Matthias Hellberg & The White Moose :: Out Of The Frying Pan Into The Woods

Is er in het nieuwe millennium eigenlijk nog wel behoefte aan Christus-lookalikes en hippies? Wij menen van wel, want iedere keer als er een John Lennon, Brian Jones of Jimi Hendrix sterft, is de wereld toch maar weer in diepe rouw. Waarom niet gewoon volledig consequent zijn en er ineens een klein feestje van maken wanneer het muziekwereldje nog eens een nieuwe nozem mag verwelkomen?

Kunnen groepen als The Rolling Stones, The Beatles en The Velvet Underground eigenlijk wel genoeg geëerd worden in de hedendaagse muziek? Toch niet, want iedere keer dat een combo als The Brian Jonestown Massacre of The Dandy Warhols een plaat uitbrengt, is het toch weer iets gemakkelijker om vrede te nemen met het feit dat er van oude groepen geen platen meer uitkomen. The Dandy Warhols zit tegenwoordig weliswaar een beetje op het einde van zijn kunnen, maar net daarom is het weer eens fijn om een groep als Matthias Hellberg & The White Moose te verwelkomen: het combo heeft immers andere muzikanten en andere ideeën en kan bijgevolg weer net iets anders te werk gaan om zo op zijn beurt een paar grenzen af te tasten.

Dat Matthias Hellberg niet aan zijn proefstuk toe is en met Isolation Years en Fireside reeds behoorlijke bijdrages aan de Scandinavische indierockscene heeft geleverd, helpt hem om grenzen te verleggen. Zo krijgt u met Matthias Hellberg & The White Moose geen naakte revival, maar een geluid dat eveneens het typische Scandinavische rockgeluid uitademt. Dat merk je niet meteen wanneer het plaatje opent met een openingsriffje à la The Velvet Underground in “Black Cat Fever”, maar dat karaktertrekje komt wel helemaal naar het oppervlak in een nummer als “Final Call”, waarin Hellberg het publiek van zijn lang uitgerekte Scandinavische zanglijnen — type Motorpsycho — laat proeven.

Dat eigenzinnige geluid heeft eveneens met het gitaarspel te maken: heel vaak kan de groep het imago van compleet verwaaide hippiegroep staande houden zoals in het met ludieke koortjes verrijkte “Love In Need”, maar wanneer je het combo in een aanvankelijk heel onschuldig orgelnummer als “Foggy Day” halverwege plots toch met indrukwekkende solo’s hoort uitpakken, merk je dat The White Moose zo zijn eigen curiositeiten heeft.

Het lijdt bijgevolg geen twijfel dat Hellberg verder gaat dan het beproefde recept. Of het publiek hierop zit te wachten, is echter nog een andere vraag. Zolang Hellbergs muziek onschuldig klinkt en hij de komiek in zichzelf naar boven haalt zoals in liedjes als “A Good Day” en “Black Cat Fever”, is The White Moose ongetwijfeld uitstekend voer voor cannabis consumerende hippies, maar wanneer hij net iets verder gaat zoals in “Final Call”, lijkt hij dat hippiegehalte eveneens een beetje kwijt te raken. En dus kan men zich de vraag stellen of Hellberg niet ergens tussen twee werelden dreigt te verzanden met zijn project.

De waarheid is dat Out Of The Frying Pan Into The Woods niet ondubbelzinnig te besluiten valt. Enerzijds kan men het plaatje geen slecht debuut noemen omdat er teveel interessante ideeën opstaan waarmee de groep zeer veel interessante richtingen uitkan, anderzijds is dat punt net de achillespees van het combo. Voorlopig toch, want hoe vaak al in de muziekgeschiedenis is een twijfelachtig debuut een ruwe schets gebleken voor grotere platen achteraf?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 4 =