Roadburn 2011 :: vrijdag 15 april, 013 (Tilburg)

De wonden zijn gelikt, de nekwervels opnieuw op hun plaats gezet, onze man blikt tevreden terug op dag twee van Roadburn.

Mooi op tijd arriveren we in Tilburg om in de Main Room van 013 de aparte opstelling van Keiji Haino te bewonderen: drie ferme gitaarversterkers, een basgitaarversterker, drie microfoons en een batterij elektronica. Het arsenaal belooft lawaai en de Japanner maakte dat meer dan waar. Haino is meer performer dan muzikant of artiest. Zijn gitaaraanslagen worden vermangeld en vermalen, en op volle kracht terug de zaal in gezonden. Ja, de door Sunn O))) gecureerde dag begon in gepaste stijl. Toen de langharige Japanner zijn instrument terzijde legde en met veel theater zijn theremin-achtige golven-generatoren — of wat het ook moge zijn — begon te bespelen, moest we onwillekeurig aan Alex Agnew denken. ‘s Mans typering van de “Japanse Noise” is hier volledig toepasbaar, een half uurtje in deze betonmixer was meer dan voldoende. Nu, opdracht volbracht voor deze man: we staan op scherp voor de rest van het programma.

Tijd voor het tweede Circle optreden van het weekend. Na het multi-sensoriële, desoriënterende spektakel van de avond ervoor, speelt de groep vanavond samen met de overige leden van Pharoah Overlörd. Beide bands delen immers een aantal muzikanten. Dat betekende in totaal maar liefst vijf gitaren op het podium, twee zangers, bas, drum en de toetsen van Circle frontman Mikka Rattö. Het combo brengt echter overwegend muziek waarbij die uitgebreide opstelling niet echt een meerwaarde vormt. De basis van de meeste nummers bestaat uit vrij simpele metal of hard rock: de Pharoah Overlörd kerels houden duidelijk van de eighties en de bijhorende rockster-drama.

Zelf vinden we dat allemaal wel te pruimen, maar een flink deel van het Roadburn publiek reageert eerder lauw. Even komt daar verandering in, als Rattö van achter zijn keyboard uitkomt en de zaal bespeelt, zoals alleen hij dat met zijn houterige gebaren en krachtige theatrale zang kan. Iets wat die valse kraai van Phaorah echt niet lukte, hoe graag hij het ook gewild zou hebben. Nee dan horen we liever de zanger van Night Horse die enkele nummers kwam meezingen, maar ook hij krijgt de zaal niet echt losgewerkt. Jammer, ons laat deze set vrolijk en blij achter, eerder bijzonder voor deze “zwarte” dag.

Bij het woord cult-groep vindt u in het woordenboek ongetwijfeld een foto van Winter. De New Yorkse band bracht in zijn bestaan slechts één album uit, ongeveer twintig jaar geleden, maar wordt wel door de halve doom-scene als invloed vermeld. Hoofdzakelijk dan de helft voor wie het niet traag en doods genoeg kan zijn. Met maximaal volume, minimaal tempo en een muur van geluid die langzaam over de zaal heen schuift, imponeren de drie alledaagse “Joe The Plumber” types. De verlegen kerels, nauwelijks bewegend of contact zoekend met de zaal laten de muziek voor zich spreken. Het lijkt wel alsof ze even perplex stonden als het publiek in hun zelf gecreëerde sonische magma. De spaarzame tempoversnellingen worden telkens strak en efficiënt gebracht en refereren evenveel aan death metal als aan krakerspunk. De zwart-wit beelden van verval en ondergang die voortdurend geprojecteerd worden, maakten de impact van deze oer-deathdoom alleen nog maar groter. Geen band voor elke dag dit Winter, maar deze set was eentje om in te lijsten.

Na het één-akkoord-per-minuut spel van Winter komen we in de Bat Cave terecht bij de Noorse d-beat punkers van Summon The Crows die ongeveer een volledig nummer in één minuut kwijt kunnen. Een groot contrast, maar niet onaangenaam. De band beperkt zich immers niet tot het op hoge snelheid afhaspelen van simpele akkoorden. Duidelijke thrash invloeden brengen wat complexiteit en afwisseling. Om het baardige roadburnpubliek aan het pogoën te krijgen zullen de groepsleden zich de volgende keer duidelijk wel wat minder als Scandinavische ijspegels moeten opstellen en wat contact zoeken. De band gebruikte nauwelijks de helft van zijn tijd, maar dit onverwacht goede optreden maakte het missen van Trap Them toch ietwat goed.

Corosion Of Conformity, dolt wél met het publiek en met elkaar. Vooral de buikige drummer Reed Mullen krijgt er niet genoeg van de grote zaal te bespelen en zijn maats op te jutten. Die collega’s zijn overigens Woody Weatherman en Mike Dean: de originele COC bezetting dus. Samen brengen ze uitsluitend het oude thrash- en punkgeoriënteerde materiaal en dat engageert genoeg Roadburners voor een bescheiden moshpit. Terecht, want hoewel een beetje gedateerd worden de nummers vol energie gebracht. Weatherman’s gitaar bungelt nonchalant halverwege zijn afgeknipte jeans maar wat eruit komt, is strak en vurig gespeeld. Dean schreeuwt in de micro alsof hij nog steeds een misbegrepen puber is en dat kan allemaal op redelijk wat waardering van het publiek rekenen. COC was vandaag dan misschien een buitenbeentje op het hoofdpodium, maar zeker geen miscast; gewoon even iets anders voor het aan de headliner is.

Dat is natuurlijk Sunn O))), dat ruw geschat tien versterkers per gitaar op het podium stapelt en zich hult in de gekende monnikspijen en rookwolken. De curatoren van deze dag hebben zich duidelijk voorgenomen om al hun genodigden riant te overtreffen qua volume, en daar slagen ze zonder twijfel in. En toch is het ons ding zo niet, die bijna snijdbare drone-materie, dus weg zijn wij, want er zijn altijd alternatieven.

In de Green Room speelt immers tegelijk het Finse deathdoom gezelschap Hooded Menace. Hier geen gewaden, maar simpele sweaters met een kap. Tegen een achtergrond van bloederige zombie- en satanisme-horrorfilms overstelpt de groep de zaal met zompige, gemuteerde doomriffs. De muziek is overwegend aan de trage kant, maar heeft steeds voldoende duidelijke hooks en geregeld een leuk solootje. Opvallendste kenmerk van de band is de ongelofelijke smerige rochelgrunt van de frontman, een schriel uitziend veganistisch dreadlocktype. Het effect van een uur lang sloom maar bruut gebeuk zonder het minste contact met het publiek is dat we dit steeds beter beginnen te vinden. Nekwervels zetten het op een kraken. Efficiënt, zullen we het maar noemen.

Even reppen, na dit Hooded Menace, om in de Midi de eerste set dit weekend van Voivod te zien. Noem het jeugdsentiment, maar als eerste metalband waar we ooit een cd van kochten, moet dit voor ons het hoogtepunt van de dag worden. De plaat in kwestie was overigens het, in onze ogen ondergewaardeerde Negatron , met Erik Forrest op zang. Sinds een aantal jaren is oorspronkelijke zanger Snake terug in de groep en die blijkt in uitstekende stemming. Dat zal wel aan de nederwiet liggen, die hij naar eigen zeggen tegen de jetlag rookte. Gitarist Piggy bezweek enkele jaren geleden aan kanker en zijn schoenen worden op het podium gevuld door Dan ‘Chewy’ Mongrain. Zware schoenen om aan te trekken, maar de man doet het met klasse en overgave. In die mate zelfs dat de band nu aan nieuw materiaal aan het werken is.

Eén nieuw nummer kregen we als voorproefje: “Kaleidos” en dat greep duidelijk terug naar hun jaren tachtigsound, waarop vanavond sowieso de nadruk al lag. “Global Warning” van Infini was het enige andere recente nummer. Het antwoord op Snake’s vraag wie het album had gekocht was nogal voorspelbaar lauw, misplaatst was die track anders niet. Ook openers “The Unknown Knows” en “The Prow” linken we aan het meer up-tempo (prog)rock-gerichte aspect van de band. Door de luide metalige bas van Blacky en de wat agressievere live-zang van Snake is er geen al te groot contrast met de hoofdbrok van de avond: Voivod’s compleet unieke onnavolgbare sci-fi thrashmetal.

Oer-stampers als “Voivod” en “Ripping Headaches” brengen de zaal in metalen extase. De wervelende complexiteit van “The Experiment”, “Tornado”, “Tribal Convictions” of “Overreaction” dreigen onze hoofden eraf te schroeven. Het tempo en de intensiteit blijven de hele tijd hoog, het spel waanzinnig strak, dissonant en uniek. Naast een nieuw nummer krijgen we ook een live-premiere van het nummer “Forlorn” van op Phobos uit dezelfde periode als het reeds aangehaalde Negatron (waar niets van gespeeld werd). Tijdens dit optreden wordt echter pas duidelijk hoeveel een hedendaagse groep als Mastodon naar Voivod geluisterd heeft. Alleen zou die band ook wel wat van hun voorgangers’ podium-enthousiasme mogen overnemen. Het optreden wordt afgesloten met hun versie van Pink Floyd’s “Astronomy Domine”, dat aan Piggy werd opgedragen; een goede, intense maar rustigere afsluiter van een dik uur metal op het absolute top-niveau. En morgen? Morgen is er meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + vijf =