Roadburn 2011 :: zaterdag 16 april, 013 (Tilburg)

Dag Drie van Roadburn is de dag van de revanche op de vulkaan. Zowel Candlemass als Shrinebuilder werden vorig jaar verhinderd om naar Tilburg af te reizen. Verder speelt ook nog Weedeater waarvan de frontman eigenlijk ook iets goed te maken had, aangezien toen zijn andere band Buzz*oven had afgezegd.

Eerste act van deze derde dag is het sensorisch overweldigende Master Musicians Of Bukkake. Het podium staat stampvol muzikanten en materiaal, waaronder twee drummers en een soort alpenhoorn. De muzikanten zijn gesluierd in kleurige nomadengewaden en de zanger heeft rond zijn stek een overdaad aan wierookstokjes aangestoken. Master Musicians Of Bukkake draait dan ook volledig rond trance: de nummers zijn lang uitgesponnen jams met monotone krautrock ritmes, ingekleurd door het veelvuldig gebruik van synths en effecten. Af en toe klinkt het wat te overdadig, maar bij momenten werkt het wel. Zeker naar het einde van de set toe staan hier en daar toch wat mensen te dansen. Die alpenhoorn vergaat het trouwens niet zo goed wanneer één van de drummers die in het publiek wil steken.

Tegelijkertijd begonnen, maar nog een uur langer op het podium; Candlemass. De Zweden hadden vorig jaar een speciale set gepland ter ere van hun 25ste verjaardag, maar zagen die plannen overvleugeld door de aswolk van de Eyjafjallajökull. Dat euvel wordt vandaag goedgemaakt. De band rond bassist Leif Edling bracht daarvoor zelfs twee zangers mee naar Tilburg: Johan Langquist, die Epicus Doomicus Metallicus inzong en Rob Lowe, die sinds 2006 de vaste frontman van de band is. Als late viering van hun jubileum en speciaal voor het Roadburn festival werd dat legendarische debuutalbum volledig gespeeld met Langquist.

Daar is de band dan ook volop mee bezig wanneer wij de grote zaal betreden. Meteen zitten we inde vibe van het optreden. Dit soort, trage, bombastische heavy metal met een kundig zanger (een échte) komt namelijk erg goed tot zijn recht van op een groot podium met een super-geluidssysteem. Opvallende goede podiumpresence heeft die Langquist eigenlijk voor iemand die slechts een blauwe maandag lang in een metalband met faam zat.

Uitzonderlijk voor Roadburn werd er op het einde van de set nog twee nummers met beide zangers gespeeld. Een erg sfeervolle cover van “Don’t fear the reaper” en een eigen nummer van het album Ancient Dreams, waarin de zaal het overneemt van de zangers. Die langgerekte “hohoho’s” zullen alle aanwezigen lang bij blijven als één van de magische Roadburnmomenten van dit jaar. Rob Lowe mag nog een keer solo zijn ding doen en dan is het optreden, met een jaar vertraging, een feit. Een vroeg hoogtepunt van de dag, al hadden we geen enkel moment het gevoel dat we dat eerste uur ook hadden moeten zien.

Terug in de Midi zijn the Southerners van Rwake net aan hun set begonnen. De zanger en zangeres geven zich volledig — mooi om te zien — maar helaas zit er weinig verschil op hun stemgeluid. Rwake speelt van die lowlifer sludgemetal die we weer steeds vaker uit de States horen. De typische slome, maar bittere groove die bij dat genre hoort werd bij Rwake soms naar de achtergrond verdrongen ten voordele van technische akkoorden en dissonante brugjes. Misschien werkt dat op plaat, maar live komt het vooral over als veel geschreeuw en gedoe waarmee het moeilijk een band vinden was.

Rwake verlaten voor Weedeater in de Main Room is dan ook de juiste keuze. Het powertrio rond Dixie Dave Collins moest ei zo na zijn optreden afzeggen nadat de gitarist zijn hand gebroken had, maar botjes geheeld of niet: hij staat er wel. Voor minder dan een afgeschoten teen annuleert Dixie Dave dan ook geen tournee. Voor het drietal is het podium van de zaal veel te groot, maar hun sound vulde de ruimte wel volledig. Moddervette grooves en bijtende riffs; dit is sludgemetal zoals we ze het liefst hebben, en het effect op onze nekspieren is onmiddellijk. Hierbij hoort een onverstaanbare schreeuw, en tussen de warrige baardharen van Dixie Dave blijkt daarvoor een perfect instrument te zitten. Weedeater schijnt zich erg goed te amuseren op het podium en een flinke menigte ervoor doet dan maar hetzelfde.

