Gnaw :: This Face

Pure perversie op plaat gezet door psychoten met als enig doel de bestaande wereldorde te ondergraven. Zelfs na vier platen onder de groepsnaam Khanate is Alan Dubin nog niet tevreden en blijft hij de wereld teisteren met pokkeherrie die god noch gebod kent. Gnaw verklaart opnieuw de oorlog aan al wat goed en deugdzaam is.

Als oudje in de metalwereld verdiende Dubin (samen met James Plotkin) zijn eerste strepen eind jaren tachtig in het grindcoregezelschap OLD (Old Lady Drivers). Na enkele albums hield de band het in 1995 evenwel voor bekeken, waarna Plotkin en Dubin elkaar opnieuw ontmoetten in het ondertussen legendarische Khanate — zie ook Stephen O’Malley (onder andere Sunn O))), toen van Burning Witch-faam) en Tym Wiskida (Blind Idiot God). In 2006 hield ook Khanate ermee op — al verschijnt er dit jaar postuum een nieuwe plaat.

Met Gnaw pikt Dubin, ditmaal met Plotkin als producer, de draad van Khanate op, alleen klinkt het allemaal nog smeriger, vuiler en ontaarder dan voorheen. Niet dat iemand dat laatste voor mogelijk had gehouden, zozeer leek Khanate al de grenzen van het fatsoenlijke en ondenkbare met de voeten getreden te hebben. Maar Dubin weet nog dieper te graven met de hulp van oud-Burning Witch drummer Jamie Sykes en geluidstovenaars Brian Beatrice, Carter Thornton en Jun Muzimachi.

In het bijzonder de inbreng van die laatste drie verleent aan This Face een scherpte die bij Khanate nog ontbrak, al zorgt het ook voor een dikke slijmwand die moeilijk te penetreren valt. Volstond Dubins rochelende krijs (black metal met de nodige rokersfluimen) voorheen al om zowat driekwart van de mensheid gillend te verjagen, dan zorgen zijn kompanen er ditmaal wel voor dat ook het laatste kwartje dapperen zich de haren uit het hoofd mag trekken bij zoveel infernale sonische terreur.

Mag het een wonder heten dat zelfs een relatief toegankelijk nummer als “Watcher” (met cleane vocals!) meerdere luisterbeurten vergt alvorens ook maar een hint van muzikaliteit boven komt drijven? Laat staan dat iemand uit de oersoep waaruit de andere nummers gecondenseerd worden zonder moeite iets kan puren dat — al was het maar vaagweg — meer dan de omschrijving “het afspelen van hyperactieve darmbewegingen op een geluidssterkte van een slordige tweehonderd decibel” zou krijgen.

Wie echter de auditieve storm trotseert en zich open durft te stellen voor de stortvloed aan klanken en ondefinieerbare geluiden, ontwaart langzaam maar zeker een ziekelijke esthetiek en gedegenereerde puurheid in de ogenschijnlijke chaos. Of het nu om de dissonante pianoaanslagen in “Haven Vault” gaat dan wel om de reutelende industrial doom van het instrumentale “Shard”, Gnaw verheft de onwezenlijke onrust tot paradijselijke tonen voor geestelijk gestoorden.

Want ook al zal “Backyard Frontier”, noch “Talking Mirrors” (ondanks een stomende drum) net zo min als “Vacant”, “Feelers” of “Ghosted” ooit in de prijzen vallen, hun innerlijke schoonheid valt niet te ontkennen door hen die zelfs in de doodsreutel van een verminkt dier nog een glimmer hoop ontwaren. De interne logica van This Face valt kortom niet te ontkennen, al vergt het enige inspanning om deze te ontwaren.

Binnen het universum vormgegeven door Dubin, vormen de negen songs op This Face wel degelijk schitterende sterren aan het firmament, zelfs al is de term zwart gat volgens menigeen veeleer van toepassing bij zoveel compromisloosheid en nihilisme. Gnaw puurt uit onverbiddelijke, meedogenloze teringherrie een ongehoorde schoonheid die zichzelf alleen toont aan hen die het waard zijn, of beter: aan hen die zelfs in krakende machines en roestige keelzangen muziek weten te herkennen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − zes =