Deerhunter




Versteven
van schrik en de ogen dichtgeknepen want dat wat niet zichtbaar is,
is er misschien ook niet en leeft er even de hoop dat het
onvermijdelijke vermeden kan worden? Zo wacht het hert bang het lot
af dat als een zwaard van Damocles boven hem hangt, de jager op een
paar meter van hem vandaan.

Deerhunter stond eveneens op luttele meters van hun prooien, zijnde
een publiek in de Rotonde van de Botanique. Vrijwillige prooien die
slechts zelden bewogen, meer dan een beleefde hoofdknik kon er niet
af, en de ogen stijf dicht geknepen hielden, niet van angst, maar
van genot. Hoewel een bende zombies in de hermetisch afgesloten,
donkere Sojoez-achtige omgeving die de Rotonde is, toch meteen weer
een akelig gevoel geeft. Tel daar nog eens de bij wijlen
spookachtige tonen van Deerhunter bij en de angstpsychose lijkt
niet ver af.

Ze besloten, althans Bradford James Cox besloot, om de mist meteen
dik te laten optrekken en feeërieke gezangen over de ruimte uit te
gieten. De op plaat al onverstaanbare vocals van ‘Cryptograms‘, klonken in het echt nog waziger wanneer
ze door de microfoon gehijgd en gekrijst werden. Cryptogrammen…
letterlijk dus. De nummers leken wel vakkundig met een grote spuit
Tec7 bewerkt te zijn, ze plakten zo stevig aan elkaar dat ze zelfs
het publiek de kans niet gunden om er met het geluid van hun tegen
elkaar slaande handen, boven uit te raken. In dit kluwen van
feedback en goedgeplaatste noise zaten ‘Never Stops’ en ‘Dr Glass’
verborgen.

Het duurde vijf volledige nummers, met als eindpunt het rustpunt
‘Microcastle’, alvorens er een reactie kwam van Bradford. “Wake
up guys, this is a rock concert
“. Niet alleen het publiek
moest wakker geschud worden, maar ook zijn bandleden, want die
leken zich op een heel ander concert te bevinden dan Bradford zelf.
Waar hij loos gaat in muren met geluidjes en soundscapes, komt zijn
band enkel in ‘actie’ wanneer de songs openbloeien en hun ware aard
van popsong weten te tonen. Toch leek het Moses Archuleta, Josh
Fauver, Lockett Pundt geen ene zier uit te maken dat ze daar op het
podium stonden. Lockett Pundt stond zich ogenschijnlijk te bedenken
dat hij dringend zijn onderbroeken nog naar de wasserij moest
brengen terwijl Josh Fauver van zijn kant het zo snel mogelijk
allemaal afgerond wilde hebben.

Het ontbrak de heren wat aan gevoel en emotie om hun ijzersterke
songs ook op die manier in de verf te zetten. Ze lieten de
instrumenten iets te veel voor zich spreken, maar dat kwam niet
altijd even goed aan. “Hope you guys had a good time, because I
can’t really tell
“, gaf de lichte wanhoop over het typische
stilzwijgen van een doorsnee Belgisch publiek wel weer. Belgen
geven graag terug wat ze krijgen en dus gaven ze op het einde van
het concert toch nog genoeg gejoel om aan te geven dat Deerhunter
een vrij mak maar technisch hoogstaand concert had gegeven.

‘Cover me (slowly)’ trok hun wederopstanding op gang, een
wederopstanding die eindigde met het iets te gretig wegwandelen van
Josh en co, waarna Bradford kon loos gaan in een gitaarsolo die met
een teen balanceerde op de grens tussen geniale muzikale
virtuositeit en gitaarnoise droog in de kakker van het publiek
duwen.

De jager wilde zich iets te hard vastbijten in zijn prooien, maar
miste de broodnodige ondersteuning van zijn achterban, al hun
talent tot het recht in de roos schieten ten spijt.

Meer afbeeldingen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 15 =