Gil Scott-Heron :: 12 mei 2010, Koninklijk Circus

Ouwe zakken die ettelijke jaren geleden muzikaal relevant waren en nu nog eens het podium op kruipen om hun pensioen wat aan te dikken zijn de laatste jaren schering en inslag geworden in de muziekwereld. Begeestering en inspiratie zijn daarbij vaak zoek, en veel meer dan een nostalgietrip schotelen dat soort acts dan ook niet voor.

Dat het ook anders kan, bewees Gil Scott-Heron woensdagavond in het Koninklijk Circus in het kader van Les Nuits Botanique. Dat de Botanique met Scott-Heron het programma van een levende legende had voorzien is een feit, ook al slaagde hij er niet in het Koninklijk Circus volledig te vullen. De vraag bleef of de man nog een relevante show kon geven, dertig jaar na zijn creatief hoogtepunt in de jaren zeventig – des te meer gezien zijn nieuwste album een beetje een vreemd geval is, dat grotendeels bestaat uit covers en enkele korte spoken word-stukken.

Niet dat I’m New Here een slecht album is, allesbehalve, maar het mist coherentie. Misschien was het ook daarom dat hij live slechts één nummer (“I’ll Take Care Of You”, een cover van Bobby Bland) uit de nieuwe plaat speelde en zich voor de rest voornamelijk focuste op zijn ouder werk. In die zin verschilde het optreden dus niet zoveel van dat van andere nostalgieacts, maar Scott-Heron bracht het wel met volle goesting en overtuiging. Daarenboven weigerde hij ook “The Revolution Will Not Be Televised” te brengen, hoewel dat zowat zijn bekendste en meest iconische nummer is, en concentreerde hij zich vooral op zijn meer soulgerichte songs

Aanvankelijk begon hij er volledig solo aan. Eerst door enkele minuten de sympathiekeling en stand-up comedian uit te hangen, waarbij vooral opviel hoe scherp de man nog uit de hoek kwam op zijn inmiddels bejaarde leeftijd, met allerlei sneren aan muziekcritici, CNN en de hiphopcultuur (“I recently found out that I’ve been sampled. I’m ok, it doesn’t hurt, but it does make you check yourself if everything’s still there.”). Maar al snel kroop hij ook in zijn rol als zelfverklaard bluesologist. Openen deed hij met een sterke versie van “Blue Collar”, helemaal alleen achter z’n Fender Rhodes en met alle ruimte die zijn rauwe stem nodig had om de indringende tekst alle aandacht te geven. Na een lange, maar erg mooie uiteenzetting over het ontstaan van de wereld, gebaseerd op de verhalen van “some old Africans”, ging hij dan over tot de legendarische track “Winter In America”, waarin uiteindelijk ook de rest van de band, bestaande uit een percussionist, saxofonist/fluitist en pianist, kwam meespelen.

Scott-Heron nam het duidelijk niet zo nauw met de oorspronkelijke nummers, en bracht ze eerder als jams, waarin ook de andere bandleden ruimte kregen om hun ding te doen. Vaak volstonden een tweetal akkoorden als basis, waarop de band dan improviseerde en waarboven de teksten op relatief vrije manier werden uiteengezet. Soms werden nummers dan ook wat door elkaar gemengd, zoals “The Other Side” en “Home Is Where The Hatred Is” of het pacifistische “Work For Peace” dat naadloos aan een fragiel “Did You Hear What They Said?” werd gekoppeld.

Het hoogtepunt van het concert viel te situeren in het begin, met het drietal “Blue Collar”, “Winter In America” en een erg sterk “We Almost Lost Detroit”. Bij dat laatste nummer verklaarde Scott-Heron dat hij het nummer wou spelen “to make sure it’s still in good shape”, na gesampled te zijn door Common. De rest van de nummers waren op zich even goed, maar hanteerden een gelijkaardig uitgangspunt, waardoor de nieuwigheid er in zekere mate wat af was. Verder rekte de band sommige nummers echt wel te lang, en trad na vijftien minuten jammen op dezelfde akkoorden wel een zekere verveling in. Een indicatie kan zijn dat de band meer dan twee uur op het podium stond maar nog geen vijftien nummers bracht.

Desondanks bracht Scott-Heron hier wel een sterke show, die vooral in het begin een absoluut topniveau haalde, en die aantoonde dat hij na al die jaren nog steeds relevant is. Het publiek was alvast uitzinnig enthousiast, evenals Gil Scott-Heron zelf, die duidelijk in zijn element was als poëtische songsmid, maar evengoed als volbloed entertainer.

{image}

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =