Patrick Watson And The Wooden Arms + Yuko

Sommigen onder ons kregen enkele dagen terug al de kans om Patrick
Watson en zijn wonderlijk ensemble The Wooden Arms aan het werk te
zien op Crossing
Border 2009
. Alvorens ons land te verlaten, nam Watson nog
uitgebreid afscheid van zijn grote schare Belgische fans (met
enkele verdwaalde Fransen en Nederlanders) in het Leuvense Depot.
Het nieuwe album ‘Wooden Arms‘ werd
meermaals als ‘meesterwerkje’ bestempeld (ook hier op enola!)
waardoor een gelegenheid als deze alle mogelijke aandacht verdient.
Even voor het openen van de deuren liep de Canadese
singer-songwriter nagenoeg onopgemerkt voorbij, tussen de vele
muziekliefhebbers die buiten wachtten. De volgende keer dat Watson
eens op bezoek komt, zal dat (met grote zekerheid) niet meer het
geval zijn.

Het was nog even wachten op het paradijselijke wereldje van Watson,
want in het voorprogramma stond het Belgische
Yuko. Kristof Deneijs en de zijnen brachten vorig
jaar al het degelijke ‘For Times When Ears Are
Sore
‘ uit. Momenteel wordt er al gewerkt aan een opvolger maar
het Gent-Brusselse collectief maakte nog eeen avondje vrij om het
publiek op te warmen voor Patrick Watson. Yuko bevindt zich ergens
tussen postrock en minimalistische elektronica waarbij het eerste
toch lichtjes domineert (vooral door de langgerekte
gitaartokkelende intro’s). Daarnaast maakt de groep tevens gebruik
van een volledig arsenaal aan bizarre en uit de context gerukte
geluidsproducenten zoals bubbelplastic en muziekdoosjes. Dat uit
zich in een volwaardig melodisch kleurenpalet en heel wat aardige
nummers. ‘No Trees Up Here’ onderscheidde zich door een uitstekend
drumspel waarbij het vooral aangenaam kijken was naar de
intensiteit en beleving waarmee de dame achter de trums haar
trommels en cimbalen beroerde. ‘When I’m Awake I’ll Handle It’ was
een ander opmerkelijk nummer waarbij de vele ritmewissels en de
atypische zangstijl van Deneijs meermaals uitblonk. Doorheen het
optreden werd regelmatig de vergelijking gemaakt met andere groepen
zoals Radiohead, múm en The Notwist maar de vele muzikale
leukigheden, de intense speelstijl en de gevarieerde klanken
maakten het aldusdanig toch een zeer fris en kleurrijke
performance.

De altijd goedlachse filantroop in Patrick Watson startte met het
verwelkomen van de vele fans die in talrijke getale naar Leuven
hadden afgereisd om een glimp op te vangen van het komende
totaalspektakel. Watson en zijn Wooden Arms kozen voor de eerste
nummers dezelfde structuur die terug te vinden is het nieuwe album.
Tijdens ‘Fireweed’ zorgden goed geplaatste belichting (onderaan
zowel voor als achter groep) voor een uniek sfeer waarbij de muziek
zeer gemoedelijk van start ging maar al snel uitmondde tot de
leidraad waarop Watson met zijn innemende stem het publiek deed
verstarren. In ‘Tracy’s Waters’ verliep de belichting synchroon met
de percussie wat opnieuw een staaltje was van uitstekend gebruik
van de belichtingsmogelijkheden. Een eerste culminatiepunt werd
bereikt met ‘Beijing’ dat wonderlijk startte met het vierkoppige
vrouwelijke strijkerorkest. Watson haakte al snel in met zijn piano
in het bijzonder dynamisch en grootse muziekmoment in. Even ging
het de muziek te boven, een gevoel waarbij alle zintuigen te kort
schoten.

De rijkgevulde fantasiewereld kende een vervolg met ‘Wooden Arms’
waarbij de rijkdom van het album op uitmuntende wijze op het podium
werd getransporteerd. Watsons’ “thousand dreams” waren even een
reële werkelijkheid geworden. Dat was ook het geval bij ‘Big Bird
in A Small Cage’, een van de zovele sterke nummers die het album
‘Wooden Arms’ telt.

Watson speelde een veelzijdige playlist met intieme en verstillende
nummers zoals ‘Great Escape’ en het ontroerende ‘Man Like You’ maar
ook het wellustige en grootse ‘Luscious Life’. “Time was
ticking away
” tijdens ‘Where the Wild Things Are’ maar Watson
had nog een bijzondere verrassing in petto tijdens de eerste
bisronde. De Canadees begaf zich tussen het publiek in een nagenoeg
volledig duistere zaal. Watson was voorzien van een speciaal
gefabriceerd toestel met daaraan bevestigde kleine speakers en
kleine witte lichtjes. Het feeërieke moment leek op maat gemaakt
voor het sublieme ‘Man Under the Sea’ waarbij Watson op ingebeelde
wijze als avontuurlijke duiker de diepste diepten van de oceaan
verkende. Hij werd met zijn a capella gezangen bijgestaan door het
publiek tijdens het refrein “it was just me, the fish and the
sea
” om daarna opnieuw naar het podium te wandelen en in
majestueuze stijl te eindigen. ‘Machinery of Heavens’ leek even het
meezingende sluitstuk waarbij de vele geluidsgolven over de
mensenzee uitrolden maar de laatste waterdruppels werden gespaard
voor ‘To Build A Home’ waarbij Watson enkel op piano met een
in-druk-wekkende climax eindigde.

‘Wooden Arms’ was voor velen al een kanjer van formaat en het
bewijs dat de Canadese singer-songwriter Patrick Watson anno 2009
een van de meest genietbare artiesten is. Dat is grotendeels te
danken aan zijn unieke maar makkelijk te onderscheiden sound. Het
bleef op 27 november niet beperkt tot dat alleen, want Watson kwam
met zijn optreden in het Depot zéér close to paradise.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 2 =