The Frames :: 7 december 2010, Botanique

Wanneer was de laatste keer dat we een concert nog eens echt ongenuanceerd geweldig vonden? Lang, lang geleden, en vast van voor onze tijd als zure, elitaire muziekrecensenten.

Want ja, hoe doe je dat, waanzinnig enthousiast de loftrompet laten schallen over een concert zonder je journalistieke geloofwaardigheid te verliezen? Best niet, dat is de veiligste oplossing.

Maar dan komen The Frames door het land. U weet wel, dat groepje dat al eens beschreven wordt als de-Ieren-die-groter-dan-U2-waren-geweest-in-een-rechtvaardigere-wereld, of ook nog dat groepje dat niemand echt kent maar dat telkens weer zonder probleem Belgische zalen uitverkoopt. Beide zijn overigens beschrijvingen die kloppen. De knakkers hebben deksels goed songmateriaal en verstaan als geen ander de kunst om een publiek voor zich te winnen.

Dat laatste doen ze vanavond bijvoorbeeld door terloops, tussen de nummers door of tijdens een brugje, nogal veel dEUS te spelen (“Little Arithmetics” tijdens “God Bless Mom”, “Hotellounge” tijdens “Star Star” of “Suds & Soda” bij het stemmen van de viool). Maar ook met de hilarische bindteksten van Glen Hansard, die in het brugje van “Pavement Tune” als een televisiepriester een geïmproviseerde massagenezing inleidt (“I want my life to make more sense: the more you say it, the more it does. Say it. Say it. Oh by the way, we’ve got a book for sale”) en even later een stukje hillbilly-banjomuziek ten beste geeft.

Maar juist ja, de songs, want daar gaat het tenslotte nog altijd over. Op cd niet altijd even onvergetelijk, maar live stààn ze er. Zo zijn er het aangrijpende “Santa Maria” (dit in de bissen spelen, doe het maar eens), het brandende hartzeer van “Finally” en het verstilde “What Happens When The Heart Just Stops” dat lange tijd overuren draaide op de playlist van Stubru’s Duyster. Het is heerlijk catchy dramatiek zonder gezwollen pathos.

Wat absoluut niet wil zeggen dat het allemaal kommer en kwel is, want Hansard en de zijnen hebben een zwak voor de perfecte feelgood-popsong, zonder dat het ranzig gaat aanvoelen. Het is een sterkte die The Frames zonder scrupules uitspeelt. Soms gooit de groep er zelfs een paar brutaal gedownpickte akkoorden door: zo davert vanavond een lik van Led Zeppelins “Kashmir” voorbij, een kunstje dat de hakkende riff aan het begin van “Monument” later nog eens dubbel zo sterk zal overdoen. De uitgekiende vioolpartijen die nu eens meedobberen bovenop de distortiongolven en dan weer triomfantelijk door de oppervlakte breken, doen de rest.

Alleen jammer van die ene smet. Want wat bezielde The Frames toen, helemaal op het einde, bassist Joe Doyle met een lijzige stem “You Can’t Hide Your Love” aanzette? Het nieuwe nummer ging ver onder de lat die de groep voor zichzelf de hele avond legde. Een onaangename wtf-erlebnis tijdens een verder perfect afgewerkt parcours.

Het zit allemaal zo verdomd goed in elkaar dat er heel weinig van af te dingen valt, niet van de set en al helemaal niet van de songs. Om maar te zeggen: The Frames, u moét ze toch eens gezien hebben. Neem het alstublieft van ons aan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =