Sukilove :: 13 december 2009, Botanique

De verovering van het buitenland begint over de taalgrens. En die loopt ook door Brussel. Als eerste coup de charme trok Sukilove dan ook naar de Botanique. Of er veel Walen te overtuigen waren in een weinig gevulde Rotonde, is maar de vraag, maar de groep rond Pascal Deweze bewees nog maar eens het best bewaarde geheim van Vlaanderen te zijn.

“Wereldgroep”, noteren we dan ook al vroeg in de set in ons notitieboekje. Net terug van een kleine tour door Engeland (Deweze: “Dit was back to basics; spelen voor dertig tot vijftig man, in de kleinste zaaltjes. Maar de respons was best goed.”) staat de band duidelijk op scherp. Dit zijn dan ook rasmuzikanten, die vlot op elkaar ingespeeld zijn en de wat tegendraadse visie van Deweze delen.

Hij mag daar ooit goed in zijn geweest, voor lieve liedjes moet je immers niet meer bij Deweze zijn. Een poging tot omschrijving van het dwarse geluid dat Sukilove nu al drie platen heeft ontwikkeld zou kunnen luiden: warme songs die in een industriële kilte baden. En dus wordt elke zweem van te veel melodie in de strofes van opener “New Beginning” hardvochtig terug naar het hok verwezen door de begeleidingsband. Het is echter dat scheren langs de monotonie-die-absoluut-geen-monotonie is dat het nummer zijn spanning geeft. Met een stevige outro, levert de band ook een meerwaarde ten opzichte van de plaatversie.

Met een percussionist als Stoffel Verlackt (Flowers For Breakfast, El Tattoo Del Tigre) kan het niet anders, of ritme speelt een grote rol. Zeker in “Blood And Milk Makes Holy” is alles, op de zanglijn na, ritme. De groep laat het nummer net niet ontsporen, maar venijnig in de bochten hangen. Ook de recente single “Choose Your Gods” klinkt venijnig en scherp. Live ontwikkelt Sukilove een paar extra spieren die de groep niet misstaan. In “Memory As A Skull” verkent Deweze zelfs de rand met de waanzin met de oneindige mantra “I shall control myself”, terwijl de band als een onstopbare machine doorjakkert. Indrukwekkend.

In de danse macabre “Fear” gaat de groep het pad van Tom Waits op, maar het akelige spokenkoortje is wel degelijk vintage Sukilove. En dan dringt er toch plots wat warmte door, met het meerstemmige “Sun Sun Sun”; een harmoniefestijn op zijn Beach Boys, maar zoals steeds bij deze band: met een lichte hoek af. Al is het in dit geval slechts een kleine: Deweze respecteert het nummer, en laat het een vlot verteerbaar rustpunt zijn, vooraleer het weer moeilijker mag. Al krijgt dit schaarse publiek dan toch een toegift: met “As Long As I Survive Tonight” diept Deweze als ultieme bis dan toch nog eens een simpel pareltje op uit die debuutplaat, zo anders als het latere werk, zoveel meer toegankelijk, zoveel meer mooier. Maar ook zoveel minder spannend. Dat dan ook weer.

Halfweg “Leave Me Alone”, met die heerlijk vuile gitaar van Sjoerd Bruil, komt het dwingende besef: als dit een buitenlandse band was, dan had deze groep het publiek dat hij verdient. Dat is een journalistiek cliché, jawel, maar het is net zo goed gewoon waar. De inventiviteit, gekoppeld aan een onmiskenbare zin voor melodie geeft Sukilove zo’n verdomd eigen smoel dat we geen groep ter wereld kunnen bedenken waar we vergelijkingen mee kunnen trekken. Toch één, dan maar? Een gechargeerde? Dan moeten we bij deze groep denken aan de eigenzinnigheid en de bakken talent waarmee Radiohead zijn ding doet. Sukilove is in het Belgische rocklandschap eenzame klasse.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − 6 =