Trans Am :: 8 mei 2010, Botanique

Ondanks bijna twintig jaar op de teller en voldoende platen die door critici en muziekliefhebbers zowat de hemel in geschreven zijn, weet Trans Am de kleine Rotonde niet uit te verkopen. Is het omdat de band een paar dagen ervoor nog in Antwerpen speelde en dra gratis op Sinxen Vlas Vegas (Kortrijk) staat of is er meer aan de hand?

Trans Am is altijd een vreemde eend in de bijt geweest. Lang voordat het hip, cool of in was om de jaren tachtig te plunderen, refereerde de band er al te pas en te onpas na. Daarnaast doken ook geregeld kraut- en synthrock op, al dan niet overgoten gierende gitaren en een snuif progrock. Kortom, Trans Am was nooit voor een gat te vangen terwijl zijn muziek zo gedateerd maar ook treffend parodiërend klonk, dat het niet anders dan een gigantische grap kon zijn.

En dat is het ook, niet op een post-ironisch moderne manier die krampachtig wil tonen hoe een intellectueel elitarisme toch volks kan zijn, maar wel vanuit een kynische (zie Peter Sloterdijk) reflex die niet alleen schaamteloos uitroept dat de keizer geen kleren draagt maar er bovendien al even naakt naast gaat lopen. Wie met de ander wil spotten, moet ook zichzelf in de zeik durven zetten. Op plaat durft zoiets wel eens mis te lopen maar live kan er niet naast gekeken worden: wie een Trans Am-optreden zonder grijns verlaat, ontbeert een funny bone of herkent doodgewoon geen subtiele grappen.

De humor van Trans Am is ook live over the top maar wel op zo een manier dat wie niet aandachtig is, de clou mist. Wanneer bassist/keyboardspeler Nathan Means met opgeheven vuist “I want it all” (uit het gelijknamige nummer) door zijn vocorder schreeuwt, wordt in een zucht de hele stadionrockpose onderuit gehaald, een zet die ook meermaals herhaald wordt door gitarist/keyboardspeler Phil Manley die als volleerd solist zijn gitaar bij voorkeur Slash-gewijs zijdelings in de lucht houdt. Zelfs drummer Sebastian Thomson draagt zijn steentje bij door elk optreden met een protserige gouden ketting om de hals aan te treden.

Het zijn frivoliteiten en knipogen die echter nergens het vakmanschap in de weg staan, de “muscle rock” mag dan wel zwaar op de korrel genomen worden, de aflevering van de songs is weergaloos. Een bijzondere sterrol is daarbij weggelegd voor de menselijke metronoom Thomson die, net als John Stanier van Battles, er een schroeiend drumtempo op nahoudt zonder er ook maar een tel naast te zitten. De band zet bovendien oude en nieuwe songs geheel naar de hand waardoor tijdens de bissen bijvoorbeeld “Play In The Summer” een uitgesponnen uitvoering krijgt die Thomson en Manley de vrijheid schenkt om volledig loos te gaan terwijl Means de bezwerende baslijn repetitief herhaalt.

Echte hits of cultsuccessen heeft de band niet, een greatest hits is dus niet aan de orde en net zo min lijkt het er toe te doen dat er een nieuwe plaat verschenen is. De setlists van Trans Am blijven een verrassing, zelfs in die mate dat het niet altijd even duidelijk is welke songs net aan bod kwamen ( zelfs verstokte Trans Am-fans twijfelen geregeld over een aantal nummers). Dat met onder meer “Dark Matter”(uit de laatste plaat) en “Futureworld” (uit het gelijknamige album) zowel oud als nieuw werk aan bod komt, is zowat het meest relevante dat over de setlist verteld kan worden.

Het is een detail dat er niet eens toe doet want zoals gezegd gaat het bij Trans Am niet om hits of hipheid maar wel om speelplezier, ijzersterke uitvoeringen en flinke dosissen zelfrelativering (Means slaagt er bijvoorbeeld in om midden in een song nog snel een wafel op te peuzelen). Dat de muziek van Trans Am uitstekend zou passen binnen grote stadions maar dat de band vooral tot zijn recht komt in kleine(re) zalen zoals de Rotonde, is het soort paradox waarvan de band zelf ongetwijfeld de ironie inzien zal. Antwerpen en Brussel zijn voorbij maar omdat driemaal scheepsrecht is, krijgt u een nieuwe kans in Kortrijk (23/5).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 4 =