Kyte :: 30 november 2010, STUK

Alsof Sigur Rós plots besloten had Coldplay te worden: zo klonk het Britse Kyte op zijn jongste, en wat ontgoochelende plaat Dead Waves. En toen stapte bassist Ben Cox luttele weken voor deze najaarstour uit de band, en moest alles opnieuw bekeken worden. En dat draaide in STUK niet goed uit.

Door het vertrek van Cox moesten zanger Nick Moon, gitarist-toetsenist Tom Lowe en drummer Scott Hislop immers in allerijl de set omgooien en terugkeren naar de begindagen van de groep, toen elektronica op zijn Postal Service de boventoon voerde. Maar dat één en ander niet in elkaar paste, bleek pijnlijk in een tot een stemmig P’tit Labo omgebouwde Labozaal.

Openen met de single, en meteen het sterkste nummer van je laatste plaat, kan immers een erg goed idee zijn om het publiek meteen bij de kraag te vatten, maar niet als het geluid niet op punt staat en het potentieel beste moment van de avond zo al om zeep is nog voor goed en wel begonnen is. En dat is wat er gebeurt tijdens het nochtans knappe “IHNFSA” — een wereldhit die er geen was. De vele elektronica, toetsen en de drums lijken naast elkaar te bestaan, zonder veel coherentie te vertonen, en meteen blijkt Moon live ook verschrikkelijk hard door de mand te vallen als zanger. Meermaals vragen we ons af of hij zich schor heeft gezongen de afgelopen dagen en dit het resultaat is, of dat het gewoon niet beter wordt dan dit. Wat op plaat een hees en zacht geluid is, is hier akelig ontoereikend, en dat wordt vooral duidelijk als een gloednieuw nummer voor het eerst voor publiek wordt gespeeld.

Het is duidelijk dat Kyte zijn geluid op het podium niet goed krijgt. De balans zit volledig verkeerd, en vooral de drums beuken de nummers de vernieling in; ze walsen als een troep losgeslagen olifanten over de songs heen en duwen de rest van de muziek weg. Wat op plaat rond en vloeiend is, is hier in hoekige mootjes gehakt. Songs als “Fear From Death” hangen zo als los zand aan elkaar. De Peter Gabriel-cover “Solsbury Hill” — bedolven onder de tonnen echo en delay waar de groep in grossiert — maakt zo weinig indruk.

Een klein tikje beterschap komt er met slotnummer “The Smoke Saves Lives” dat openbarst op stadionformaat, maar gek veel beter nu ook weer niet. Nog steeds hapert alles als een hortend locomotiefje. Als bisnummer — al blijft de band op het podium staan — volgt nog “Boundaries” van op de knappe titelloze debuutmini, maar ook hier wordt de etherische schoonheid van de plaatversie niet gehaald.

Kyte beschikt over een geluid dat het potentieel heeft om grote zalen te bekoren, en op plaat komt het er op zijn beste momenten ook uit. Live viel de groep echter genadeloos door de mand, al kan dat natuurlijk voor een stuk op het conto worden geschreven van bassist Cox en de pad die hij de groep in de korf legde. Er is nog werk aan de winkel voor Kyte zijn belofte waarmaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =