Kings Of Leon :: 29 november 2010, Sportpaleis

Of ik niet had overdreven bij het afkraken van Come Around Sundown, is me de afgelopen weken meermaals gevraagd. Geenszins. Dat bewees Kings Of Leon zelf tijdens een globaal sterk en bij momenten ronduit uitstekend concert.

Come Around Sundown is weken later nog steeds een plaat die gladder is dan het wegdek waarop ik naar het Sportpaleis schoof, in een sneeuwfile die wonderwel paste bij het tempo van de plaat. Eerlijk, de verwachtingen waren laaggespannen. En dat bleven ze aanvankelijk nog een tijdje, aangezien Kings Of Leon pas rond kwart voor tien het podium betreedt — en voor de bissen ook nog eens een pak langer dan nodig op zich laat wachten. Aanstellerij? Had het ermee te maken dat Caleb Followill zich wat slapjes voelde — misschien een gevolg van de klierkoorts die de hele band blijkbaar pal tijdens de plaatopnames had getroffen? Een dedain dat deze groep soms uitstraalt naar z’n publiek?

Dat publiek is de afgelopen drie jaar trouwens aan een razend hoog tempo gegroeid én veranderd, en niet ten goede. Het aantal mensen in de zaal dat dit als een brugdagje ziet tussen de Proms en Clouseau zouden we niet te eten willen geven. Huppelkutjes en ook twintigers/dertigers (m/v) laten nacho’s en cola aanrukken, er wordt getaterd alsof ze voor de eerste keer in lange tijd zonder hun vent of vrouw de deur uit mogen en er is ook langs alle kanten druk gsm-verkeer. Dat alles telkens er geen singletje wordt gespeeld, dat spreekt. Het aantal lege zitjes na tweede bisnummer “Sex On Fire” zegt ook veel. Het heeft geen zin min-zestienjarigen te weigeren wanneer een schrikbarend deel mentaal die leeftijd nog niet heeft bereikt.

Tekenend is dat niet alleen zij, maar het grootste gedeelte van de zaal rechtveert tijdens pakweg het lam en tam gespeelde “Notion” — een goede demo die nadien in een emmer bleekwater is gedonderd — van op doorbraakplaat Only By The Night, terwijl het net een van de momenten is waarop de set inzakt. En de vorige vijf minuten apathisch hadden toegekeken wanneer Kings Of Leon net (weer) onder stoom kwam tijdens een retestrak “Four Kicks” en zelfs “No Money”, de beste minuten van Kings Of Leons laatste. Het doet bijna medelijden krijgen met Caleb Followill, die zich beklaagde dat hij het beu is dat het publiek slechts komt voor de paar singletjes. Bijna. Want om op het niveau van de nachovreters te blijven: “Eigen schuld, dikke bult”.

Als Kings Of Leon één ding bewijst vanavond, is het dat de groep zoveel beter kan dan wat ze de laatste drie jaar laat horen. Zelfs openings- en kutnummer “Mary” klinkt een pak scherper dan op plaat, waarna een stevig “Crawl” en een wederom fantastisch “Molly’s Chambers” verschroeien. Niet alleen dankzij een derde gitarist, maar vooral dankzij neefje Cameron Followill die de hele avond lang prikkeldraad rond de beste songs weeft. Verbazingwekkend (heus wel) is ook de pees die drummer Nathan er live weer wél op kan leggen: “Radioactive” wordt een versnelling hoger gespeeld, wat het nummer zeer ten goede komt, en op de felste momenten doet hij het bloed door de songs kolken. Toch geen cvs dus.

Nog positief opvallend is de sobere podiumopstelling, die het helemaal om de muziek doet draaien. Een metalen constructie zorgt voor enkele speciale lichteffecten maar leidt nooit af. Drie schermen geven doorgaans sobere zwart-witbeelden, maar laten het in de loop van de show helaas even afweten. En nu we toch bezig zijn: uitstekende setlist ook, hun bullshitdetector blijkt bij het samenstellen ervan beter te werken dan in de studio. Van op Come Around Sundown worden het degelijke “The End”, “Pyro” — ongetwijfeld een anthem volgend jaar op Werchter — en het lachwekkende, maar op plaat de vreemde eend, “Back Down South” gespeeld, hoewel de hevige gitaaruitvoering er helemaal een draak van maakt.

Ontzettend fijn om te zien en horen hoe Kings Of Leon zich dan weer geeft tijdens felle versies van “Fans”, een ontzettend intens “Closer” en vooral de geweldige splinterbom die slotnummer “Black Thumbnail” is: met die songs en die uitvoeringen is Kings Of Leon een ontzettend sterke band. Dat lijken ze zelf ook te beseffen wanneer ze dan telkens met een overgave spelen die, hoe hard meegebruld ook, “Use Somebody” moet ontberen wanneer de groep het als vier stukken bordkarton speelt. Ook bakvissenvoer als “Revelry”, het eerder genoemde “Notion” en “The Immortals” haalt telkens de vaart uit de set, terwijl “Knocked Up” bijvoorbeeld zeven minuten intense klasse blijft, hoe fout de “Ooooh-oooo-oooh-oh” ook meegescandeerd wordt — het vloekt dat het klettert met de oorspronkelijke song. Because Of The Times mensen, onthoud die titel.

Zijn ze dus echt in it for the money? Het doet Kings Of Leon ongeloofwaardig en onecht overkomen, zeker wanneer Caleb wederom begint te bedanken “to spend your money on us”, waarschuwt dat het volgende nummer de mist kan ingaan omdat ze het nog niet vaak gespeeld hebben (in dit geval “No Money” dat al wékenlang op de setlist in Amerika stond) en uitgerekend net voor de hierdoor helemaal voorspelbare, en weliswaar terechte, extase van “Sex On Fire” zelfs wat aloof zegt dat Antwerpen “the best crowd in a long, long time” was. Laat het gewoon.

Hoe sterk ook, in deze set wordt helaas uitvergroot dat het plaatje niet klopt: de afstandelijke cool die ze willen uitstralen vloekt met hun muzikale behaagzucht van de laatste platen. Met die laatste platen stoten ze hun publiek van de eerste jaren steeds meer af, en lokken ze volk dat zich van de (ook door hen zo beleefde) beste momenten geen hol aantrekt en van hen een singletjesgroep dreigt te maken. Een stevig cashend singlesgroepje, dat wel. Toch is dit een spreidstand die geen enkele band volhoudt. Ze spelen nu in de arena’s die ze zo betrachtten, maar het maakt van Kings Of Leon half de band die ze kunnen, en te horen aan vanavond, moeten (en willen?) zijn. Tijd om keuzes te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − zeven =