Sleigh Bells :: 12 februari 2011, AB

Don’t believe the hype, pleegde Flavor Flav ons wijs te maken. Sleigh Bells werd het afgelopen kalenderjaar met lichtsnelheid de hoogte in gekatapulteerd, en dat noopte tot enig wantrouwen. Maar het enige wat nog relevant is aan Flavor Flav, is zijn ridicule klok, dus gingen we met de ogen dicht vlot mee in dat frisse, rellerige debuutplaatje van een nieuwe roedel Young Americans. En vervolgens maar hopen en bidden dat het geluid live ook recht bleef staan.

Noors openingstrio Deathcrush dwong ons tijdens hun lawaaierige, hopeloos tussen Death Metal en No Wave inwringende set tot enkele gewichtige vragen: Waarom hebben zoveel groepjes hun attitude eerder klaar dan hun geluid? Maakt een boom die in het midden van het bos valt nu effectief geluid, of hoe zit dat? Is een melodie er wel één als we hem halverwege al vergeten zijn? Is “Silvester Anfang” het beste nummer op Deathcrush, of valt die eer “Chainsaw Gutfuck” te beurt? Zouden we ons hemd wel aanhouden, want het is hier echt wel veel te warm? Hoe lang moet dit nog duren? Mhm, vooral die laatste vraag bleef boven alles hangen. Leuk om even naar te gapen, zo’n wulpse trienen die hun gitaren nodeloos staan te geselen en Grandmaster Flash droppen in hun dreinerige kakofonie, maar vooral hopeloos irritant, en waarschijnlijk ook geen lang leven beschoren.

Met Treats kregen we van Sleigh Bells vorig jaar de leukste oplawaai in tijden op ons smoelwerk geserveerd: een rollercoasterritje van ocharme 32 minuten, dat met zijn explosieve cocktail van rollende hip-hopbeats, gierende metalgitaren en lieflijke popliedjes Sleigh Bells aan de wereld ruchtbaar maakte. Dat Alexis Krauss en Derek E. Miller met hun tweetjes, en met de voorgeprogrammeerde beats waar ze live ook op moeten leunen, te veel zouden vastzitten in het strakke stramien van hun plaat en zo geen livedynamiek zouden kunnen scheppen, werd al gauw duidelijk in beukende opener “Infinity Guitars”: een heerlijk nummer, maar hun uitvoering ervan legde de pijnpunten duidelijk bloot. Met maar 35 minuten materiaal kan een show niet lang duren. De perfecte vertalingen van “A/B Machines” en “Riot Rhythm” zaten zo strak als een jeansbroek rond Natalia’s achterzijde, maar er was altijd dat gevoel dat je naar een veredelde soundmixshow aan het gapen was. Gevolg: Miller stond als een bronstig alfamannetje tegen zijn Marshalltoren aan te schurken, terwijl Krauss nu eens lieflijk het publiek handjes gevend, dan weer krijsend als een speenvarken tijdens mokerslag “Straight A’s” de leemte probeerde op te vullen. Kortom, een lawaaierig geheel badend in het werk van een lichtinstallatie op overuren.

Sommige mensen kunnen dat begrijpelijkerwijs ergerlijk vinden: van een concert wordt nu eenmaal die live-ervaring verwacht, en die belofte kon Sleigh Bells, door meer op het theatrale te leunen, niet waarmaken. Maar die attitude, krachtpatserij en grootspraak, dat is Sleigh Bells net. Neem er het immense pleziergehalte bij van deuntjes als het aan Shangri-La verhangen “Rill Rill” (dat live uitstekend recht bleef staan als hemels popnummer en de nodige ademruimte gaf in een pokkeluide, razendsnelle set), en u weet waarom wij alsnog tevreden richting heimat trokken. Het is immers niet voor niets dat cheerleaders op de platenhoes staan te pronken en dat Krauss zich op het podium in een American Football-shirt tooide: het is de Amerikaanse High School-atmosfeer op muziek gezet, mét een vette knipoog eraan toegevoegd. Patserigheid en tienerangsten verheven tot het hoogste goed. “What does your boyfriend think about your braces?”, kraait Krauss naar het publiek in “Rill Rill”; dat slaat voor iedereen boven de drankleeftijd op niets meer dan puberaal gebral, maar zonder reserve — en met die ironische kwinkslag in het achterhoofd — was dit een lillende kwak puberaal entertainment waar wij zo nu en dan onverbloemd van kunnen genieten, ook al worden de nummers daarmee door bombastische ketelherrie naar de achtergrond gedrukt. Niettemin stonden we op het verscheurende, met staccatogitaren en lawinegerommel beladen “Tell ‘Em” met onze vuist in de lucht te pompen: ook wij willen af en toe gewoon eens wild doen, zoals we dat op ons zestiende ook konden, op een kitscherig geheel van zware ritmes en plastieken gitaarriffs drijvend op een onmogelijke air van cool en je m’en foutisme. En of er nu een bandje meeliep of niet, het mocht de pret bij ons, en bij het publiek, niet drukken.

Dus nee, Sleigh Bells’ geluid bleek niet perfect vertaald te kunnen worden naar de bühne, en dat is jammer. Je kon dit mits de juiste argumentering misschien zelfs helemaal niet als een concert beschouwen, laat staan een (sl)echte show. Maar toen “Crown On The Ground” met een orgie van oorverdovende uithalen en de nodige bravoure na 35 minuten de deuren dichtsloeg, bleven we persoonlijk op twee gedachten hinken: wat op plaat en luchtgitaargewijs in de living gewoon beter werkt dan in een zaal, hoeft daarom live nog niet als de pest gemeden worden. Bij deze: houdt u van puberaal enthousiasme of een luide, aanstekelijke geluidsbrij? Ga het spektakel dan maar eens gadeslaan. Voor een avondvullende muziekrevue verwijzen we u echter graag door naar iets anders en gewichtiger, misschien wel in uw lokaal cultureel centrum. Deal?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =