Beirut :: 6 mei 2009, Cirque Royal

Het is me wat met Beirut. Op plaat weet de band rond Zach Condon doorgaans aces te slaan alsof het niets is, maar wanneer het op livesets aankomt, lijkt de bal toch altijd even het net te raken. Dat is op deze opener van Les Nuits Botanique niet anders.

Maar laten we beginnen bij het begin. Bij Mina Tindle bijvoorbeeld, de charmante verschijning die het voorprogramma mag verzorgen. Met een stem die het midden houdt tussen Cat Power en de gezusters Cassady (CocoRosie) — het wrange van Bianca, gezalfd met het volle van Sierra — en songs die al even charmant zijn als zijzelf, weet deze Française de uitverkochte zaal wonderlijk kalm te houden. Niet iedereen luistert, maar wie het wel doet, checkt nadien nog even zijn toegangsticket om te weten wie deze dame juist is.

Onder luid applaus treden even later Condon en zijn gevolg aan: geen negentienkoppige Jiménezband maar een beperkter collectief van twee blazers, waarvan één dubbelt als toetsenist, een accordeonspeler, een drummer en een bassist. Condon zelf neemt afwisselend de trompet en de ukelele ter hand. De compacte samenstelling van de band laat zich echter meteen merken. Zelfs wanneer de accordeon zich in een uitbundige solo laat gaan en het trompettensalvo scheller uit de hoek komt, lijkt opener “The Shrew” maar niet op gang te willen komen.

Meer schwung komt er wanneer The Flying Club Cup en The Gulag Orkestar uit de kast worden gehaald. Nummers als “Mount Wroclai (Idle Days)” en het onovertroffen “Nantes”, dat in de zaal even voor een losbarsting zorgt, zitten duidelijk beter in de vingers en tonen zich bijgevolg als het goede voorbeeld. Ook “La Javanaise”, een cover van Serge Gainsbourg, valt te smaken. Bijna onverstaanbaar en minder grandioos dan we van Beirut gewoon zijn maar het moet gezegd: even waanden we ons in een steegje in Parijs.

Het zestal staat deze avond dan ook opmerkelijk sterk in zijn schoenen. Zo krijgt “The Concubine” een welkome portie buikgevoel mee — een goeie umph, zeg maar — en zit het evenwicht tussen de grandeur van het trompetgeschal en de melodische subtiliteit van toetsen en accordeon in “Scenic World” er boenk op. Zelfs wanneer de gemoedelijke sfeer van “Postcards from Italy” halverwege door opdringerige blazers onderbroken wordt, is het niets dan goeds.

Het zijn dan ook de trombonisten en trompettisten, inclusief Condon zelf, die de set bepalen. Waar de ritmesectie braaf zijn werk doet — de drumsolo in vaste cover “Siki, Siki Baba” even buiten beschouwing gelaten — zijn het de blazers die voor dat tikkeltje extra zorgen. Of het nu gaat om een ganse solo of een kleine variatie op het thema, ze zorgen voor een impuls van frivoliteit in wat anders een bombastische bedoening had kunnen zijn. Al is het juist daar dat het soms nog een zootje wordt. Vooral in “The Akara” valt op dat de drie blazers nog niet hélemaal op dezelfde lijn zitten, waardoor het spoor van al dat geblaas snel bijster raakt.

Maar een echt zootje wordt het pas wanneer Condon tijdens zijn bisronde de woorden “sautez sur la scène” fluistert. Voor de man het goed en wel beseft, staat de vrouwelijke helft van de parterre naast hem voor “My Night With The Prostitute From Marseille”. Eigenlijk mag het een wonder heten dat de band in die omstandigheden — dronken mannen en tienermeisjes die de bandleden en plein chanson vastnemen voor een unieke photo op — het nummer van de flauwte van Holland weet te ontdoen.

Dat het concert zo moet eindigen is op zijn minst jammer te noemen. Beirut had duidelijk nog een tweede bisronde in zijn mars, al blijken ze er na die exploten toch genoeg van te hebben. Voor de jongedames die nu een close-up met Zach Condon op hun Facebookprofiel zetten, was het concert ongetwijfeld een persoonlijk hoogtepunt, maar wie net als wij op “uitstekend” had gehoopt, moet het stellen met de vreemde teleurstelling van een goed concert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =