GRASPOP :: Steak Number Eight :: ”Pijn is niet zo erg”

“Dit is mijn spiegelbeeld”, zegt Steak Number Eightzanger Brent Vanneste over All Is Chaos, de tweede plaat van zijn groep. Het laat een hoofd horen waarin het nog altijd niet rustig is, maar dat duidelijk wel opgegroeid is sinds dat imposante maar onvoldragen debuut When The Candle Dies Out. “Zelfs al heb ik de dood van mijn broer een plaats gegeven, ik blijf met dingen worstelen.”

Het is moeilijk om niet opnieuw die Rock Rallyzege op jonge leeftijd nog eens in herinnering te brengen, maar eigenlijk merk je zo al dat er veel veranderd is sindsdien. De slungelige jongen van toen is een stevige jongeman geworden. En interviews geven gebeurt ook niet meer met een blik die voortdurend vraagt of het bijna gedaan is. Het blijft schutterig en moeizaam, maar Vanneste probeert met verrassend veel openheid antwoorden te vinden die hij eigenlijk niet heeft, op vragen die hij zich nooit gesteld heeft.

“Ja, All Is Chaos is een iets andere plaat geworden dan ons debuut”, geeft hij grif toe. “Daar zat geen plan achter. Als ik muziek maak, speelt het gevoel van het moment. Mijn enige betrachting is om zo eerlijk mogelijk te blijven. Dat is wel gelukt, denk ik; er staat op de plaat geen enkel nummer waarvan ik het gevoel heb dat het niet klopt. Ik ben er heel gelukkig mee. Niet dat ik When The Candle Dies Out nu wil verwerpen, maar toen waren we vijftien, zestien jaar. Ondertussen is dat achttien of negentien, dus natuurlijk is dat niet hetzelfde. Maar goed ook; ik vind groepen die hun hele carrière lang dezelfde plaat maken nogal vervelend. Ga er maar van uit dat onze volgende plaat opnieuw anders zal klinken.”

“Voorlopig ligt wat ik schrijf nog in het verlengde van All Is Chaos, maar ik kan niet beloven dat dat zo zal blijven. Ik wil nu vooral zoveel mogelijk schrijven. Ik heb alweer een dertigtal songs. Het plan is om als dat er veertig zijn te gaan repeteren, en ze op te nemen. De inspiratie is ondertussen wat opgedroogd, maar ik heb daarvoor een erg vruchtbare creatieve periode van een paar maanden gehad, waar ik dankbaar gebruik van heb gemaakt; ik heb elke dag nummers geschreven. Daar zijn goeie stukken uitgekomen, maar het blijft natuurlijk nog iets anders om met heel die bak duplo’s ook een kasteel te maken.” (lachje)

“Ik zoek dat niet, inspiratie. Dat komt wel, dus ik ga dat niet forceren, zelfs al heb ik soms weken niets gemaakt. Plots moet ik dan toch opnieuw schrijven wat ik kan; moét ik die studio in omdat het er uit moet. Soms werkt dat, soms niet. Er zijn momenten dat ik aan het werk ben in het café waar ik tap, en moet ik op de gitaar die in de keuken hangt wat gaan spelen. De volgende dag speel ik er dan drums op in, plezant.”

“Ik leef voor mijn muziek, nu. Ik heb mijn middelbaar diploma gehaald, maar dat was het. Dat was mijn enige streefdoel op dat vlak. Daarna ben ik een half jaar bezig geweest met deze plaat, en nu wil ik weer tijd nemen om te schrijven. Maar ik denk er aan om volgend jaar Jazz Studio te gaan volgen. Ik wil wat meer leren over klassieke muziek. Ik ken er niets van, zelfs al maak ik zelf op de computer klassieke muziek. Ik weet niets van notenleer, en er zijn plannen om met Steak iets met een orkest te doen. Dat is mijn droom, en er zijn kleine aanzetten om die ook te realiseren. Ik kan niet alleen met Steak bezig zijn. Ik heb mijn tranceproject met Psygasus, maak ook akoestische dingen,… Ik functioneer alleen maar als ik volledig vrij ben.”

Stemmen

“Ik ben iemand die nogal snel van mood kan veranderen; dat hoor je ook aan de plaat. Ik zoek dat niet op, maar ik kan het gewoon niet; in één genre blijven hangen. Voor mij hangt de plaat aan elkaar als een geheel, ondanks die tegenstellingen. Het is dan ook niet gemakkelijk om de nummers te kiezen die samen een geheel vormen. Het is niet omdat je een nummer hebt geschreven, dat het per definitie zal werken op de plaat. En het is soms moeilijk te zien wat wel en wat niet. Uiteindelijk zijn het allemaal mijn kinderen. Dus ik heb veel hulp gehad van Mario Goossens, die de plaat heeft geproducet, op dat vlak. Ook de andere groepsleden zijn daar nuttig in; ze kijken anders tegen de nummers aan dan ik. En toch was het deze keer moeilijk om een goeie tracklisting te bepalen. We hebben er tot de laatste dag mee gewacht. Ik bleef maar twijfelen. Maar hé, het is toch gelukt.”

“Wat de nummers bindt? Het is mijn spiegelbeeld; dit ben ik. Dit is eerlijk. Ik zeg wat ik meen. Ik denk dat je er iemand in hoort die na een zware rouwperiode alles wel een plaats heeft kunnen geven, maar toch nog altijd worstelt met zijn gevoelens. Nu ja, er staat ook een liedje over mijn lief op, hoor. Mijn ex, eigenlijk, sinds kort.” (weglachend)

All Is Chaos sluit als titel perfect aan op de vorige plaat. Ik heb de dood van mijn broer min of meer verwerkt, maar er blijft toch nog van alles achter; een chaos. Daarom schrijf ik muziek; om daar structuur in aan te brengen. Ik voel me wel goed, nu, ik kan er nu wel mee om. Niets gebeurt zonder reden, zie ik nu in. Het is misschien vreemd om te zeggen, maar hij is met een reden weggegaan; met een andere ingesteldheid zou ik niet kunnen leven, denk ik. Ik ben er zeker van dat hij ergens bij mij is. Er gebeuren soms vreemde dingen, die me zo even een signaal geven. Dan denk ik: ”Cool, je bent er nog”. Een voorbeeld? Mijn stereo die volledig af staat, maar midden in de nacht op het meest luide volume de hardste schijf van Isis begint te spelen. Dan denk je wel eens: “Fucking hell”. Het maakt me niet eens bang, ik vind het zalig. (lacht) Kippenvel, dat is het. Er is ook een periode geweest dat ik stemmen hoorde. Ik ben daarvoor naar een psycholoog geweest, en plots waren die weer weg. Paranormaal? Neen, ik vind het gewoon normaal.”

GoogleTranslate

“Mario was super om mee te werken. Vroeger riepen we altijd luid dat we nooit met een producer wilden werken — goed, we waren vijftien en zeiden “fuck off” tegen van alles — maar met Mario klikte het van het eerste moment: hij kwam aan, ging zitten, en liet een scheet. Toen wisten we: ‘t zit goed. (lacht) Hij heeft ons veel geleerd, al was het maar om juist te leren spelen. Vroeger deden we maar iets. Ook op het vlak van structuur, heeft hij me dingen doen inzien. Soms zei hij om een bepaald stukje ergens anders achter te plaatsen, en dat bleek dan geniaal te zijn. Hij wist ook wanneer er niets moest gebeuren, wanneer een nummer goed was zoals het was. En het fijne was dat we hem ook perfect konden tegenspreken als we het niet eens waren. We hebben ook met andere mensen gepraat, zoals Luc Van Acker. Dat werkte niet. Waarom? ‘t Is ne muttn (een idioot, mvs). We waren zestien jaar, ocharme. En hij maar brullen dat de drummer van Slipknot twaalf uur per dag oefende, en dat wij maar goed waren om in de jeugdclubs van ons dorp te spelen. De manier waarop! Man…”

“Aan mijn teksten wil ik nog harder gaan werken. Op de vorige plaat heb ik daar weinig tot geen aandacht aan besteed, maar nu mocht het wel wat beter. En ik wil nog groeien. Het plan is eigenlijk om ooit een paar maanden alleen in Londen te gaan wonen, om aan mijn Engels te schaven. Nu moet ik me nog te veel op Google Translate verlaten. (lacht) Ik weet het, je kunt daar niet altijd op vertrouwen, maar voor bepaalde woorden of synoniemen gaat het nog net. Ik heb ook hulp gezocht. Zo heb ik een goeie vriend een aantal West-Vlaamse teksten van me laten vertalen naar het Engels. Uiteindelijk heb ik daar maar een paar flarden uit gebruikt, want het klopte niet echt; dat was in het West-Vlaams geschreven, en dat zet je niet zomaar even over. Cristabel, de vrouw van Mario, heeft me ook geholpen met het Engels als ik vast zat.”

“We willen niets liever dan naar het buitenland. We hebben gemixt in de Verenigde Staten, zijn gaan optreden in Londen. Het gaat traag, maar goed. We hebben daar nu wat contacten gelegd, en zo groeit het, elk jaar een beetje meer. Natuurlijk; kort na de overwinning in de Rock Rally ging het heel hard. We hadden toen al West-Talent gewonnen en aan de Kunstbende meegedaan, en plots ging ik me afvragen hoe het kwam dat dat allemaal werkte. Die vraag heeft lang door mijn hoofd gespeeld. Maar dan verbind ik dat weer met mijn broer, en dan is het wel ok. Ik ga er dan van uit dat hij er ergens achter zit. Hij was ook muzikant. Drummer. Het idee dat wij nu zijn droom aan het realiseren zijn, doet deugd.”

“Ergens in het najaar gaan we op tour door Holland, en hopelijk kunnen we daar dan opnieuw een tripje door Engeland of Duitsland aan breien. Maar dat kost handenvol geld. Nu, we zijn jong genoeg om ergens op de grond te slapen, desnoods. Ik heb dat ook aan onze manager gezegd: een hotel is niet nodig, als we maar ergens mogen blijven slapen. Hij heeft me toch al verzekerd dat ik dat na drie weken toeren op die manier, niet meer zal zeggen.”

Zelfkwelling

“Ik ben blij dat je zegt dat Graspop niet helemaal onze biotoop is. Ik krijg het er van als men ons een metalband noemt. We voelen ons absoluut niet puur metal. Ik kan genieten van Morbid Angel, maar luister net zo goed andere dingen. Ik ben geen metaller. Ja, we zijn soms erg zwaar, maar er is meer dan dat. Hoe ik onze muziek zelf zou omschrijven? Pfoe. Geen idee. Beetje stoner, beetje sludge, wat postrock, atmosferische toestanden, noise,… Dus Graspop, ‘t was even slikken toen we er drie jaar geleden voor het eerst stonden, maar dat publiek bleek uiteindelijk toch niet zo beangstigend. Ik heb toch wat kopkes zien hossen.”

“Of ik mij oplaad voor een optreden? Niet echt. Soms smijten we al eens iets kapot, maar eigenlijk geef ik mezelf altijd honderd procent. Tenzij het echt een kutconcert is. Twee jaar geleden hebben we zo eens op een festival voor min-zestienjarigen gespeeld,… ik kon het niet aanzien, en ben halverwege de set gestopt. Als het mij niet aanstaat, zul je ‘t ook wel weten. Vroeger moest ik vaak overgeven voor een optreden, dat mindert nu wel. Mijn ex heeft me geleerd om veel water te drinken voordien, en dat helpt. Maar ik heb wel nog altijd helse hoofdpijn tijdens een concert. Na een stevige scream: knal. En als ik van te diep heb geroepen moet ik soms ook wel eens overgeven. Optreden is dus soms zelfkwelling, maar ik geniet er toch van. Pijn is niet zo erg. Dan voel je dat je bestaat. Gezond is het niet, ik weet het. Ik ben een beetje vreemd, vrees ik.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =