A Factory Night (And Then Again)




Afgelopen weekend werd in La Raffinerie (in de Manchesterstraat)
voor de tweede keer A Factory Night georganiseerd.
Het festival stond in het teken van het legendarische label uit
Manchester, dat in de jaren ’80 en ’90 een van de weinige
independents was die zich konden meten met de majors. Dat dit
evenement plaatsvond in Sint-Jans-Molenbeek is geen toeval, want
onze hoofdstad heeft altijd iets gehad met Factory.

Eind jaren ’70, begin jaren ’80 – toen La Raffinerie nog
Plan K heette – was het kunstencentrum immers de
zaal waar heel wat Britse postpunkbands hun eerste concert gaven op
het continent. Bovendien mochten Michel Duval en Annik Honoré,
destijds verantwoordelijk voor de boekingen in Plan K, zich
bekommeren om Factory Benelux, het Brusselse bijhuis waarmee het
grote Factory haar minder succesvolle acts en releases probeerde te
lanceren op het vasteland.

Natuurlijk denken we bij Factory in de eerste plaats aan Joy
Division, New Order, The Happy Mondays en in mindere mate aan A
Certain Ratio en The Durutti Column. Toch waren zij maar het topje
van de ijsberg. Ook tientallen andere acts vonden onderdak bij
Factory, en het is uit deze vijver (kwalitatief zeker niet minder
sterke) bands dat organisator Frédéric Cotton van Le Fantastique
vist voor zijn Factory Nights.

De eerste band die zaterdag aantrad, kwam niet uit het grauwe,
postindustriële Manchester van dertig jaar geleden, maar uit onze
eigen hoofdstad. The Names (afbeelding 2) mochten
in het begin van de jaren ’80 zelfs een plaat opnemen met Martin
Hannett, maar waren in eerste instantie geen lang leven beschoren.
Na een korte comeback in de jaren ’90 (als Jazz) is de groep sinds
enkele jaren weer bij elkaar onder de oude naam. Eerder dit jaar
brachten ze met ‘Monsters Next Door’ zelfs een gloednieuwe plaat
uit.

Het concert van zaterdag was aangekondigd als live with strings,
want de groep kreeg op het podium versterking van een trio op
viool, altviool en cello. Het optreden werd opgenomen voor een
volgend jaar te verschijnen live-cd. Daardoor zaten er ook nogal
wat nieuwe nummers in de set. Het nieuwe materiaal – ‘Nature of the
Beast’ op kop – moest echter niet onderdoen voor het oudere werk,
al konden klassiekers als ‘Nightshift’, ‘Calcutta’ en ‘The
Astronaut’ rekenen op de meeste bijval. Wijzelf houden zowel van de
oude als van de nieuwe Names, die zich stilaan het Belgische
antwoord op Magazine mogen noemen.

De grootste verrassing op de affiche was ongetwijfeld The
Wake
(afbeelding 3), een band uit Glasgow die pas sinds
enkele maanden weer samen is en naar verluidt zelfs werkt aan een
nieuwe plaat. A Factory Night was echter een one off, want de groep
is niet van plan nog meer optredens te doen. Net als The Names was
het Schotse kwartet niet de meest vernieuwende act die ooit mocht
uitvaren onder Factoryvlag. Niettemin kunnen de vier een leuke
discografie voorleggen, die een band laat horen die gaandeweg
evolueerde van door vroege New Order beïnvloede wave naar
smaakvolle pop.

Het was er echter niet aan te horen dat de groep al heel lang niet
meer op een podium had gestaan, want het kwartet klonk als een
hecht geheel. En ondanks het feit dat zanger Caesar – zacht
uitgedrukt – niet echt spraakzaam was, hadden ze er zelf duidelijk
zin in. Het effect van het concert was ongeveer hetzelfde als dat
van Crispy Ambulance twee jaar geleden. De aanwezigen die hun
platen kenden, waren meteen mee. De rest leek het aanvankelijk
onverschillig te aanhoren, maar werd naar het einde toe toch
meegesleept door het enthousiasme van de fans bij nummers als ‘Here
Comes Everybody’, ‘O Pamela’ en ‘Talk About the Past’.

De groep waar we het meest naar uitkeken was Biting
Tongues
(afbeelding 4). Met dit postpunkcollectief maakte
Graham Massey Noord-Engeland en omliggende onveilig, alvorens hij
met 808 State mocht proeven van commercieel succes tijdens de
hoogdagen van de Madchester scene. Voor de modale muziekliefhebber
klinkt de output van deze groep wellicht als teringherrie. Dat is
ook zo, zij het dan dat wijzelf – en met ons de meerderheid van de
aanwezigen – het opwindende, energieke en avontuurlijke
teringherrie vonden.

Blikvanger was vocalist (we zeggen bewust niet zanger) en
taalvirtuoos Ken Hollings. Met zijn verkapte, haast sloganeske
lyrics leidde hij zijn kompanen als een goedgeluimde gids doorheen
de geluidsjungle die zij neerpootten met gitaren, synths, slagwerk
en saxofoons. Biting Tongues was zaterdag het levende bewijs dat er
in de vroege Factory-catalogus niet alleen plaats was voor doom en
gloom, maar ook voor experiment. Hun postpunk was aangelengd met
stevige scheuten free jazz. Hoewel ze soms deden denken aan de New
Yorkse no wave scene van drie decennia geleden, klonken ze
allerminst gedateerd.

Section 25, een band die intussen zowat al haar
fans moet kennen bij naam en toenaam, mocht in 2007 de eerste
Factory Night afsluiten. Ook zij speelden ooit hun eerste concert
buiten Engeland in Plan K en lagen met hun doortocht in de
Botanique in 2006 zelfs mee aan de basis van dit evenement. Sinds
hun laatste passage in de Ancienne Belgique (met Peter Hook)
onderging hun line up enkele wijzigingen. Gitarist Ian Butterworth
is er niet meer bij, en zanger Larry Cassidy had zaterdag zijn
dochter Bethany Cassidy meegebracht op keyboard en vocals.

Het vijftal zette er alras de beuk in met nummers van hun recentste
cd’s. ‘Singularity’ en ‘Remembrance’, uit het eerder dit jaar
verschenen ‘Nature + Degree’, klonken meteen overtuigend. Met de
sound van nieuwe gitarist Steve Stringer in ‘Poppy Fields’ en
‘Can’t Let Go’ hadden we het daarentegen iets moeilijker. Dit was
echter maar een kleine smet op een voor de rest overdonderend
optreden, want de groep haalde ook oude prijsbeesten van stal zoals
‘Wretch’, ‘Friendly Fires’ en ‘Dirty Disco’. Memorabel was ook
‘Looking From a Hilltop’, waarin Bethany Cassidy even in de huid
van haar overleden moeder kroop en de zang voor haar rekening
nam.

De grootste naam op de affiche was A Certain
Ratio
, ooit de protégés van Factorybaas Tnoy Wilson, maar
intussen bezig aan een succesvol tweede leven. Aangevoerd door
zanger-bassist Jeremy Kerr combineerde ook deze band klassiek werk
met songs van ‘Mind Made Up’, hun laatste plaat. Veel nieuwe
zieltjes hoefde ACR niet meer te winnen, want van meet af aan ging
de hele tent overstag voor de strakke, droge en bezwerende
grootstadsfunk van ‘Do the Du’, ‘Flight’ en ‘Shack Up’.

Dé hoogtepunten waren echter Joy Division-cover ‘Heart and Soul’,
‘Knife Slits Water’, – waarin drummer Donald Johnson naar hartelust
mocht slappen op de Kerrs bas en gitarist Martin Moscrop achter de
drums kroop – en de in latin ritmes gedrenkte bis ‘Si Fermir O
Grido’. Ook al was de geluidskwaliteit niet altijd even goed als op
Domino, de sfeer in Plan K was véél beter dan tijdens hun doortocht
in de A.B.. Heel even slaagden we er zelfs in te vergeten hoe koud
het intussen was geworden buiten.

Twee jaar geleden lokte dit evenement een kleine 1500 bezoekers,
deze keer kwam er niet zo veel volk opdagen. Jammer, want wij
vonden deze affiche met The Wake en Biting Tongues interessanter
dan de vorige. Bovendien was er veel meer te doen dan alleen deze
optredens. Er waren dj-sets, er was een afterparty met New Order
tribute band Re:Order, én fotografen Philippe Carly en Kevin
Cummins (wiens foto’s meer dan wie of wat ook bepalend waren/zijn
voor de beeldvorming over tal van Britse bands) kwamen hun nieuwe
fotoboek voorstellen en signeren.

Wij kunnen dus alleen maar hopen dat de organisatoren zich niet
laten ontmoedigen door de mindere opkomst (er was des te meer sfeer
en goede muziek) en dat we ons in een niet zo verre toekomst mogen
verblijden in een derde Factory Night.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − 7 =