Van komkommertijd in metalland is er nooit sprake. Deze keer komt het onheilspellende nieuws uit Polen, want Behemoth opent met Evangelion voor de negende keer het vuur. Weer zonder zijn doelwit te missen en met af en toe een verrassingsaanval in petto.
Behemoth, opgericht in 1991, groeide van een weinig opvallend black metal-bandje uit tot een van de vlijtigste gezelschappen in de wereld der extreme metal. De satanische bende uit Gdansk kreeg pas naam in 1998 met de release van Pandemonic Incantations met dank aan nieuwbakken drummer Inferno’s oertalent en de ommezwaai naar death metal. Het creatieve duo Nergal en Inferno slaagde erin een eigen stijl te definiëren — waarvoor de verschrikkelijke term “blackened death” bedacht werd — en trok die ook door op Satanica en Thelema.6. De band groeide verder met Zos Kia Cultus: Here And Beyond — dé gulden middenweg tussen de vertrouwde death en black — en choqueerde zowaar met Demigod in 2004 door het extreem technische gehalte, inbreng van Oosterse folk en meer diepgaande teksten over occultisme en paganisme. Het twee jaar oude The Apostasy was dan weer de logische navolging van het typische bandgeluid.
Na de eerste luisterbeurt komt ook het nieuwe Evangelion behoorlijk vertrouwd over: we horen weer de afmattende drums, oeruithalen van zijne kwaadaardigheid Nergal en enkele sporadische gitaarsolootjes. Beste voorbeelden van dat beuken in Behemothiaanse traditie zijn — hoed u voor de songtitels — “Transmigrating Beyond Realms Ov Amenti”, met geniale drumpassages, “Defiling Morality Ov Black God”, “Alas, Lord Is Upon Me” en “Shemhamforash” met een verrassend leuke solo. Er is echter meer te ontdekken als je de pantzeraanvallen van Behemoth overleeft, al is een algemene tolerantie voor metal vereist. Zo is er de uiterst genietbare geluidsmix verzorgd door Daniel Bergstrand en Nergal. Reken daarbij de hoogtechnische mix van de voor metalfans al goddelijke Colin Richardson en veel kan er niet meer mislopen.
Bovendien lijkt alles netjes aan elkaar gelijmd door lichte keyboardlijnen. Let bijvoorbeeld goed op de overgangen in “Ov Fire And The Void” — verschenen met een heerlijk expliciete video — waarbij Inferno ook weer kanonsvuur uit zijn basdrumpedalen haalt en Nergals misantropische stemmen door merg en been snijden. Ook vanuit dit nummer gaat een ongenadige kracht dat ongetwijfeld concertzalen in het najaar in slagvelden zal omtoveren.
Een klein minpunt op deze negende boreling is het gemis van mysterieuze passages als op Demigod tussen al dat gebeuk. Maar de Polen hebben met “Lucifer” nog een glorieuze afsluiter klaar: een acht minuten durend geweldstuk met duidelijk meer atmosfeer en melodieuze black metal in vergelijking met het gebeuk wat we van Behemoth gewoon zijn. Van dit kaliber hadden we gerust meer passages op Evangelion willen horen.
Behemoths nieuwe kwade boodschap komt aan als oorverdovende donderslag bij een mooie zomerhemel. Voor de metalfans met weinig geduld ligt deze plaat waarschijnlijk in dezelfde lijn als de twee voorgangers maar de piekfijne productie, de immer bevestigende oerkracht en enkele uitschieters — “Lucifer” op kop — zorgen voor een weergaloos metalalbum. Zijn status als de hardwerkende leiders van de extreme metal heeft Behemoth alweer bevestigd.