Ambrose Akinmusire :: 16 mei 2011, De Werf

Onze onzindetector schiet altijd in overdrive als het collectieve bewieroken verdachte proporties aanneemt. Maar kijk: When The Heart Emerges Glistening, dat onlangs verscheen op het legendarische Blue Note-label, laat het geluid van een indrukwekkend talent horen en dat bewees gisteren ook live dat we te maken hebben met een knaller van formaat. Believe the hype.

Akinmusire bleek zelfs een verrassend bescheiden figuur. Snel werd duidelijk dat het allemaal om de muziek draaide, met een gul concert van twee uur dat zeer hoge toppen scheerde en weinig noemenswaardige inzinkingen kende. De jonge trompettist heeft er dan ook een prima leerschool opzitten in de entourage van goed volk als Steve Coleman, Vijay Iyer, John Escreet en Jason Moran, die zijn mentor werd. Net als de buitensporig getalenteerde pianist is Akinmusire zo veel meer dan een technisch begaafd muzikant: hij is een componist met een eigen stijl en verzamelde een band rond zich die zich met panache een weg baande door de verraderlijke composities en uitdagingen.

Tenorsaxofonist Walter Smith III, bassist Harish Raghavan en drummer Justin Brown spelen al langer met elkaar en met de bandleider en dat valt eraan te merken: hun interactie is uitermate spontaan en soepel en vindt constant een evenwicht tussen strak samenspel en aanzienlijke vrijheid. Akinmusire & co. blijven misschien iets te dicht bij de traditie en het welomlijnde om te kunnen spreken van free jazz, maar de manier waarop Brown met de ritmes en wendingen speelde, was bijzonder gretig en kleurrijk, nu eens subtiel spelend met accenten en dan weer uitpakkend met explosieve roffels en cimbaalslagen. Idem voor Raghavan, die zijn contrabas te lijf ging met bijzonder veel passie en eveneens een evenwicht vond tussen simpele grooves (zijn zelfgepende “Jaya”) en vingervlugge woeligheid.

Dat laatste is misschien wel het overkoepelende adjectief: de composities balanceren voortdurend op de grens tussen bedwelmende schoonheid en nerveuze ongedurigheid. Iets dat je net zo goed kan zeggen van Akinmusire’s stijl: in het lagere register heeft hij een verleidelijk rokerige klank, maar hij is geen one trick pony en meer nog dan op het album liet hij horen moeiteloos te kunnen overschakelen van ronkende traagheid naar vloeiende riedels, speels geschetter, bewust onzuivere uithalen en hier en daar zelfs pure klankexperimenten. ’s Mans instrumentbeheersing is imposant, maar is nooit een doel op zich. Zijn duostuk met de invallende pianist Sam Harris (die zich bijzonder goed kweet van zijn taak) was ronduit verbluffend. Een staalkaart van zijn kunnen, maar dan wel verpakt in rauwe emotionaliteit van het soort die heel wat sterren van de jazz laten vallen van zodra mainstreamaandacht lonkt.

De composities, die grotendeels geplukt werden uit het recent verschenen album, werden doorgaans veel langer gerekt en vaak aan elkaar gebreid door opvallende solomomenten. Zo begon Akinmusire aan “Confessions to my Unborn Daughter”, tevens de opener van het album, met een geduldig opgebouwde solo en werd de lengte van het stuk zowat verdubbeld met reizen via extatische pieken en momenten van ingetogenheid. Opvallend was daarbij de veeleer ontspannen aanpak van Smith, die met zijn aarzelende solo’s vaak een eigenaardig omwegparcours volgde. Ook nu was “The Walls Of Lechuguilla”, met spetterende, strakke interactie én vrije verkenningen, een absoluut hoogtepunt en een woelig visitekaartje om U tegen te zeggen.

De tweede set verliep vergelijkbaar, al werden nu ook composities van andere bandleden gespeeld. Raghavans “Jaya” leidde tot een geïnspireerde dialoog tussen Akinmusire en Smith waarbij de ideeën heen en weer gekaatst werden, terwijl Browns “Snakebite” net iets minder interessant was, maar dan weer opgejut werd met veel energie. De drummer mocht aan het einde van de set bovendien nog eens een lange solo uit de mouw schudden waarbij de hele zaal leek te daveren. Het was meteen ook de enige keer dat er wat over the top werd gemusiceerd, want de voorgaande 120 minuten werden vooral gevuld met muziek die een broeierig evenwicht vond tussen emotionele turbulentie en zuivere esthetiek. Met een half uurtje minder had het concert misschien een nog grotere impact kunnen hebben, maar dat Akinmusire een fantastisch muzikant is (en omringd wordt door een uitstekende band) kan niemand nog betwisten na deze topperformance.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 4 =