Lightspeed Champion + Kurran And The Wolfnotes




De zonnestralen die voor het eerst de landschappen deden zinderen
in aangename zomertemperaturen, veranderde de anders zo
luistergrage concertganger in een terrashangend wezen dat het
vertikte om op tijd in de Rotonde te zijn. Het gehavende – niet
alle vaste bandleden stonden op het podium – Kurran and the
Wolfnotes
diende dus ook nog eens aan te treden voor drie
mensen een paardenkop, die halverwege gewoon wegdroomden naar
mojito’s en een zakkende avondzon.

Kurran and the Wolfnotes had melancholische popmuziek in de
aanbieding. Muziek die met de toppen van de tenen balanceerde op de
rand van de folk en met nummers als ‘Pounding Down’ zelfs de lichte
lijfgeur van Grizzly Bear door de zaal liet gaan, zij het een zeer
tamme, slechts lichtzwetende Grizzly Bear.
De frontman, die waarschijnlijk gekozen was door Devonte Hynes
omwille van zijn monotone stemgeluid, was zo vriendelijk om voor
elk nummer de titel of een korte omschrijving van het nummer mee te
geven. “This song is about sex“, waarna geconcludeerd
mocht worden dat de man nog nooit een nacht vol echte passie in
zijn leven had mogen ervaren. Als die song garant stond voor waar
seks allemaal om draait, dan zou het wel een heel erg triest
bestaan zijn.
Hun single ‘Little bitch’ kon hier en daar nog wat voor swingende
heupen zorgen, vooral dan bij de happy few die al ooit gehoord
hadden van Kurran and the Wolfnotes, maar dat was ook het enige
moment dat ze het juk van het voorprogrammabestaan een beetje van
zich konden afwerpen.

Tegen de tijd dat de Steve Urkle van het betere levenslied
Lightspeed Champion in z’n fashionable rode
enkelbroek – met gele kousen, jawel! – het podium onwennig op mocht
schuifelen, had de zaal zich toch al aardig gevuld. De man heeft in
de loop der jaren toch heel wat trouwe volgelingen bij elkaar weten
te sprokkelen die hem in complete verlegenheid weten te brengen
door “We love you, man” te roepen.

Niet alleen had Lightspeed Champion zijn nieuwe ‘Life is Sweet!
Nice to meet you’ onder de arm, maar hij had zijn trouwe bontmuts
vervangen door een luchtig NY-petje en ook z’n band had een
metamorfose ondergaan. Dat laatste was niet helemaal in zijn
voordeel. Devonté Hynes is tout court al niet gezegend met een klok
van een stem maar zijn hyperkinetische drummer en de geluidsmix in
de Rotonde zorgden ervoor dat hij gedurdende de hele set amper te
horen was door het bruuske lawaai van z’n band die met peper in hun
gat leken te spelen.
Bovendien stonden ze er allemaal bij alsof ze er na een paar dagen
toeren al meer dan spuugmoe waren en het spelen volhielden omdat nu
eenmaal iedereen brood op de plank moet zien te krijgen, de een
achter een bureau, de ander achter een schuchtere zwarte
knaap.

‘Marlene’ is natuurlijk een pittige dame, maar ze liet al meteen
horen dat de mix van deze band met Hynes niet helemaal juist in
elkaar gedraaid was. De funky touch verging naast Hynes’ stem
helemaal in een rocksoep. “Give up all your love” kwam er
met moeite bovenuit.

Het anders zo ingehouden, mooie ‘Midnight Surprise’ werd als een ei
in een veel te grote kom door elkaar geklutst om daarna als een
ondefinieerbare omelet over het publiek gegoten te worden. Het
hadden net zo goed drie nummers kunnen zijn, maar het was er wel
degelijk maar eentje.

Het beterde gelukkig wel, met ‘Galaxy of the lost’ en even daarna
‘Tell me what it’s worth’; de oude nummers die het wél goed deden,
na ‘Midnight Surprise’, waren een welgekomen verademing. Hij bracht
ook een nagelnieuw nummer ‘Straight’ mee, dat ondanks een abrupte
stop, zeer aangenaam in het oor lag.

‘Madame van Damme’ mocht net als op de plaat het mooie weer komen
maken en het woestijnzand werd met het westernachtige ‘Sweetheart’
helemaal weggeblazen. Zo maakten ze het gerommel van de eerste
nummers weer helemaal goed.

Maar wanneer Hynes alleen met z’n gitaartje terug het podium op
mocht komen, bewees hij nog meer eens wat de hele avond al in de
lucht hing: hij had dit veel beter zonder band gedaan. Hij kan het,
hij is er als muzikant begenadigd genoeg voor om een publiek aan
zijn grote lippen te laten hangen alleen door zichzelf, een gitaar
en een piano te laten spreken. ‘There is nothing underwater’ was
een prachtversie.

Als laatste toemaatje kwam er “a sort of funcover“. Hoewel
de hoop op ‘Devil in disguise’ meteen de grond werd ingeboord,
kreeg het publiek het aardige ‘It won’t be long’ van The Beatles
aangereikt.
Het zal hopelijk niet lang duren vooraleer Devonté beseft dat hij
de concertwereld heus wel in z’n eentje aankan.

Meer afbeeldingen Lightspeed
Champion

Meer afbeeldingen Kurran
And The Wolfnotes

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =