Foals :: 27 november 2010, Botanique

December staat voor de deur te wachten en dus maken de eerste muziekmagazines maar meteen hun eindejaarslijstjes bekend (een mens mag duidelijk geen album in deze laatste maand van het jaar uitbrengen). Niet geheel onverwachts duikt ook Foals in die lijstjes op dankzij het sterke Total Life Forever terwijl hij met zijn energieke live-set duidelijk ook hengelt naar een plaatsje in de lijst van beste concerten van 2010.

Dat de Orangerie (Botanique) moeiteloos uitverkocht, is niet zo verbazingwekkend. Want naast een sterke tweede plaat is dit, na enkele eerdere passages in ons land op, onder andere, Polsslag en Pukkelpop, de eerste maal (de passage als voorprogramma van Snow Patrol buiten beschouwing gelaten) dat de band in een club optreedt. Het is ook de eerste maal dat de groep de kans krijgt om op Belgische bodem zijn kunnen voluit tentoon te spreiden en eens niet voor een beperkte setlist hoeft te kiezen of louter voor de “hits” te gaan.

Het gevolg laat zich gemakkelijk raden: met een flink anderhalf uur en een mooie mix van nummers uit beide platen gaat Foals voluit voor de eigenzinnige overwinning. De tonen van “Blue Blood” (Total Life Forever) zijn nauwelijks gestorven of “Olympic Airways” uit het debuut mag al aantreden waarna met “Total Life Forever” en “Cassius” (een nummer voor de mensen die ook de eerste plaat kennen, aldus frontman Yannis Philippakis) opnieuw haasje-over tussen beide albums gespeeld wordt. Net als met het daarop aansluitende “Balloons” wordt pas echt duidelijk hoeveel vinniger en luider de band live is.

Klinkt de mix van mathrock en postpunk op plaat nog afgemeten en ingehouden, dan worden live alle duivels ontketend. In het bijzonder Philippakis bewijst zich als een geboren frontman die meer dan eens als een baldadige puber loos gaat op het podium en zelfs tweemaal met gitaar het publiek induikt. Tijdens het lang uitgesponnen en afsluitende “Electric Bloom” (ook bekend als “Race For The Radio Supremacy”) zorgt hij niet alleen voor extra percussie (waarbij zelfs een van zijn sticks sneuvelt onder zijn geweld) maar beklimt hij ook de P.A. in de hoop via de artiestenbrug naar de backstage het publiek in te duiken.

Is Philippakis de energieke en losgeslagen frontman (ook de microfoonstandaard wordt op een bepaald moment onbedoeld het publiek ingeschopt) dan mag drummer Jack Bevan als de ruggengraat optreden. Net als Matt Tong (Bloc Party) weet hij de afgemeten drumpatronen live te vertalen naar genadeloze mokerslagen, die niet alleen hard maar ook strak klinken en zo een optreden lang de groep van hoogtepunt naar hoogtepunt sturen. Zelfs bij tragere songs als “Heavy Water” en “Spanish Sahara” valt op hoezeer hij de songs in de vingers heeft, met als bijkomend voordeel dat de niet voor de hand liggende drumritmes elke neiging tot meeklappen bij het publiek de knop indrukt.

Het is een geoliede en zich duidelijk enorm amuserende band die op het podium staat, met een enthousiasme dat zich zo ook naar de zaal verspreidt dat een roep om bisnummers niet uitblijven kan. Sterkhouders “The French Open”, “Two Steps Twice” en het enkel als single verschenen “Hummer” mogen dan wel niet gemist zijn tijdens de set, als kers op de taart vervullen ze hun rol met brille. Zo er al een minpunt te duiden valt deze avond, laat het dan zijn dat gitaren opsnoeren tot onder de oksel er nooit cool uitziet, zelfs niet als je aanstekelijke rock speelt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 6 =