Rotor :: 4

Elektrohasch Schallplatten, 2010

Rotor is een stug doorploeterende Duitse band waar al ruim tien
jaar lang niet echt een etiketje op te kleven valt. Het platenlabel
en de gegeven referenties duiden overduidelijk op “Stoner”, toch is
dat zeer ontoereikend. Wat wil je dan nog? Kies maar uit:
instrumentaal, psych, math, doom… ‘t Zit er allemaal wel in.
Rotor is een semi-schizoïde drietal dat van hun vierde album dan
ook een semi-coherent amalgaam heeft gemaakt van alles wat
hierboven al stond. Dat klinkt natuurlijk niet eenvoudig, maar dat
is dan ook een predikaat dat niet bij Rotor past.

Wat (na de overbodige intro) dadelijk opvalt is de “droge” toon van
de mix. Het is even wennen, maar eigenlijk bevalt het me wel.
Vooral de bas ontbeert de typische fuzzy dondertonen,
zonder dat ze daardoor compleet uit het klankbeeld verdwijnt. De
gitaar klinkt scherp en metalig, maar is tegelijkertijd nogal
“krokant”. Je hoort de snaren trillen terwijl ze zich een weg banen
doorheen circuits en magnetische velden, om vervolgens in je
gehoorgangen bedwelmende resonanties op gang te brengen. Op
voorwaarde natuurlijk dat ze lekkere riffs spelen en de hele zwik
voldoende groove en tempo bewaart om je hoofd aan het schudden te
houden.

Dat is zeker het geval tijdens de eerste drie tracks. Daarbovenop
krijgen we nog een aantal onverwachte tempowisselingen en
drumpatronen die van jazz gepikt kunnen zijn. Oh, en ook een eerste
gastzanger op ‘An3R4. Het is de zanger van Dÿse. Hij doet dat goed,
zijn prestatie is ietwat eigenzinnig prestatie maar dat past best
bij de band.

Soms nemen ze wat gas terug en wordt er wat meer melodie en sfeer
merkbaar in de muziek. ‘Costa Verde’ is hiervan het beste
voorbeeld. Het is een melodieuze track die zelfs wat zuiderse
sferen oproept, althans in de oren van deze Noorderling. ‘Derwish’
begint ook wat trager, maar gaat dan steeds sneller. De titel is
goed gekozen, al brengt het nummer me uiteindelijk niet zo aan het
tollen als de echte Derwisjen, ze leiden hoogstens tot wat
geschuifel op mijn stoel vergezeld van instemmend kingeschud.

Het langste nummer op de schijf is ‘Die Weisse Angst’, dat
gedurende vier minuten voortkabbelt vooraleer dan toch wat flarden
stevige groove te laten horen. In al zijn ‘hinten aan’ en
‘suggereren van’ is dit best een geslaagd nummer. Het ritme zakt
nooit weg en de warme tonen contrasteren op een geloofwaardige
wijze met de harde.

Als afsluiter krijgen we nog een nummer met een ander gastzanger.
Het is een geslaagde cover van ‘Neatz Brigade’ van The Obsessed.
Het blijft dicht bij het origineel maar past toch goed bij de
algehele flow en sound van het album.

Het vierde album van Rotor is geen uitzonderlijk goed album, maar
toch een dat je vaak kan beluisteren. De band balanceert constant
tussen “vollen bak” rocken om je hoofd te doen tollen en complexe,
progstructuren die je hoofd doen duizelen. Deze positie is niet
makkelijk vol te houden, zeker voor ondergetekende mag de balans
wel eens wat vaker naar deze of gene zijde doorslaan.

Compleet verlammende besluitloosheid treedt gelukkig slechts een
enkele keer op, tijdens ‘Drehmoment’. Ondanks alle goede
bedoelingen en geluiden zitten er in de tweede helft van de cd toch
verschillende momenten waarin de veerkracht van de band teveel op
de proef wordt gesteld en de luisteraar dus wel eens zou kunnen
afhaken.

Toch is het eveneens een sterkte van Rotor om instrumentale nummers
te schrijven die simpelweg spannend en beklijvend zijn, zonder
daarvoor speciale gimmicks nodig te hebben of opzichtig vertoon van
uitzonderlijke spelerskwaliteiten. Dit is, over het algemeen, een
goed beluisterbaar instrumentaal rock album van een band die het
avontuur aandurft zonder de essentie uit het oog te verliezen. En
de essentie is natuurlijk een pakkende riff.

http://www.rotorotor.de/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − zeven =