PUKKELPOP 2009 :: Club, zaterdag 22 augustus

Veel oestrogeen op het podium van de Club vandaag, maar niet alleen dat. We noteerden ook carnavalesk kontgeschud en de laatste hippies van het seizoen.

De Dertien

De uitgebreide verslagen van de dertien beste concerten leest u met één klik hieronder.

Jawel; do the hippy! Ooit was Alex Ebert een boze punker die met Ima Robot aan het middelgrote succes mocht snuffelen. Tot een heroïneverslaving groepsleden en vrienden deed afhaken met de boodschap dat hij zichzelf dringend opnieuw op orde moest krijgen. Dat is nu gebeurd, en als jeugd-alter ego Edward Sharpe werd het licht gevonden. Op het podium met The Magnetic Zero’s zien we een bende ongeregelde hippies die uit de bol gaan als was het een Arcade Fire dat niet door een zuurpruim als Vim Butler werd geleid. Dat uitgelaten schoolklasjessfeertje was ook wat Sharpe zocht: gemeenschapsgevoel, ongeregelde uitbundigheid. Dat lukt met leuke folknummers als "40 Day Dream" of het aan The Strange Death Of Liberal England herinnerende "Janglin", maar al te vaak verzandt de set in een rommeltje. Nu eens worden nummers halverwege stilgelegd omdat The Rifles op het hoofdpodium beginnen, dan gaat er weer iets mis… Er is nog wat werk aan voor deze groep echt op punt staat, maar als middagvertier was het perfect.

Shaken zult u, want Gang Gang Dance staat scherp. Er moest dan ook een afgelast optreden in de AB dit voorjaar worden goedgemaakt en dat doet de band langzamerhand. De mix van elektronica en Braziliaanse carnavalbeats wordt geleidelijk aan alsmaar opzwepender en als betrof het een reggaeshow duikt plots een vlaggenzwaaier op. Zangeres Liz Bougatsos gaat vocaal meer en meer loos (en glijdt daarbij al eens naast en van de toonladder) en ook haar percussie krijgt van jetje, terwijl dansen nog geen beetje onmogelijk wordt. Op plaat mag Gang Gang Dance dan een pak minder opwindend zijn, in de Club was de groep vandaag heet.

Vóór Florence + The Machine mag Hanne Hukkelberg de planken opwarmen. Professioneel en zichtbaar genietend brengt ze uitsluitend stevig materiaal, voornamelijk uit het laatste album Blood From A Stone. Weg feeëriek instrumentarium, welkom rockbezetting. Welkom ook industriële, van emoties en frustratie bolstaande, bloeddoorlopen aders van songs. Hoewel de keuze van de setlist een slimme zet is, rekening houdend met tijdstip en plaats, krijgt de Noorse het publiek nauwelijks aan haar kant. Nochtans kregen we ook nu weer niet genoeg van het vaste tweeluik "Break My Body" (een Pixiescover) – "Ticking Bomb" en liep een pisnijdige rilling langs onze ruggengraat bij de zin "There’s no gender wars" uit "Midnight Sun Dream".

"Nog nooit zoveel kippenvel gehad in een snikhete tent" sms’t (mlv) naar (pn) vlak na het concert van Florence + The Machine en neemt daarmee (pn) de laatste woorden uit een voor de rest redelijk sprakeloze en opengesperde mond: Florence Welch kwam, zong en overrompelde. En kroont zich met haar band tot de revelatie van vandaag, van heel Pukkelpop, van — foert — heel dit jaar. Wat een stem, wat een podiumprésence, wat een songs. Welch overklast alle andere popmeisjes van de laatste maanden en jaren met bravoure. En u bent het daar blijkbaar mee eens, want u eet tien songs lang uit haar hand, tot grote verbazing van Welch zelf, die zich dan maar nóg meer in haar set smijt. Iedere generatie heeft recht op haar Kate Bush, en wij hebben eindelijk de onze. We zijn er daarom gerust op: Welch heeft haar hype nu al overleefd en wordt een grote. Als ze het nu al niet is. Waarom? Dat leest u in het langere verslag van haar concert hiernaast. Doe dat even snel, en bestel dan maar tickets voor haar concert op 7 oktober in de Botanique. Straks is het te laat!

Of Little Boots haar (nog grotere) hype gaat overleven, is nog maar de vraag. Tijdens het interview dat uw verslaggever eerder op de dag met haar had, was ze moe. Echt moe. "Het is allemaal wat te hectisch", zuchtte ze. Maar ze zal nog veel promo moeten voeren, want de verkoop van haar debuut Hands loopt buiten de UK niet echt vlot. Daar werd ze begin dit jaar tot "Sound of 2009" verkozen, vooral op basis van YouTubefilmpjes van op haar slaapkamer en het optreden tijdens Jools Holland: telkens mengde ze organische instrumenten als piano met speelse synths en dat nieuwe speeltje, de Tenori-On. Dat beloofde een spannende popplaat, maar Hands maakte die belofte niet waar. Een prettige popplaat, dat is haar debuut nochtans zeker wel.

{image}Gelukkig is er van vermoeidheid weinig tot niets te merken tijdens het concert van Little Boots. Victoria Hesketh is alleen vergezeld van een drummer en een keyboardspeler, wat doorgaans getrouwe versies van haar beste songs op Hands oplevert. Het is heus wel een plezant concert: enkel de opgezette konijnen onder u dansen niet mee op uitstekende, haast perfecte popnummers als "Earthquake", "Remedy" en "Mathematics". Maar maak er vooral niet meer van. Het probleem van Hesketh is ook dat ze niet echt een stem heeft: live durft ze soms te klinken als een kitten die bij het nekvel wordt gegrepen, en haar songs missen die inventieve insteek die haar alle drukte waar ze tegenwoordig onder kreunt, opleverde. Enkele keren is het écht raak: tijdens "Meddle" speelt ze met kleinere synths als een Alice in Popland en vooral de lang uitgesponnen versie van "Stuck On Repeat" doet de tent terecht daveren. Net iets te edgy om Kylie Minogue uit het Sportpaleis te duwen, net iets te plat om de meerwaardezoeker over de streep te trekken. Hesketh moet een keuze maken, anders plonst ze tussen schip en wal het water in. En eerlijk: dat zou zonde zijn.

Het legendarische Tortoise bestaat bijna twintig jaar, en toch raakte de Club op zaterdagavond nauwelijks voor de helft gevuld. Niet echt verwonderlijk, want Tortoise maakt nog steeds geen makkelijke muziek. Gemakshalve wordt de band doorgaans ondergebracht bij de postrock, maar Tortoise heeft live nauwelijks enkele minuten nodig om duidelijk te maken dat hij nog slechts weinig uitstaans heeft met wat tegenwoordig onder die term begrepen wordt. Zijn muziek heeft nog het meest weg van free rock, van een mengpot waarin alles dat ooit van dicht of van ver iets met rock zou te maken kunnen hebben — van elektronica over krautrock naar jazz — gaar gestoofd wordt. Het resultaat zijn vaak lang uitgesponnen, zorgvuldig opgebouwde composities waar men het hoofd toch enigszins bij moet houden om er kop of staart aan te zien. Ook ditmaal geen compromissen naar het festivalpubliek toe, maar het valt wel op hoe hard de band er bij momenten tegenaan kan gaan. Er wordt voornamelijk geput uit het nieuwe werk van de groep, dat tegelijkertijd naadloos aansluit bij het reeds bestaande oeuvre, maar niettemin behoorlijk fris in de oren klinkt. Een optreden van Tortoise is nooit een vrijblijvend lachertje, en al zeker niet met drie dagen festival in de benen — maar dat het goed was, dat drong toch door alle nevels heen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =