U2 :: 22 september 2010, Koning Boudewijn Stadion

Hysterische journalisten bombardeerden het al dagenlang tot Een Gebeurtenis, uiteindelijk ging het slechts om een optreden, zonder hoofdletters. Maar wel één dat bewees dat U2 ondanks een erg slappe laatste plaat live nog altijd kan klauwen.

Vooraf was er al heel wat te doen geweest rond deze met erg veel Belgische expertise (maar dat las u ongetwijfeld wel ergens al) opgezette 360°-tournee, die vooral steunt op een podium dat dankzij een vierpotige constructie waaraan alle techniek hangt, van alle kanten te bezichtigen is. Superlatieven vlogen in het rond, boude stellingen werden geponeerd, en er werd zelfs al eens gefluisterd “beter dan Zoo TV“.

Natuurlijk kan deze tour de vergelijking met de Zoo TV niet doorstaan. Die tour uit 1992 was een zeldzaam moment dat vorm en inhoud elkaar naadloos aanvulden. Ja, het was net als 360° een show die de techniek naar zijn hand zette en het stadionconcert zo de eenentwintigste eeuw binnensleurde, maar het was uitpakken met hoogstandjes om ook een verhaal te kunnen vertellen over verwarring, informatie-overload en de kracht van de beeldcultuur. Dat soort lading heb je vandaag niet meer: dit is verbluffend entertainment, maar ook niet meer dan dat: de vorm is er, een bijzondere inhoud niet. U2 heeft niet zoveel meer te vertellen en wil gewoon rocken zoals op zijn laatste paar platen.

Is dat erg? Ja en neen. Neen, omdat Zoo TV van zo’n perfectie was dat het toch nooit geëvenaard zal worden, door U2 noch andere groep, en een technisch straf optreden met het soort lichtshow waar je mond van openvalt en een setlist waar weinig op af te dingen valt ook al heel wat is. Ja, omdat het altijd een tikje méér mag zijn dan zomaar tonen dat je de rijkste en de strafste bent: erg ver van de pompeuze nonsenspodia van Rolling Stones ben je dan niet meer.

Maar laat dat één van de zeldzaam kritische noten zijn. Het zit live namelijk opnieuw goed. De treurnis van de Vertigo-tour, vijf jaar geleden, is vergeten; U2 vliegt er opnieuw stevig in. Meteen zelfs, met een euforisch “Beautiful Day” en de call to arms die de gitaarriff van “I Will Follow” is. Zelfs “Get On Your Boots” wordt hier het vuile rocknummer dat het op plaat al probeerde te zijn.

Bono lijkt in topvorm: wandelt en loopt de volledige ronde catwalk op en neer, luchtbokst wat voor de camera’s van de fotografen, … geen spoor van de ischias die hem voor de zomer nog een aantal concerten deed afzeggen. En ook de predikant in hem houdt zich koest: dit is een rockshow, geen misviering, en op een herhaaldelijk “what’s the time?” na — ongetwijfeld een verwijzing naar de campagne “De tijd loopt” — blijft het vermoeiende missioneren uit. Dat laat hij liever over aan de immer stokoude Desmond Tutu in een filmpje tussen set en bisronde. Er moet immers gerockt worden. Eerst nog even met het banale “Magnificent”, maar al snel met een briljant “Until The End Of The World” en “Mysterious Ways”. En dan blijkt hoe sterk de set is opgebouwd.

Met “I Still Haven’t Found What I’m Looking For” zet U2 de zoektocht naar het zwarte hart van de set in, en vindt dat in een huiveringwekkend mooi “Miss Sarajevo”. Met indrukwekkende controle en een verdienstelijke tenor reproduceert Bono de partij van de ondertussen overleden Pavarotti in een nummer dat vijftien jaar na de Joegoslavische burgeroorlog nog altijd door merg en been snijdt. De naadloze overgang naar het juichende “City Of Blinding Lights” is de catharsis. En ook de techniek mag even met de spierballen rollen: het grote ronde scherm schuift open, wordt nog groter, en werpt het licht in het rond. Het betekent niets — net als de gigantische spiegelbol hoog boven “de spin” tijdens een weergaloos “Ultraviolet (Light My Way)” — maar het doet even de mond van de grond oprapen.

Nieuwe nummers van het volgend jaar te verschijnen Songs Of Ascent tonen geen grote koerswijziging, al lijken ze beter dan die ontgoochelende laatste plaat No Line On The Horizon. “North Star” is zelfs vlakaf het beste nummer dat de groep de laatste tien jaar schreef. Ingetogen, leunend op eenvoudig gitaarwerk, geeft het alle ruimte aan Bono om op zijn meest soulvol uit de hoek te komen. Sterk dat een onbekende song mee het zwaartepunt van de set kan bepalen. Het maakt nieuwsgierig naar die volgende plaat.

Al kan de groep de bal nog wel volledig misslaan. “I Go Crazy If I Don’t Go Crazy Tonight” wordt gebracht in zo’n platte remix dat een mens gaat twijfelen of hij niet in een concert van Black Eyed Peas is beland, de interventie van Frank Dewinne is te melig voor woorden en volledig onnodig.

Waarmee onze kritische zin kan uitgeschakeld worden. In een mooie dubbele bisronde weet “One” immers nog eens voor kippenvel te zorgen, doet “Where The Streets Have No Name” wat het altijd doet — de boel tot ontploffing brengen — en laat het enthousiaste publiekszingen na “With Or Without You” zelfs Bono even sprakeloos. Of beter: hij krijgt er geen speld tussen, en het duurt dan ook even voor we “Moment Of Surrender” krijgen.

“We’ll be back”, belooft een Bono op autopiloot voor hij zich realiseert dat hij de volgende dag al terug is. Beter ware geweest: “we are back”. Op plaat moeten we het nog zien gebeuren, maar live was dit U2 sterk genoeg om veel verwijten van de laatste jaren terug te nemen. Ja, het epateren met de technische snufjes deed de groep soms meer op het Cirque du Soleil van de rock lijken, maar dat moment dat Bono alle soul in “North Star” goot wees de richting wijzen voor een volgende tour: niets in de handen, niets in de mouwen, maar gewoon spelen zonder veel effecten. Een U2 op zijn best heeft niet meer dan dat nodig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − 4 =