Bill Callahan

Bijna 45 jaar oud is-ie, en na een carrière van goed twintig jaar
lang waarin hij bijlange niet de aandacht kreeg die hij verdiende,
mag Bill
Callahan
stilaan een ouwe rot in het vak genoemd worden. De
lo-fi die hij als Smog de wereld instuurde heeft hij
achter zich gelaten: sinds 2007 treedt Bill aan onder zijn
geboortenaam en maakt hij zachte luisterliedjes van een poëtisch
gehalte dat alle would-be dichters ter lande er spontaan
hun pen van neerleggen en een ander metier zoeken. In Schaarbeek –
het concert werd in laatste instantie verhuisd van de Botanique
naar het gezellige Théatre 140 – kwam hij zijn jongste telg
‘Apocalypse’ van de hand doen. De nogal op zichzelf gestelde
Callahan liep er meer dan eens zichzelf en de grenzen van de
eenzaamheid tegen het lijf.

We vermelden nog heel even dat er een voorprogramma was. In
muzikantenmilieus kent men de dame als Sophia
Knapp
, ook wel als ‘platte prut’ en ‘boecht van dunaldy’.
En de muziek, die was navenant. Zo, deze paragraaf heeft lang
genoeg geduurd.

Over de hoofdact gaan we u geen blaasjes wijsmaken: Bill
Callahan
schrijft bloedmooie songs, en op het podium van
de theaterzaal bleef het gros van de nummers overeind. Met ‘Riding
For The Feeling’ nestelde de set zich van meet af aan warmpjes,
melancholisch en indringend in je oor, maar de getormenteerde
gitaren die het nummer uitgeleide deden, herinnerden je er meteen
aan waarom Callahan nooit verzonken is het overaanbod aan
singer-songwriters: aan zijn muziek is steeds een hoek af.
Hyperpersoonlijke songs waarin onbestemde emotie steeds om de hoek
loert, hij heeft er zijn handelsmerk van gemaakt.

‘Baby’s Breath’ bracht meer van hetzelfde, met alweer een soort
humor die enkel Lars ‘Adolf Hitler was best een toffe peer’ Von
Trier echt vatten kan: “I bought a bed for her to cry comfortable
in.” Met ‘Too Many Birds’, waarin Callahan zijn taal woord per
woord tot wasdom laat komen, en nieuwe nummers ‘Free’s’ en
‘America’ – de meest atypische protestsong die u dit jaar zal horen
– ging het tempo een stuk de hoogte in, al zal dat niet aan de
zanger gelegen hebben: terwijl zijn begeleidende drummer en
gitarist de nummers vakkundig alle eer aandeden die ze verdienen,
bleef Callahan zelf weinig charismatisch en behoorlijk
afstandelijk.

En daar wrong het schoentje van de avond: de eenzaamheid en
verstilde emotie die de hoeksteen van zijn oeuvre vormen, vonden
zijn weg maar niet naar het publiek. Daarvoor bleef de bard te veel
in zijn comfort zone hangen, hoe straf zijn
begeleidingsband ook was. Want laten we daar ook eerlijk in zijn,
die speelde een dijk van een set. En als we dan toch aan het
mekkeren zijn: als je geen orkest meebrengt, waarom dan een nummer
spelen waarvan de strijkers de ziel uitmaken? ‘Our Anniversary’ is
een prachtig ding, maar zonder strijkers klopt het niet – vergelijk
het met William Wordsworth in een vlaag van blasfemie.

De aanwezigen zullen vast beweren dat we te negatief zijn, en
echt ongelijk zullen ze wel niet hebben. Enkel ‘Eid Ma Clack Shaw’
was live een walgelijk gedrocht in vergelijking met de
studioversie: werkelijk niets deed het ons, en bij het herbekijken
van het YouTube-filmpje nog veel minder. Voor de rest deed Callahan
het behoorlijk, maar dat is niet wat je verwacht van de man. Aan
het eind van het twee uur durende concert konden een uitstekend
‘Rococo Zephyr’ en ouder werk als ‘Let Me See The Colts’ of ‘Blood
Red Bird’ nog bekoren, maar overtuigen zat er niet meer in. “Once
more, with feeling” zou Brian Molko zeggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + veertien =