Still Corners + Kurt Vile & The Violators :: 17 mei 2011, Botanique

Soms vraagt een mens zich af wie die line-ups op Les Nuits Botanique in hemelsnaam samenstelt. Of is er iemand die oprecht gelooft dat zweverige, sprookjesachtige indie van dertien in een dozijn uitstekend combineert met het gerammel van lo-fi rocker Kurt Vile?

Voorprogramma Still Corners staat hier vanavond immers gigantisch out of place te wezen. De Londense jonkies openen met een dromerig walsje dat niet had misstaan op een thé dansant zo’n zestig jaar geleden, al doen vooral de drums vermoeden dat er hier meer aan de hand is. Het kerkorgel in “Parallels” bevestigt dat heel even: het voegt een griezelig tintje toe aan de verder behoorlijk eentonige en net iets te herkenbare hoofd-in-de-wolkensound van de groep.

De band gooit tijdens zijn set dan ook zowat alle middelen in de strijd die we de laatste tijd maar al te vaak zijn tegengekomen: fuzzy gitaartjes, de trefzekere drums die aan Jesus and Mary Chain doen denken en uiteraard een lading feedback. Het helpt ook niet dat frontvrouw Tessa Murray zo’n typisch zuchtmeisje in een sixtiesjurkje met witte kousen is: ze oeht en aaht net iets te graag en loopt geregeld verloren in haar eigen enge sprookjesbos. De Rogue Wave-cover “Eyes” sleept zich tergend traag voort, en echt spannend wordt het pas wanneer Murray haar hoge gezang even achterwege laat voor een shoegaze-achtige instrumental. Een mooi plaatje, dat is het wel, maar muzikaal heeft Still Corners voorlopig niet zoveel te bieden.

Een heel ander beeld krijgen we bij Kurt Vile & The Violators: op het podium staan vier absolute slackers, wat grungy types met lang morsig haar en gescheurde jeansbroeken. De ruitjeshemden mogen we er zelf bij denken, maar verder is dit vroege jaren negentig all over again. Het klínkt aanvankelijk ook een beetje zo: hoewel Vile met zijn laatste plaat Smoke Ring For My Halo enkele voorzichtige stappen richting mainstream gezet heeft, verraadt deze set zijn lo-fi roots. De cleanere sound wordt in openingsnummer “Hunchback” overboord gegooid, en maakt plaats voor een gruizig, rommelig geluid. Dat dat niet altijd even goed afloopt, bewijst “On Tour”, waarin elk bandlid duidelijk een andere mening heeft over het geschikte tempo voor die song. Ook het eindeloze gitaarstemmen na zowat elke song werkt bij momenten danig op de zenuwen.

”Thanks for not watching that club music outside”, stelt Vile voor hij “Monkey” inzet, en dat is allesbehálve club music, tenzij dat wat vettige geluid waarop zaaltjes met plakkerige vloeren en de geur van verschaald bier en zweet een patent hebben, ook meetelt. Hier mag immers gerockt worden, wat niet wegneemt dat onder deze luidruchtige vermomming vaak sterke songs schuilgaan — folkrock, heet dat dan, maar dat zegt volstrekt niets over het geluid van Vile en de zijnen. Enkele songs ver in de set klaart de lucht wat op: tijdens een gloedvol “Freeway” (“I got a freeway in my mind / Let go of my head”) dat erg dicht bij Tom Petty aanleunt, vindt de band pas echt zijn draai, waardoor een haast volmaakt evenwicht bereikt wordt tussen gerammel en melodie.

En hoe goed Smoke Ring For My Halo op plaat ook klinkt, vanavond zijn het vaak net die oudere nummers waarmee Kurt Vile & The Violators zich van hun strafste kant tonen. “Overnight Religion” (van op Childish Prodigy uit 2009) is een verrukkelijke meestamper, met drums die naar een epische climax leiden, en ook het bijna poppy “Breathin’ Out” is een hoogtepunt. Afsluiter “Freak Train” is wat dat betreft de ultieme kers op de taart: galmend en roffelend zwelt deze psychedelische rocker aan tot een verpletterend einde, met bakken feedback en een saxofoon die dit ene nummer waarschijnlijk ternauwernood overleefde.

Vile toont zich vanavond niet altijd de beste zanger en het klinkt ook vaak wat monotoner dan op plaat, maar telkens zit er toch die krak in zijn stem, dat ietwat valse geluid dat af en toe zo hartverscheurend is. Vooral in het akoestische “Peeping Tomboy”, twee nummers voor het einde, en het mooie, landerige “Ghost Town” (met stevige uitbarsting aan het eind) slaagt Vile er vreemd genoeg in te begeesteren met niet veel meer dan zijn warrige teksten en lichtjes drammerige zang. Dat Kurt Vile & The Violators het kot kunnen afbreken met hun stevigere nummers staat vast, maar een band die net zo goed de aandacht weet vast te houden in de grootste eenvoud, zonder muzikale trucjes of knappe zangeressen in te schakelen: daarvan zijn wij pas écht onder de indruk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =