Greg Dulli :: 13 november 2010, Trix

“Akoestische set”, “carrièreoverzicht”, “uniek en exclusief”: het zou niet de eerste keer zijn dat Greg Dulli deze doen watertandende, papieren beloften aan zijn laars lapte. Maar wie zich toch een kaartje aanschafte voor An Evening With Greg Dulli kreeg er een fenomenale, overrompelende en verrassende uppercut voor in de plaats.

Greg Dulli profileert zich graag als rockgod: zwaar drugs-en drankverleden, hoerenloperij, onmogelijke eisen stellen aan pers en omgeving tijdens interviews, wispelturig gedrag op het podium, afgevoerd voor iets wat weinig op een voedselvergiftiging leek tijdens de eerste Belgische passage van Gutter Twins en zo kunnen we wel een tijdje doorgaan. Het was dan ook met enige reserves dat we vanavond naar een uitverkochte Trix trokken. Zouden we ons, ondanks de beloften, weer tevreden moeten stellen met anderhalf Afghan Whigsnummer? Of geeft hij er misschien na een half uur weer de brui aan? Groot was de verbazing en de vreugde toen Dulli zijn set zorgvuldig rond een kern van Afghan Whigsnostalgie bouwde. En bovendien nog eens in bloedvorm bleek te zijn.

Dat blijkt al tijdens een bezwerend “God’s Children” (Gutter Twins), waarin hij de rol van Mark Lanegan naar de vergetelheid brult. Gitarist David Rosser demonstreert samen met Dulli hoe twee akoestische gitaren schoonheid uit de meest donkere song kunnen puren. Iets wat hij in mindere mate anderhalf jaar geleden al deed tijdens het teleurstellende An Evening With Greg Dulli And Mark Lanegan. Toen legden ze bijna ostentatief het opzet van de avond (beide carrières akoestisch belichten) naast zich neer. Vanavond selecteert Dulli uit alle albums van zijn repertoire (met uitzondering van zijn soloalbum).

Zo laat hij een fluisterend “A Love Supreme” van John Coltrane, uit de coverplaat die hij in 2004 met The Twilight Singers maakte, in “Please Stay” (Marvin Gaye) vloeien. En bewijst hij hiermee nog maar eens dat hij de enige is die er in slaagt “baby baby baby”-uithalen tegelijk stoer, bedreigend, geil en hunkerend te doen klinken. Die soulvolle brok charisma, die hij even kwijt leek te zijn, is vanavond weer helemaal terug.

Met het meesterlijk beangstigende “The Killer” (“Your driver is gone / Like everybody”), magistraal onderstreept door de ietwat bevreemdende strijkersbegeleiding van Rick Nelson (Polyphonic Spree), zet Dulli een rondje aan de piano in, dat even later zal ontaarden in een samengebalde kern van maar liefst zeven Afghan Whigsnummers. “Crazy” is de eerste aanzet, maar “What Jail Is Like” is de trap voor open doel. Uit het massale en fervente meebrullen lijkt het dat we lang niet de enigen zijn die Gentlemen ooit als dumpcadeau kregen. Het “friends with benefits”-principe blijft nog een tijdje gehandhaafd met “66” en “Let Me Lie To You” (“I’ll be kind when I deceive you / But you must never question me”). Een pijnlijk hunkerend “Step Into The Light” trekt die bindingsangst dan weer in twijfel (“I have to ask, I need to know / Was it ever love? / I need it sweet, baby please / Come and give me some”).

Het is puur, gemeend, gedreven, vurig, zonder ballast. Zonder de ballast van arrogante aanstellerij, waaraan hij zich in het verleden wel eens vergreep. Zonder de aan de microfoonstaander vergroeide asbak en drankhouder. Dulli steekt gedurende twee uur geen enkele sigaret op, drinkt iets dat de helderheid van water heeft en waarvan we zelfs geloven dat het water is.

Zo verwelkomt het publiek “If I Were Going” en een uitgelaten “Summer’s Kiss” met de blijdschap van een klein kind. Ook Dulli, vanavond niet voor een grapje (“Het is comfortabel hier aan de piano, ik voel mij net Tori Amos”), conversatie of aanmoediging verlegen, lijkt tevreden en vooral vol goesting.

De finale wordt ingezet met een ziedend “The Stations” (Gutter Twins) en “Never Seen No Devil”, uit de in februari te verschijnen vijfde langspeler van The Twilight Singers, waarvan we vanavond drie nummers te horen krijgen. Een stukje “Miles Iz Ded” (Congregation) sluit de boeken voor een bisronde waarin onder andere nog de beste The Twilight Singersnummers, “Teenage Wristband” (met een mini-stukje “Pinball Wizard” (The Who))) en “Twilite Kid” aan bod komen.

Greg Dulli has come clean. Figuurlijk en ook letterlijk, zo lijkt het wel. Dat hij ook op deze manier een motherfucker van een show kon neerpoten is een verademing. Afspraak komend voorjaar, met The Twilight Singers, in rockbezetting.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + zeventien =