Sic Alps :: Napa Asylum

Drag City, 2011
V2

Lexemen met wortels in de muziekwereld of -journalistiek, het
zijn moeilijke klanten. Een term die zich laat lenen ter
bewieroking van een band kan zich na enkele jaren transformeren tot
het scheldwoord bij uitstek. Een muzikant schofferen is dus niet zo
moeilijk; naast alle traditionele verbale trucjes, komt het er maar
op aan goed op de hoogte te zijn van de evolutie die bepaalde
buzzwoorden doorgemaakt hebben, en je hebt plots een nieuw arsenaal
ter beschikking.

Er zullen er zeker zijn die zich een tijdperk voor de geest
kunnen halen met bands als Hüsker Dü enerzijds en Sunny Day Real
Estate anderzijds. Men sprak dan over verschillende golven emo, met
een zekere waardering, haast met serene stem. De dag van vandaag
duidt deze benaming op een ander soort genre waar de
oorspronkelijke emo-aanhangers zich doorgaans moeilijk in kunnen
terugvinden, en de modale muzieksnob laat nog liever een invasieve
operatie op zijn/haar persoon uitvoeren dan zich aan een plaat van
Taking Back Sunday te wagen. De tijden veranderen.

Welnu, zo zal het vermoedelijk ook lopen met lo-fi. De
muziekgeschiedenis heeft al eens een lo-figolf meegemaakt, met een
totale explosie rond het begin van de jaren ’90; dit alles was
natuurlijke en logische uitloper van de DIY-cultus enerzijds, en
pioniers die de huis-, tuin- en keukenpop ook werkelijkheid maakten
(R. Stevie Moore voorop). Het klonk ook best spannend, niet enkel
ruw, en de namen die de historische draaikolk wisten te bezweren
staan trots tussen de andere gerespecteerde, periodegebonden
klassiekers. Maar we moesten natuurlijk een revival hebben, en
zoals de postpunk in het voorbije decennium van al haar schittering
ontdaan werd (vooral door journalisten die veel Britse bands
foutief bestempelden als revisionistische postpunk), hebben we ook
nu de suikervrije en wild in het rond neukende horde bloggestuurde
bacillendragers die lo-fi sinds 2007 hebben gepropageerd.

Het is niet meer voldoende om muziek te maken in een
lo-ficontext; tegenwoordig moet de blik halsstarrig achterwaarts
geworpen worden. Sommige bands blazen bellen richting de janglepop
uit de jaren ’80, anderen maken dan weer een soort korrelige new
wave, waarbij het grappig is op te merken dat men die in de jaren
’80 ook al maakte. De jaren ’60 zijn uiteraard ook populair, of het
nu om de sunshine pop van weleer of de rumoerige
garagerock gaat. Ook Sic Alps, de band uit San Francisco rond
gitarist/vocalist Mike Donovan, kwispelt zich een weg door de late
jaren ’60, maar concentreert zich vooral op de psychedelische pop,
met als voornaamste invloeden het latere werk van The Beatles en de
solo-opnames van Syd Barrett.

Voor zij die niet vertrouwd zijn met het fenomeen Sic Alps: ze
bestaan reeds sinds 2006, hebben een trouwe schare fans en zijn
vooral een geliefde liveband. Met ‘Napa Asylum’ hebben ze hun
eerste plaat uitgebracht op een groter label, namelijk Drag City
(dat, o wee het toeval, veel materiaal van Pavement en Silver Jews uitbracht
bijna twintig jaar geleden). Het laatste volwaardige album dateerde
alweer uit 2008, maar er is niet veel veranderd. Geen dolle
verwijzingen naar The Velvet Underground meer, misschien, met Mike
Donovan en zijn pakkende transformatie tot Lou Reed.

De klank is natuurlijk zeer belangrijk bij een band als Sic
Alps. Ietwat ironisch, dat wel, daar we het gebrek aan echte
productie aanzien als ‘productie’, maar een mens kan er bij het
ontbreken van veel aanlokkelijk songmateriaal nu eenmaal niet
omheen. Uiteraard staat alles te luid, dat kon u zelf wel raden.
Conform met het psychedelische model zit er ook reverb op
quasi elk element in de mix, met mogelijke uitzondering van de
percussie. Vooral de stem van Mike Donovan wordt op elk nummer
onderworpen aan divergerende echo’s en andere effecten. Soms wordt
er zelfs gewerkt met overdubs als deel van de
reverb, bijvoorbeeld op ‘Do You Want to Give $$?’. We
hebben identieke zanglijnen in het rechter- en het centrale kanaal,
maar wel apart opgenomen en dus ook licht verschillend. Het effect
is zeker charmant, en het helpt een wat droog nummer interessant te
houden.

Het betreft hier lo-fi, dus verwacht vooral geen lange nummers.
Tracks die onder de twee minuten duiken zijn eerder regel dan
uitzondering; het album bevat zelfs een drietal niemendalletjes van
een veertigtal seconden. Ook opmerkelijk: Sic Alps werkt op enkele
tracks nadrukkelijk met fade-out, die blasfemische
techniek die enkel nog door muzikanten uit de ‘radio age’
gehanteerd wordt. Hoe durven ze. Op zich is hier in feite niet veel
mis mee, alleen duikt de dempende god vaak erg plots op. Voor een
typevoorbeeld verwijs ik u door naar ‘Wake Up, It’s Over’, een
gammel stuk dat zo snel uit de ether wordt gehaald dat je haast
niet anders kunt dan vermoeden dat de band het zelf maar een
schabouwelijke creatie vond. Ziehier ook het grootste probleem met
‘Napa Asylumm’: er lijkt geen filter te zitten op het materiaal.
Alle nummers werden opgenomen tussen 2008 en 2010, en het klinkt
ook alsof men ze allemaal heeft behouden, ongeacht de
kwaliteit.

Maar met de misnoegdheid die deze trend en de muziek met zich
meebrengt en de uitschuivers die Sic Alps weldegelijk maakt, is
niet gezegd dat het hier om een te vermijden verzameling gaat. Meer
nog, er staan zeer aantrekkelijke popdeuntjes en goed uitgevoerde
imitaties te wachten om ontdekt te worden. Vooral de eerste helft
van de plaat, tot en met ‘Ranger’, bezit een overwegend hoge
kwaliteit. De positieve kant van ‘Napa Asylum’ is toch vooral de
verdienste van Mike Donovan zelf, die zich perfect de vocale stijl
van zijn geliefde periode aanmeet. Hij klinkt niet alleen als de
kruising tussen John Lennon, Syd Barrett en David Bowie anno 1968
(met Amerikaanse tongval), hij is ze gewoon. Het is alleen jammer
dat het songmateriaal enige kronkels mist; het is toch vooral
leunen op eenzelfde akkoordenprogressie tot het nummer
uitgesputterd is.

Tweeëntwintig nummers in achtenveertig minuten, dat is wat u
voor uw geld krijgt. Al bij al geen slechte deal, als u
maar weet waar het op ‘Napa Asylum’ wel en niet om draait.
Luisteren naar een plaat van Sic Alps heeft altijd iets weg van je
tuin omspitten op zoek naar intrigerende vondsten, waarbij de
veronderstelling luidt dat uw tuin op een historisch relevante plek
ligt. Kortom: nu en dan komt er een pronkstukje à la ‘Nathan
Livingston Maddox’ tevoorschijn, maar eens u daar (track 22) bent
aanbeland, hebt u al heel wat zwarte brij opgehoopt.

http://www.sicalps.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vijf =