Voor we ons overgeven aan de tweede Voivodset dit weekend, laten we ons eerst nog eens volledig onderdompelen in de meest doodse, suïcidale, miserabele sfeer die je bij metalbands kan verwachten. Evoken speelt in de Green Room de zaal omver met zijn massieve funeral doom. Waar Winter de dag ervoor eerder de uitzichtloosheid van een apocalyptisch grootstadsleven probeerde te evoceren, lijkt het bij Evoken toch vooral om de peilloze donkerte van de dood en zijn graf te gaan. De band trekt zich volledig terug in zijn miserabele sfeer en zoekt nauwelijks contact met het publiek, dat daar waarschijnlijk toch geen behoefte aan heeft. Indrukwekkende sfeer, maar muzikaal uiteindelijk toch vrij monotoon: na een half uurtje was het hoog tijd om opnieuw naar de grote zaal te trekken.

De zegetocht van de vorige avond evenaren zou moeilijk zijn voor Voivod. Al snel wordt al duidelijk dat de set vanavond grotendeels dezelfde zal zijn: jammer, maar zeker niet vervelend. Het betekent wel dat we niet getrakteerd worden op een “Killing Technology” of “Into the Hypercube”. Wel opnieuw “Forlorn” , en dat klonk deze keer beter dan de live-première van gisterenavond. De zaal loopt ondertussen aardig vol, ongetwijfeld op basis van de mond-aan-mondreclame na de sterke show van toen. Tijdens “Voivod” en “Ripping Headaches” ontstaat er nu dus wel een moshpit voor het podium, ook al omdat om acht uur de Roadburners nog een groter restant energie in de tank hebben dan om middernacht. De set wordt opnieuw afgesloten met “Astronomy Domine”, ter ere van gevallen kameraad Piggy, en dat klinkt in deze grote zaal zowaar nog beter dan de avond ervoor.

Terug in de Green Room zetten we onze beide ellebogen in en trekken we ons niets aan van wat er onder onze bottines terecht komen: Ramesses willen we écht zien. Deze Britten brengen met de regelmaat van de klok LP’s en EP’s uit die je eigenlijk in een gifkast met afzuiging zou moeten bewaren. De moordend zware, extreem negatief klinkende doom is niet geschikt voor dagelijkse consumptie maar heeft wel een bizarre aantrekkingskracht. Dat ligt ongetwijfeld voor een groot deel aan de traagst mogelijke riffs die de groep uit zijn instrumenten perst. Haal het tempo van de gitaar en bas nog verder naar beneden, en de akkoorden vallen als los zand uit elkaar in noten en drones. Dat gebeurt niet en dus kun je toch hoofdwiegend de nummers proberen te volgen. En al is dat niet eenvoudig, de voldoening achteraf is wel navenant.

We laten ons tot op het einde overrompelen door deze geweldenaren, maar halverwege loopt de zaal plots voor de helft leeg. Daar zal het Shrinebuilder optreden wel voor iets tussen gezeten hebben. Wij hoeven even geen doom meer echter, en trekken de Bat Cave in voor Stone Axe, een groep die bezig is een reputatie op te bouwen als het op ouderwetse kroeg-boogie op aankomt. Die wordt overigens waargemaakt. De Meat-Love lookalike Dru Brinkerhoff heeft overduidelijk al een flink feestje gebouwd met zijn maatjes vooraleer ook de Bat Cave hier deelgenoot van te maken, maar zingt niettemin krachtig en met een al bij al vrij zuivere blues-stem. De warme boogie-ritmes en ouderwetse rock-‘n’- roll gitaar van Tony Reed inspireren het halfvolle zaaltje om eens alle remmen los te laten. Hoe kan je ook stoïcijns blijven bij stampers als “Just a little bit” of “On with the show”. Dit optreden was een welgekomen afwisseling en maakt het hoofd volledig vrij voor de hoofdact van de dag, misschien wel van het festival.

Swans komt in schijfjes het podium op en wanneer Michael Gira de groep eindelijk vervoegt, staan daar al twee percussionisten, een toetsenist een bassist en een gitarist van jetje te geven. Ook Swans heeft het zich duidelijk tot missie gesteld om zo heavy en luid mogelijk te spelen. De dreigende geluidsgolven drukken ons bijna letterlijk tegen de achtermuur van de grote zaal. De batterij aan opgestelde versterkers en instrumenten blaast een indrukwekkend luid spectrum aan tonen de zaal in. Gira debiteert zijn bevreemdende lappen tekst meer dan hij ze zingt maar vergeet gelukkig niet om ook af contact te zoeken met het publiek. Die adempauzes zijn welgekomen, de overweldigende sonische capaciteit van Swans laten ons min of meer uitgeteld achter. Dit zo goed als zonder gebruik van vervormde gitaren, straf optreden zij het bij momenten toch een beetje langdradig. Al werd de lange opbouw van de nummers in onze ogen soms onnodig gerekt, de uiteindelijke climaxen waren van zo’n apocalyptische kracht dat ze een volwassen kerel huilend op zijn knieën konden brengen.

Zo zat ook dag drie erop. Een dag die het mogelijk maakte dat we door het sterke programma zowel Ufomammut als Shrinebuilder als Yakuza links liet liggen. Als dat niet het noteren waard is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =