Luid, luider, luidst :: hoe de strijd om uw aandacht de laatste Metallica onbeluisterbaar maakte

Keek u ook vreemd op toen u de jongste Metallica door uw stereo joeg? Ook ooit bijna een hartverzakking gekregen door de manier waarop Californication van Red Hot Chili Peppers losbarst? Dan bent ook u een van de vele slachtoffers van the loudness wars; dat eeuwige gevecht tussen bands om de luidste te zijn. Het verzet wordt echter georganiseerd: “Iemand moet deze onzin een halt toeroepen.”

Doe zelf de test: leg eens Nevermind — toch een behoorlijk heftige plaat in zijn tijd — op? En nu Californication? Verander dat volume niet! Fieuw, was dat schrikken.

Het verschil? Tien jaar en zo’n goeie acht decibel verschil. Dat is waar the loudness wars ons toe hebben geleid. Of ook: waarom je “Southside” van Dave Clark –- toch wel de vetste technohit uit 1997 -– met de beste wil van de wereld niet zomaar na Goose kunt draaien: muziek gebruikt vandaag epo, of nog beter: groeihormoon. Rockmuziek van tegenwoordig klinkt opgepompt, opgeblazen, en allesbehalve aangenaam.

Rewind naar 1995 toen (What’s The Story) Morning Glory van Oasis alles domineerde. Niet moeilijk: doordat het een stuk “luider” was gemastered klonken de songs boven alle andere uit. Of je nu in een auto zat of in een druk café: de Gallaghers had je gehoord. En dat truukje, dat werd sindsdien zo veelvuldig gekopieerd dat we al ruim een decennium lang in een niet te winnen ratrace zijn verzeild geraakt.

“Artiesten willen dat hun platen op de radio minstens even luid, maar liefst nog luider klinken dan de anderen”, zegt Luuk Cox, producer van heel wat Belgische bands en één helft van danceduo Shameboy. “Maar dat gaat niet omwille van het simpele feit dat een cd slechts tot 0db kan gaan. Dat is het plafond, want het hele geluid van een plaat speelt zich af tussen -90db en 0db. Luider gaat niet. Er bestaan wel allerhande trucs om het luider te doen klinken, maar dan gaat dat ten koste van dynamiek.”

“Wat men doet is de stille stukken een paar decibel minder stil maken, waardoor ook die luid klinken. Je verkleint dus de ruimte waarbinnen de dynamiek — het verschil tussen luid en zacht — kan spelen. Dat zorgt voor hoofdpijnmuziek, en eigenlijk klopt het niet eens: je muziek klinkt wel luider omdat de stille stukken opgeduwd worden, maar die pieken naar die stillere stukken zitten daar niets voor niets. Die geven de muziek de rust of de zwaarte die ze nodig heeft. Door dat uit te schakelen, zorg je er voor dat het onaangenaam wordt om te beluisteren want het klinkt alsof iemand voortdurend IN JE OOR ZIT TE PRATEN op een constant volume. Eerst denk je: man, die praat luid. Vijf minuten later wordt dat “hou toch gewoon even je bek”. Hetzelfde gebeurt als je naar zo’n opgevoerde muziek luistert. Ik snap dus niet goed waarom artiesten dat doen.”

Iemand die veel met de hele discussie te maken krijgt is Fred Kevorkian, een studiotechnicus die al mastering deed voor White Stripes, Ryan Adams, Iggy Pop, en veel anderen. “Het wordt me regelmatig gevraagd om een plaat zo luid mogelijk te maken”, zucht hij. “Maar wat die artiesten verwachten kan zelfs niet meer bereikt worden met mastering alleen. Als je niet wil dat het als een geluidsbrij klinkt, moet je dat al van bij het opnemen incalculeren. We zitten al heel lang aan het plafond van wat je kunt doen.”

Californication van Red Hot Chilli Peppers is een mooi voorbeeld van hoe ondraaglijk een te luid gemixte plaat kan worden. “Zien we hier een bepaalde overeenkomst met de laatste Metallica?”, vraagt Cox zich retorisch af. Klopt: in beide gevallen zat Rick Rubin achter de knoppen. “Ik vind het raar dat multimulionairs als Metallica zich daar aan laten vangen. Het sterkste van al is dat Ted Jensen, die Death Magnetic gemastered heeft, zich distantieert van die plaat. Waar zijn we mee bezig dan? Mag een plaat niet meer gewoon mooi klinken? Bij alle producties die ik doe wil ik dat het geluid mooi klinkt. Het gebeurt zo vaak dat ik me bij fijne muziek moet afvragen waarom het als bagger klinkt.”

“Nochtans is het een mythe dat je nummer anders stiller klinkt op de radio”, stelt Cox. “Bij de radio worden alle nummers immers sowieso nog eens gecomprimeerd en gelimit om te zorgen dat alle muziek wat op het zelfde niveau zit.” “Garbage in, is garbage out”, vult radiospecialist Peter Van Beusekom aan: “wie een plaat aflevert die lelijk overstuurd klinkt zal er na die radiocompressie niet beter op gaan klinken.” Cox: “Laat die ruimte toch in je eigen mastering zodat de radio nog wat kan comprimeren. Je zult zien dat je dan wel luider klinkt op de radio. Dan is er immers ruimte voor die FM-compressie om te werken. Het is echt complete onzin.”

Rest de vraag: is er nog een weg terug? Krijgen we ooit opnieuw platen die zo loepzuiver en mooi klinken als ze in de jaren zeventig deden? “Natuurlijk”, vindt Cox: “mensen kunnen dat niet blijven volhouden, dat geschreeuw en geroep — want dat is het — van muziek. Ik vind het een verademing als er op radio iets komt dat ademt. Eigenlijk zou men bij de radio vlakaf moeten zeggen dat ze overgecomprimeerde dingen niet willen draaien. Gewoon omdat het niet goed klinkt.”

Maar het ziet er niet naar uit dat die stap snel gezet zal worden. “Natuurlijk hebben wij wel even de wenkbrauwen gefronst bij de nieuwe Metallica: toen de singleversie hier binnen viel, dacht ik zelfs dat het om een onafgewerkte versie ging. Zo slecht klonk het”, zegt muzieksamensteller Luc Tirez. “Maar als Metallica wil dat het zo klinkt, dan zullen we het zo maar draaien. Dat is nu eenmaal artistieke vrijheid, veronderstel ik. Nu, die nieuwe Metallica is niet zo vaak gespeeld, maar dat heeft er meer mee te maken dat we het geen goed nummer vinden. “One More Time” van Daft Punk vonden we ook overgecomprimeerd, maar toch draaien we dat nog regelmatig want het is een sterk nummer.”

“Ik kan gewoon niet meer in één zit een hele cd beluisteren”, zegt Kevorkian. “Maar dat vindt niemand erg; want het is toch de bedoeling dat mensen tegenwoordig aparte songs downloaden. Daarom slachtofferen platenlabels de geluidskwaliteit. Ze willen ten allen prijze dat hun product er uit springt. Het is tijd dat iemand deze onzin een halt toeroept.”
“Ach ja”, besluit Cox, “hoe interessant de discussie ook is, een goed nummer blijft een goed nummer. Dat help je niet naar de kloten met een slechte mastering. En omgekeerd maak je van een kutnummer niets beters. Laten we dat vooral toch in gedachten houden.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 5 =