Un Chien Andalou




Wie heeft er ooit gezegd dat je groots spektakel of ambitieuze
verhalen nodig had om filmgeschiedenis te schrijven? De Spaanse
surrealisten Luis Buñuel en Salvador Dalì hadden in 1929 genoeg aan
16 minuten en een handvol bizarre, vaak choquerende beelden om een
prent af te leveren die nog steeds invloed uitoefent op regisseurs
overal ter wereld. Onder de filmmakers die zich nadrukkelijk door
‘Un Chien Andalou’ lieten inspireren, bevindt zich goed volk als
Andrei Tarkovsky, David Lynch, David Cronenberg en Lars Von Trier.
Allemaal mensen die de legendarische, nachtmerrieachtige,
associatief aan elkaar geregen beelden van gruwelijke body
horror
en freudiaanse symboliek met zich meenamen in hun eigen
oeuvre. Hoewel ze je waarschijnlijk ook niet zouden kunnen
vertellen wat het allemaal te betekenen heeft. ‘Un Chien Andalou’
werd door de makers zelf omschreven als een prent die elke
rationele verklaring overstijgt, die nergens over gaat – geen
verhaal, geen personages, geen thema’s. En hoewel er hele boeken en
dissertaties werden geschreven over deze 16 minuten
cinemahistoriek, is er eigenlijk nooit iemand veel verder geraakt
dan dat: het gaat inderdaad nergens over. Behalve misschien over
zichzelf, en over de mentaliteit van de makers.

Elke samenvatting van de film vervalt dan ook al snel in een
opsomming van de shots: we zien een man zijn scheermes slijpen op
een lederen riem. Daarna snijdt hij – in wat ongetwijfeld het
bekendste beeld van de prent is – het oog van een vrouw doormidden
(in werkelijkheid het oog van een kalf). “Acht maanden later” zien
we een man in vrouwenkleren door een straat fietsen en ten val
komen. Wat later probeert diezelfde man (of is het toch een
andere?) in een appartement een vrouw te verkrachten, tot plots
blijkt dat hij een harnas draagt, waaraan hij een piano met enkele
rottende ezellijken en de dode lichamen van twee priesters
voortzeult.

En zo gaat het door: we krijgen shots van een hand met een gat
er in, waar mieren omheen krioelen; dezelfde man merkt plots dat
zijn mond verdwenen is en vervangen door een harige oksel; twee
mannen houden elkaar onder schot. Enzovoort. Instinctief voelen we
aan dat al die beelden op de één of andere manier samenhangen, maar
er komt nooit een narratief op gang. Buñuel en Dalì stelden de film
notoir samen uit droombeelden die ze ooit hadden, en zelden wist
een film de sfeer van een koortsdroom zo treffend te vatten:
beelden en ideeën vloeien in elkaar over. Ze zijn met elkaar
geassocieerd, zonder dat ze inhoudelijk op elkaar volgen of een
duidelijke logische band met elkaar hebben. ‘Un Chien Andalou’ werd
al omschreven als het filmische equivalent van automatic
writing:
je zet je pen op het papier en zonder na te denken,
begin je je hand te bewegen – na een tijdje komen er dan woorden
tevoorschijn, en achteraf moet je constateren wat je geschreven
hebt. Een dergelijk gevoel zit zeer duidelijk in de film – dit is
geen stream of consciousness, dit is stream of
unconsciousness:
twee filmmakers die hun onderbewustzijn op
het scherm proberen te smijten, zonder tussenkomst van het
intellect.

Ironisch genoeg is dat afzetten van het intellect, van het
bewustzijn, een zeer bewuste keuze. Het Franse surrealisme van de
jaren twintig wilde vooral choqueren, rebelleren tegen het
ancienne régime dat verantwoordelijk was voor de Eerste
Wereldoorlog. De schijnbare betekenisloosheid van de wereld na
1918, kreeg uiting in kunststromingen als het dadaïsme en dus ook
het surrealisme – stromingen die concepten als “inhoud” en
“betekenis” omschreven als kwalijke bourgeois-termen, die nog het
best van al zouden verdwijnen. ‘Un Chien Andalou’ past in die
traditie van moedwillige irrationaliteit – zelfs dermate dat de
prent door André Breton, leider van de surrealisten, geprezen werd
als één van de twee enige echte surrealistische films (de andere
was ‘L’age d’Or’, van Luis Buñuel). Buñuel en Dalì waren dan ook
voorbereid op vijandige reacties van de goegemeente – sterker nog,
ze hoopten er eigenlijk een beetje op, want wat voor surrealisten
zouden ze anders zijn? Op de eerste vertoning hadden de makers
stenen in hun zakken gestopt om een woest publiek op afstand te
houden. Jammer genoeg voor hen en hun imago hadden ze die niet
nodig. In ieder geval lijkt het me niet overdreven om te zeggen dat
‘Un Chien Andalou’ op z’n minst gedeeltelijk werd gemaakt om mensen
expliciet op de tenen te trappen. Om hen wakker te schudden, kwaad
te maken of gewoon compleet in verwarring te brengen. Zo lang ze
maar even, al was het maar voor 16 minuten, anders naar de wereld
keken dan daarvoor – niet als een plaats die logisch geordend was
en waar ratio altijd overwon, maar als een plek waar letterlijk
àlles mogelijk was en niets nog steek hield.

De beelden zelf roepen verschillende associaties op. Het spreekt
bijna voor zich dat Buñuel en Dalì anti-kerkelijk waren, en de film
is dan ook bezaaid met geperverteerde religieuze beelden: de hand
met het gat erin herinnert aan de stigmata van Jezus en de dode
priesters die de man voortsleept onder de piano spreken voor zich.
Enfin, voor zover er al iéts voor zich spreekt, natuurlijk.
Seksualiteit is een belangrijk element (ik durf het niet te
omschrijven als een thema), met de verkrachtingspoging als een
centraal set-piece in de film. En dan is er natuurlijk de dood en
het fysiek verval dat daarbij hoort, vertegenwoordigd door de
mieren die in de hand rondkruipen, de rottende ezels en andere
beelden.

Maar daar ben ik weer aan het opsommen, in plaats van te
analyseren. ‘Un Chien Andalou’ is een film waarover je heel wat
verschillende dingen kunt vaststellen, zonder dat je ooit tot een
conclusie kunt komen – toch zeker niet zonder dat je meteen honderd
gaten in die conclusie kunt blazen.

Om dan maar even de meest voor de hand liggende vraag te
beantwoorden: is het ook gewoon prettig om naar ‘Un Chien Andalou’
te kijken? Tja, kijkplezier neemt veel verschillende vormen aan –
het genoegen dat je uit deze prent haalt, blijft grotendeels steken
op het intellectuele niveau en uit het plezier om een stukje
onvervalste filmgeschiedenis te beleven. ‘Un Chien Andalou’ is geen
entertainment – het is anti-entertainment, net zoals het anti alles
is wat we doorgaans verwachten van een film. Maar goed, ik
veronderstel dat mensen die enkel hersenloze ontspanning verwachten
van hun films, sowieso al niet geneigd zullen zijn om deze op te
zoeken. Voor iedereen die echt met het medium bezig is en
geïnteresseerd is in de geschiedenis ervan, is dit in ieder geval
verplichte kost.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =