BEST OF: R.E.M.

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van goddeau om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van R.E.M.

1. Radio Free Europe

Het begin. Opgenomen in 1981 en nog eens opnieuw voor debuutplaat Murmur in 1983. Bijna dertig jaar later is het moeilijker in te schatten, maar destijds was het niet enkel de blauwdruk voor R.E.M. in de jaren tachtig, maar het liet ook een frisse wind waaien door de gitaarmuziek, stond aan de wieg van de Amerikaanse college rock en mag worden beschouwd als de Yankee tegenhanger van The Smiths. Valt ook op door de propere no nonsense-productie, die voor de rest van het decennium mee zou gaan.

Hoogtepunt: vanaf 0’00″. Tak-tak-tak-tak.

2. It’s The End Of The World As We Know It (And I Feel Fine)

Gejaagd, luchtig en grappig hoogtepunt van Document (1987) en lange tijd een van de hoogtepunten tijdens de concerten. Het had de energie van de punk, het was catchy als de beste pop, en er zaten genoeg woordspelletjes en geinigheden in om de opgroeiende snotneus in onszelf een tijdje mee zoet te houden. Was tot het verschijnen van “Sam” van de Meat Puppets de ultieme tongbreker.

Hoogtepunt: 2’29″. “Leh-nerd Bern-stein”, vooral als je die net op het juiste moment mee kon aframmelen.

3. So. Central Rain

Uit de tijd dat Michael Stipe nog zo onopvallend mogelijk in de microfoon neuzelde. Vreemder is dat ook de rest van de band in dit nummer schijnbaar zo onopvallend mogelijk staat te musiceren: er is niemand die de aandacht echt naar zich toetrekt. Een perfect uitgebalanceerde song dus, die de blauwdruk werd voor R.E.M.’s typische valse tragen: net te rustig om op rond te springen, maar met genoeg weerhaakjes om ongestoord uw lief op binnen te smossen. Niet dat we ons tot dergelijke vulgariteiten zouden laten verleiden als R.E.M. opstaat, dat spreekt.

Hoogtepunt: 2’40”. De bandleden lijken dan plots toch om ter hardst de aandacht naar zich toe te willen trekken.

4. Losing My Religion

Kapotgedraaid, misbruikt en binnenstebuiten gekeerd. Iedereen herinnert zich vast die symbolisch geladen videoclip vol zwaar op de hand liggende religieuze symboliek en een schijnbaar bezopen, als een halvegare dansende Stipe (het Michelleke bleef jarenlang dé voorkeursdans van de Vlaamse adolescent met vaag-artistieke plannen), maar het was ook een van de meest volmaakte singles van de vroege jaren negentig, een van de laatste stuiptrekkingen voor de grungehausse en een aan een verdacht simpele mandolineriedel opgehangen triomf van vakmanschap.

Hoogtepunt: “I think I thought I saw you try.” Lang op geoefend.

5. Fall On Me

Symbool van de zweem van mysterie die steeds rond Stipe’s songteksten hangt: gaat het nu over zure regen, onderdrukking of toch maar gewoon over de liefde? Voor antwoorden geeft Michael Stipe niet thuis and we feel fine. Multi-interpretabele parel uit Lifes Rich Pageant waarop Mike Mills vocaal mee op het voorplan treedt en waaruit we volgende memorabele tekstregel lichten: “There’s a progress we have found — a way to talk around the problem”.

Hoogtepunt: 1’25”. Het punt waarop Stipe zelfverzekerd het stemstokje doorgeeft aan Mills.

6. Low

Onderbelicht en gloomy prijsbeest uit Out Of Time, geprangd tussen “Losing My Religion” en “Near Wild Heaven” (!) en mijlenver verwijderd van de jengelende R.E.M. van medio jaren tachtig. Uit een toenmalig interview met gitarist Peter Buck: “We zouden op automatische piloot nog tien keer iets als “Driver 8″ kunnen schrijven, maar daar hebben we nu even geen zin in.” “Low” is R.E.M. in ultima forma, met de gitaren kort aan de ketting gehouden en de — gedempte — spots op orgel, violen en conga’s. Niet zo veel later tekstueel gesampled door dEUS in “Via”: “I skipped the part about love”.

Hoogtepunt: 3’08”. In de derde strofe schakelt Stipe met verschroeiend gevolg een vocale versnelling hoger.

7. Leave

Hoogtepunt van New Adventures In Hi-Fi, een plaat die wat te lijden had onder een gebrek aan schrapzucht en bijgevolg al eens wat vulsel torste. Maar wel dit “Leave” dus. Een epos van zeven minuten waarin R.E.M. dezelfde mistige hoeken opzoekt waar ook “Let Me In” (van op Monster) ontstond. Traag wordt de intro opgebouwd vooraleer Peter Buck zijn gitaar machtig laat ronken. Meteen barst ook die zwiepende sample los die doet vermoeden dat er buiten een ambulance staat te wachten en het nummer zijn urgentie geeft. Stipe zet ondertussen één van zijn meest doorleefde performances neer en brengt het nummer met elke “Lea-eave” naar een nieuwe climax. Majestatisch.

Hoogtepunt: 1’16”. Peter Buck laat zijn gitaar opwellen, en meteen: kippenvel.

8. Drive

Het was vast even schrikken voor de fans die R.E.M. had weten te veroveren met de uptempo singles uit Out Of Time. Minder dan een jaar na het in vergelijking van lachgas vergeven “Radio Song”, is er plots deze gitzwarte vooruitgeschoven single uit Automatic For The People, een album dat — minus het stilaan tot zelfmoord aanzettende “Everbody Hurts” — met de jaren uitgegroeid is tot een van de beste herfstplaten ooit. “Drive” trekt de boel op gang — of de diepte in, zo u wil — en doet dat zoals dat begin jaren negentig de gewoonte was: pessimistisch tot en met.

Hoogtepunt: 02’04”. Peter Buck (ja, hij weer) laat voor het eerst een elektrisch geladen gitaarriff door de song gieren, terwijl Michael Stipe zich luidop afvraagt of de kids misschien niet gewoon crazy in the head zijn.

9. World Leader Pretend

“World Leader Pretend” was de enige song uit Green waarvan de tekst met de plaat werd meegeleverd en nog konden we niet met zekerheid stellen waarover Michael Stipe het nu echt had. Niet over werelddominantie schatten we, ondanks het feit dat Green gezien wordt als R.E.M.’s politieke plaat, die bovendien werd uitgebracht op de dag dat George Bush Sr. werd verkozen tot 41ste Amerikaanse president.

Hoogtepunt: 2’46”. De drums houden even in en geven de ruimte aan de piano en een beresterk zingende Stipe.

10. Time After Time (AnnElise)

Volgens de legende een song over het verder door geheimzinnigheid omgeven “water tower incident”: een voorval dat voor de schijnbaar nochtans zo brave Mike Mills en zijn gezelschap eindigde met een lift in een politiecombi. Volgens andere bronnen was het nummer er voor het incident, maar wat er ook van zij: “Time After Time (AnnElise)” ademt meer dan eender welk nummer in de R.E.M.-catalogus de sfeer uit van een zich tegen valavond voltrekkend tafereel waarbij het geluk van de betrokkenen hoger aangeschreven staat dan regeltjes uit een of ander wetboek.

Hoogtepunt: 02’21”. Na een instrumentale break komt de melodie van het nummer opnieuw naar boven en wordt het melancholische gevoel dat overblijft na een avond gelukzaligheid plots tastbaar.

11. (Don’t Go Back To) Rockville

Eentje waarin het geheime wapen van R.E.M. ten volle uitgespeeld wordt: de backing vocals van Mike Mills. Ga maar na, zelfs op het nieuwe Collapse Into Now (in “Everyday Is Yours To Win”) volstaat het dat Mills op de achtergrond “Oooh” begint te zingen en de song in kwestie is geslaagd. Zelfs als het, zoals in dit geval, een enigszins banaal naar country neigend liefdesnummer is. Door het nagenoeg onverstaanbare gemompel van Stipe is “Rockville” echter prima stuff voor eenieder, en zeker jongelingen, wiens bron van liefde en geluk zich elders bevindt en de ontstane leemte wil opvullen met een heerlijke deun.

Hoogtepunt: 01’22”. Het refrein dat een eerste keer losbarst en waarmee R.E.M., al in 1984, laat horen dat een meezingend, tienduizenden koppen tellend publiek niet noodzakelijk een utopie hoeft te zijn.

12. Orange Crush

Een van R.E.M.’s vreemdste nummers: weids galmende gitaren en achtergrondzang, waarover Stipe enigszins militant klinkende nonsens verkoopt, terwijl op de achtergrond het ritme regelmatig lijkt te stikken. En een van de minst irritante ‘oh-oh-oh’-refreinen ooit. Een enerverend, onrustig nummer, dat slaat en zalft als een wonderlijke combinatie van de militantste Clash en publiekvriendelijkste Coldplay. Goddeau’s favoriete R.E.M.-song, zo bleek uit de tellingen.

Hoogtepunt: 0’00”. De song lijkt zich even te verslikken in de intro, maar krijgt dan toch alle ruimte.

13. Imitation Of Life

R.E.M. doet nog eens een R.E.M.-eke, maar dan zo verdomd goed en aanstekelijk gedaan, dat het zich meteen genadeloos in de hersenschors vastbijt. Sindsdien live elke keer weer goed voor een feestje, en het armgeflapper dat we sinds “Losing My Religion” op elk popnummer van R.E.M. loslaten. In een notendop? Gewoon een brokje onversneden fun.

Hoogtepunt: 2’01”. Dat orgelsolootje. Zo vintage dat er grof geld voor wordt geboden. En dan, met nog meer vigeur, nog eens het refrein in.

14. Country Feedback

R.E.M. maakt er een gewoonte van om pareltjes achteraan albums weg te stoppen. Deze prachtsong staat wat verloren helemaal aan het einde van Out Of Time en lijkt op het eerste gehoor weinig speciaals, maar kruipt met de minuut dichter tegen je aan en blijft onherroepelijk aan de ribben plakken. Stipe klinkt wanhopiger en ontregelder dan ooit en zingt een in één take opgenomen en geïmproviseerde tekst die nauwelijks het ritme lijkt te volgen. De band breit er onverstoorbaar een vreemde, verslavende combinatie van shoegaze en country onder. Het zou Stipe’s favoriete R.E.M.-song zijn en is nog steeds het juweeltje voor de fans wanneer het op concerten opduikt.

Hoogtepunt: 1’35. I was central /I had control / I lost my head” en zo klinkt het ook.

15. Find The River

Een akoestisch gitaartje, een melodicadeun, en daar heb je een Slotnummer met grote S. Oorspronkelijk de afscheidnemer van Automatic For The People, is dit nummer het druilerige herfstgevoel verklankt: “nothing is going my way”. En toch ook zelfzeker vertrouwen: “Pick up here and chase the ride/All of this is coming your way”. Alsof het na alle zwartgalligheid op die plaat, toch nog “kop op” moest zijn. Een mooi idee om mee te eindigen, een ronduit schoon nummer om dat te begeleiden.

Hoogtepunt: 2’45”. “The river to the ocean goes/A fortune for the undertow/None of this is going my way”. Stipe zet het stevig aan, en het nummer wint nog aan bezieling in de finale. Bleiten, is het. Geloof ons.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + acht =