Iskald :: The Sun I Carried Alone

Indie Records, 2011

Iskald is een duo koppigaards. Dit is hun derde album, en dat
valt nog steeds in hetzelfde patroon dat ten tijde van hun debuut
al wat ouderwets was. IJselijke Noorse black metal met snelle
tremolo riffs, blast beats en raspende schreeuw/zang; het
begint als genre onderhand aan zijn derde decennium. Dat het daarom
ook gemeden zou moeten worden wil ik niet gezegd hebben. Goede
metal is goede metal, en verdient zijn aandacht ook wel onder een
stroom van striemde kritiek. Fiere gecorpsepainte Noren
trekken zich trouwens ook geen hol aan van de commentaar uit de
rest van de wereld. Zij tergen christenhonden en zweren bij de
suprematie van het vrije individu. En zo zijn we dus rond
geredeneerd, want een vrij individu mag doen wat hij wil.

Iskald bouwt met andere woorden gewoon voort op hun Indie
Records debuut ‘Revelations of Reckoning
Day
‘. Concreet wil dat zeggen dat de Emperor- en
Immortalaanbidding er nog gletsjerdik bovenop ligt, maar
dat men deze keer toch enkele accenten toevoegt. We horen hier en
daar akoestische gitaren om een nummertje in te leiden, of een
break om wat extra cachet te geven. En ik moet zeggen, omdat het zo
minimaal is werkt het, zeker in ‘Forged By Wolves’, dat een
behoorlijk dynamisch nummer is. We horen daar ook nog een andere
toevoeging van Iskald op het standaard patroon. Ze durven wel eens
van die semi-dissonante riffs uitspinnen die ook door bijvoorbeeld
Converge gebezigd
worden om de intensiteit van hun nummers wat te breken, het geeft
sfeer zonder direct al te melodieus te worden.

Echte melodie is er trouwens ook wel aanwezig, ik hoorde een
paar geslaagde solo’s, en in de titeltrack is er ruimte voor
melodieuze zang, naast het geschreeuw. Dat bevalt me aardig, en
samen met het eerder genoemde ‘Forged…’ en opener ‘Under a Black
Moon’ zijn dat zeker de sterkste nummers. Nu ja, opener: na het
obligate, digitaal georchestreerde introotje natuurlijk. Met het
meer dan elf minuten durende ‘Burning Bridges’ wil Iskald het album
afsluiten met een epische noot. Dit lukt maar half, het nummer
lijkt teveel op wat ervoor komt en de tempowisselingen voelen wat
geforceerd aan. Niettemin toont de band ook hier dat ze wel weten
hoe ze met een goed gespeelde blackmetalriff je een lichte vorm van
onderkoelingsparanoia kunnen bezorgen.

Muzikaal gezien zit Iskald in de toplaag van de middenmoot, voor
hen status quo dus. Is dat erg? Momenteel lijkt de trend in dit
genre eerder regressie dan progressie te zijn, Iskald hoeft zich
dus zeker niet te schamen voor dit werkstuk. Het is bovendien ook
goed opgenomen en gemixt met als enige puntje van kritiek de wat
vlakke zang. Ik ga er dan wel voor het gemak van uit dat je al
gewend bent aan het hedendaagse “matrixprinter” dubbele basgeluid.
Dat wordt wel deels gecompenseerd door een goed hoorbare
basgitaar.

De sterkte en de zwakte van Iskald’s derde album is eigenlijk
identiek. Ze spelen namelijk vlot verteerbare, authentiek
aanvoelende maar modern klinkende Noorse blackmetal. Het lijkt wel
alsof ze er bewust naar streven de kerk in het midden te houden en
op die manier zoveel mogelijk fans te verwerven zonder écht aan een
eigen stijl te moeten werken. Ik weet niet of het werkt, maar ik
geef ze deze keer nog het voordeel van de twijfel. Maar het zou me
eerlijk gezegd ook niet verbazen, moest ik nooit meer iets van hen
horen.

http://www.myspace.com/iskald

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × drie =