overzien. Stoer zijn ze ook al niet,
die Fleet Foxes, en je zal ze eerder Wordsworth zien lezen dan in
een caféruzie tegenkomen, maar onder hun tijdgenoten is er niemand
die zo puur vanuit het hart zingt. Een uur lang hing de Marquee aan
hun lippen, een uur dat eeuwig had mogen duren.

4. Coldplay

Het is vermoeiend om artikels te moeten lezen en een mening te
moeten ventileren over Coldplay wanneer het niet om de muziek gaat.
Ze zullen wel infantiel zijn – al waren het niet zij die in eigen
shirts een vlag stonden te hijsen op de kantelen van een half
wegwerpkasteel, al hebben ze voor de nieuwe single ongetwijfeld
andermaal leentjebuur gespeeld, en rochelde Chris Martin alweer
niet in het publiek. Maar anno 2011 zijn ze wel de buiten Ierland
grootste band ter wereld, en slaagden ze er niet voor het eerst in
om een perfecte show van grote hits, sterke oude nummers en (als we
eerlijk zijn, op het eerste gehoord een beetje belegen) nieuwe
songs te brengen. Want wars van alle heisa die elke Coldplayrelease
met zich meebrengt, blijven de Londenaars bovenal een sterke
liveband die mits een goede setkeuze een rugzakje vol ijzersterke
songs kan presenteren. Net als in elke vorige tour heeft Coldplay
een stap vooruit gezet, de (akkoord, soms wat saaie) perfectie komt
steeds dichter in de buurt.

5. Eels

Geen enkele artiest of band op deze vierdaagse die zichzelf zo door
de mangel haalde als Eels – of beter gezegd: The Eels, want meer
nog dan een set van Mark Oliver Everett zag de Marquee een
zinderende band aan het werk. ‘E’ gooide zijn back
catalogue
op een zomerse barbecue en serveerde met fris
citroengras: ‘I Like Birds’ werd een rauwe pletwals, de Sly &
The Family Stone-cover ‘Hot Fun In The Summertime’ was een heerlijk
niemendalletje, en zelfs de aankondiging van de band was – komt-ie
weer – opzwepender dan de hele set van Linkin Park. Minpuntjes?
Geen. Eels op hoogconjunctuur, het zou een remedie tegen kanker
kunnen zijn.

6. Elbow

Bent u ook zo iemand die Elbow ‘wel goed’ vindt, maar ook ‘een
saaie band’? Dan vragen wij u met aandrang uit onze buurt te
blijven, want na hun overrompelende set op Werchter staan wij klaar
om voor Elbow naar de oorlog te trekken. Het grote gebaar? Weg
ermee. Pretentieuze pose? In de goot laten rotten, dat. Bezieling?
Bingo! Ontroering? Oprechtheid? Double check. Met een
setlist die het beste uit ‘The Seldom Seen Kid’ en ‘Build A Rocket
Boys!’ (‘Lippy Kids’ klonk bloedmooi) bracht, kan zelfs Jan-Peter
Balkenende niet anders dan de norse blik inruilen voor een glimlach
van oor tot oor. “We got open arms for broken hearts,” zalfde Guy
Garvey, en “it’s looking like a beautiful day” – geen haar op ons
hoofd die dat durft tegenspreken. Twee jaar geleden was Elbow
fantastisch, anno 2011 zijn ze één van de ontroerendste acts ter
wereld geworden.

7. The National

Zonder enige twijfel de intelligentste band op de affiche, maar
even absoluut een van de groepen voor wie het hoofdpodium geen
geschenk was. Zonder noemenswaardige hits en met trompetsolo’s
vielen de Amerikanen niet in goede aarde bij de Kings Of Leon-fans
die dan al uren stonden te wachten op de owowow owowow van
‘Use Somebody’, en zanger Matt Berninger leek aanvankelijk ook niet
al te veel zin te hebben om een weide heidenen te bekeren. Maar van
zodra het publiek ‘Abel’ meeschreeuwde en ‘Sorrow’ troostend
declameerde, had de band vrede met de omstandigheden, meteen het
sein voor een verschroeiend slotkwartier langs ‘England’ – ‘Fake
Empire’ – ‘Mr. November’ – ‘Terrible Love’. Berninger toonde zich
finaal tussen de eerste rijen zelfs als de frontman die hij een uur
lang willens nillens leek te zijn, wij vonden het dan al lang
onrechtvaardig dat de beste band van de dag slechts een uurtje
spitsroede lopen kreeg toebedeeld.

8. Arctic Monkeys

Het viertal uit Sheffield heeft nogal een kwalijke reputatie als
het op concerten aankomt – saai, ongeïnspireerd, verplicht
nummertje – maar niets daarvan op Werchter 2011. Matt Helders mepte
op zijn vellen tot het snot uit zijn rug kwam terwijl Alex Turner
de wei temde met een opvallend innemende
I’m-not-impressed-attitude. Het oudere materiaal bleek nog
steeds vernietigend als een kanonskogel, de nieuwe nummers bewezen
live voldoende baldadig te zijn om een wei aan het dansen te
brengen, en met het rustige ‘505’ deden de Britten een beklijvende
uitgeleide. Arctic Monkeys toonden zich een grootse band, en gaven
de critici – ‘Humbug’ en ‘Suck It And See’ moesten elk hun pond
schimp incasseren – lik op stuk.

9. Portishead

Portishead bij daglicht, ‘t is niet meteen de ideale programmatie.
Maar wie goed luisterde, hoorde tussen pint en Main Stage iets
ontstaan dat kermende emotie en daverende electronica verzoende als
geen ander. Evident was het allerminst, en we gokken dat het gros
van het publiek niet echt veel begreep van Beth Gibbons’
hyperpersoonlijke performance, maar voor de anderen was de set
beklijvend tot op het bot. En laten we eerlijk zijn: het is ook
geen pretje om je hart uit te storten terwijl de voorste regionen
van de wei krioelen van de bakvissen die hun plaatsje voor Coldplay
al verzekerden en zich duidelijk niet de moeite getroostten de
trip-hop van Portishead te doorgronden.

10. The Vaccines

We gaan u niets wijsmaken: The Vaccines zullen nooit de
geschiedenisboeken halen als vernieuwers van de rockmuziek.
Niettemin hebben ze hun plaats in deze lijst niet gestolen. The
Vaccines hebben misschien wel amper een half uur aan materiaal,
maar de kwaliteit ervan is niet gering en in het criterium
‘aanstekelijk’ verdienen ze op zijn minst grote onderscheiding. Dat
hun indierock live nogal leunt op andere crowd pleasers
als Kaiser Chiefs, moet evenmin als een verwijt klinken: Kaiser
Chiefs op de affiche betekent altijd (overigens ook dit jaar) vette
ambiance. Dat The Vaccines daarvoor willen tekenen, is
meer dan terecht. Als de band over vijf jaar niet meer dan een hype
geweest blijkt te zijn, dan toch een hype die een prima liveact
afleverde.

In de marge vermelden we nog dat de Aalsterse stadsprijs voor
buitenshuis carnaval weggekaapt werd door het werkelijk op geen
enkel moment interessante Black Eyed Peas – Will.i.am probeerde de
meubelen nog te redden met een dj-set vol klassiekers, maar zelfs
zulk gratuit vermaak wrong hij vakkundig de nek om; dat Kasabian
hun retestrakke set zelf de das omdeed met hun air van arrogant
arrivisme, alsof ze de grootste act ter wereld zijn geworden na de
dood van Oasis; dat Liam Gallagher – die tegenwoordig zingt met een
witte handdoek in de hand, Joost mag weten waarom – bewees dat
Beady Eye het best zo gauw mogelijk dood is; dat White
Lies andermaal grossierde in pure middelmaat; dat Kings Of Leon
voluit de kaart van de platte stadionrock zijn gaan trekken, en
zelfs hun oude nummers (‘California Waiting’, ‘Molly’s Chamber’)
naar dat dieptepunt hebben meegezogen; dat Triggerfinger en The
Hives zelfs relatief vroeg op de dag een hele wei aan het brullen
kunnen brengen; en dat Robyn verdorie een straf wijf is. Tot
volgend jaar Schueremans, maar dan met een iets sterkere line-up
graag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =