Luka Bloom :: “Het is belangrijk om nieuwe dingen te blijven uitproberen en het publiek geboeid te houden”



Barry Moore is beter bekend als Luka Bloom en gaat al een
dertigtal jaar als singer-songwriter door het leven. Zijn meest
recente worp heet ‘Eleven Songs’, een plaat die hij een maand
geleden in onze hoofdstad kwam voorstellen. enola stuurde Laura Van
Eeckhout naar de Ierse troubadour met een lang en aangenaam gesprek
tot gevolg.

Een paar uur voor zijn optreden
in de AB kreeg enola de kans om een half uurtje (“just because my
brain starts to go a little funny after that”) te babbelen met Luka
Bloom. Over het optreden met een band, maar ook over zijn recentste
plaat en zijn mooiste herinnering aan ons land. Zelden zo’n
intelligente en vriendelijke artiest gesproken.

enola: Vanavond treed je niet alleen op, zoals gewoonlijk, maar
met drie andere muzikanten aan je zijde. Hoe is dat idee naar voren
gekomen?

L: Vanuit het album, eigenlijk. Voor de laatste plaat had ik heel
wat muzikanten nodig om mee te spelen. Ik was niet van plan om hen
mee te nemen op toer, in de eerste plaats omdat ze allemaal erg
drukke agenda’s hebben. Maar het leek me wel een mooi idee om naar
de AB te komen en toch één keertje voor het Belgische publiek te
spelen met een aantal muzikanten van op het album die zich op
hetzelfde moment konden vrijmaken.

enola: Kan je deze mannen even kort voorstellen, kennen we ze
misschien al ergens van?

L: Joe Csibi bespeelt de dubbele bas. Hij heeft al met de meest
uiteenlopende mensen gewerkt, waaronder Sting en de Ierse band
Chieftains. Daarnaast was hij ook musical director voor Riverdance.
Hij is een geweldige kerel én muzikant. Aan de drums hebben we Dave
Hingerty die vooral bekend is van zijn werk met The Frames en Josh
Ritter. De derde man is Conor Byrne, een fluitist. Hij is mijn
neefje en een uitstekend muzikant. Het wordt beslist een mooie
avond.

enola: Hebben jullie voor vanavond al samen
opgetreden?

L: Vorige week in Dublin, de week daarvoor in Cork. Sinds het album
uitgebracht is, hebben we al een aantal kleine shows gedaan in
Ierland.

enola: Is er een groot verschil tussen je solo-optredens en dit
soort optredens?

L: Ja, het is een wereld van verschil. Mijn eigen optredens draaien
rondom mijn persoonlijke connectie met het publiek, een echte
troubadourervaring. Functioneren in een band is iets heel anders,
maar ik doe het erg graag, zeker met deze mannen.

enola: Even graag als de solo-optredens?
L: Ik vind beide leuk om te doen, om heel uiteenlopende redenen.
Maar algemeen gezien zou ik waarschijnlijk toch kiezen voor de
solo-optredens omdat ze mij net iets meer vrijheid geven. Ik moet
me niet druk maken over welke nummers ik ga spelen, ik speel gewoon
wat er op dat moment in me opkomt. Het gaat er wat losser aan toe.
Wat ik wel heel leuk vind aan de bandoptredens is dat er meer
instrumenten bij betrokken worden, wat het allemaal toch wat
spannender maakt.

enola: Hoe heeft het publiek tot nu toe gereageerd op de
bandoptredens?

L: (enthousiast) Fantastisch! Sommige mensen zeggen de
bandoptredens te verkiezen, anderen hebben toch liever de
soloshows. Het is belangrijk om nieuwe dingen te blijven
uitproberen en het publiek geboeid te houden.

enola: Je hebt vorig jaar een live-dvd uitgebracht, ‘The Man Is
Alive’. Hoe heb je de optredens daarvoor
geselecteerd?

L: Eigenlijk wou ik niet eens een dvd maken, want zelf heb ik
meestal een gloeiende hekel aan muziekdvd’s. Vreselijk toch om het
publiek telkens weer te moeten zien of horen juichen? Wat mij
betreft zien ze er allemaal hetzelfde uit op dvd, een saaie boel
dus. Maar heel wat mensen waren er al lang op aan het aandringen
dat ik toch een dvd zou maken, dus uiteindelijk besloten we het dan
toch maar te doen. Ik stemde er echter alleen mee in op voorwaarde
dat onze dvd anders zou worden dan een gebruikelijke concertdvd.
Daarom heb ik gekozen voor twee ongewone, zeer intieme en
persoonlijke shows. Eén in een theater in Dublin en een ander in
mijn huis. Ik nodigde een stuk of vijftig mensen uit bij mij thuis
en hield daar dan een concert. Dat maakt de dvd toch ietwat
ongebruikelijk, anders dan de doorsnee concert-dvd.

enola: Ik las een commentaar op de dvd van een fan die heel
opgetogen was over de uitvoeringen op zich, maar die zich naar
eigen zeggen niet helemaal op zijn gemak kon voelen omdat de
optredens net iets té intiem aanvoelden.

L: Dat is zijn probleem. (lacht) Ik heb ook compleet
tegenovergestelde reacties gekregen van mensen die het net zo goed
vonden omdat het zo persoonlijk is. Ik wou het zelf ook op die
manier hebben. Vanaf het moment dat je een camera binnenlaat in
zo’n kleine kamer is het zinloos om te doen alsof er een plekje is
waar je je kan verbergen. Laat de camera dus maar draaien en nemen
wat hij wil nemen.

“Ik wil dat dit album een lang leven beschoren is. Ik wil dat
het zich nestelt achterin de mensen hun geweten en dat het daar een
lange periode blijft.”

enola: Wanneer je het hebt over je laatste album ‘Eleven Songs’
leg je altijd de nadruk op het geheel, vandaar ook de titelkeuze.
Zou je zover gaan het een conceptalbum te noemen?

L: Slechts in één opzicht. Er wordt tegenwoordig zoveel illegaal
gedownload dat ik geloof dat ieder album een conceptalbum wordt. Ik
haat het om dit te zeggen, maar misschien zijn de dagen van het
album geteld. Dat stemt me heel droevig, want ik vind nog steeds
dat het album de beste manier is om je muziek als artiest te
presenteren. Een fysiek album met misschien wel twee jaar van je
leven daarin omvat. Maar als mensen zoveel blijven downloaden,
zullen artiesten als ik zich niet meer kunnen veroorloven nog
langer cd’s te maken. De enige manier waarop ‘Eleven Songs’ dus een
conceptalbum is, is het feit dat het een viering is van wat het
maken van albums betekent. Een conceptalbum in de letterlijke
betekenis is het zeker niet, ik zou niet eens weten hoe ik dat zou
moeten maken.

enola: Je maakt er geen geheim van dat de inspiratie voor
‘Eleven Songs’ het album van Alison Kraus en Robert Plant
was.

L: Dat klopt, maar dan wel alleen op het vlak van de sound. Ik wou
een echt, licht en warm geluid creëren, heel intiem. Het gevoel
overbrengen van mensen die samen muziek spelen in een goede ruimte
met goede microfoons. Het beste voorbeeld daarvan uit de recente
muziek is voor mij dat album
van Alison Kraus en Robert Plant. Op die manier heb ik me zeker
laten beïnvloeden, maar muzikaal gezien is er dan weer geen enkel
verband.

enola: Waarvan haal je dan meer direct je
inspiratie?

L: De inspiratie voor mijn albums komen van de songs zelf. Alles
draait om de songs. De songs komen dan weer van mensen, individuen,
hun levens, deels ook van mijn eigen leven. De platen zijn dus
eigenlijk afkomstig van het leven van andere mensen.

enola: Je hebt dit album in een studio opgenomen. Stond je daar
zelf op?

L: Jazeker. Ik heb nu al een aantal jaar albums opgenomen bij me
thuis omdat dat heel gemakkelijk en comfortabel was. Ik voelde
echter aan dat ik wat dapperder moest zijn bij dit album en een
beetje grootser moest durven denken, want dat is wat de songs zelf
wouden. Ik wou de richting volgen die de nummers aangaven, en dat
was richting studio.

enola: Waarom vroegen uitgerekend deze songs zozeer om een
echte studio?

L: Het zijn grotere songs die behoefte hadden aan grotere muziek en
een groter geluid. Dat houdt in dat er meer ruimte moet zijn rondom
de nummers. Neem nu ‘Innocence’, een plaat die ik thuis opnam. Die
cd heeft een enorm persoonlijk geluid. ‘Eleven Songs’ is ook nog
steeds persoonlijk omdat de nummers live gespeeld worden in een
kamer. Maar het is een ruime kamer met veel ademruimte, ook voor de
songs. Ik denk bovendien dat het geluid op deze cd een stuk
professioneler klinkt dankzij de producer en de geweldige
muzikanten, in plaats van alleen maar mijn gitaar en ik.

enola: Alle muzikanten speelden ook samen de nummers in met
jou.

L: Dat klopt. Dat had ik nooit eerder gedaan, maar de mensen met
wie ik werkte, waren zo goed in wat ze deden dat ze het ook heel
gemakkelijk maakten voor mij.

enola: Vorig jaar vertelde je tegen een Belgische krant dat je
twee jaar lang geen nummers meer zou schrijven uit respect voor
‘Eleven Songs’.

L: Dat is een belofte die ik voor mezelf probeer te maken en te
houden, al is twee jaar misschien wat te veel van het goede. Ik
probeer mezelf er van te weerhouden te schrijven, want wat er
normaal gezien gebeurt zo’n twee of drie maanden nadat ik een album
uitbreng, is dat ik meteen weer nummers begin te schrijven. Van
zodra ik dat doe, raak ik onmiddellijk gehecht aan de nieuwe songs
en wil ik dadelijk aan een nieuwe plaat beginnen. Op die manier
geraak ik heel rap verveeld met de nummers van het vorige album.
Als ik mijn interesse wil behouden in de nummers van op ‘Eleven
Songs’ is het van groot belang dat ik niet begin te werken aan een
nieuwe cd. Ik wil dat dit album een lang leven beschoren is. Ik wil
dat het zich nestelt achterin de mensen hun geweten en dat het daar
een lange periode blijft. Ik wil optredens blijven doen die om dit
album draaien. Dat betekent dat ik ietwat gedisciplineerd moet zijn
en me niet zoals gewoonlijk haasten naar de volgende plaat.

enola: Je bent zo begaan met dit album omdat je ervan overtuigd
bent dat dit je beste werk tot nu toe is. Wat maakt deze plaat zo
speciaal?

L: Ik hou van al mijn albums om verschillende redenen. Er is niet
één album dat ik niet graag heb. Alhoewel, er is eigenlijk wel één
album dat ik niet echt goed vind…

enola: Het welke dan?
L: ‘Salty Heaven’. Ik vind de songs op dat album wel goed, maar
niet het album zelf. Ik heb me voor die plaat laten verleiden door
technologie en productie waardoor het uiteindelijk uitdraaide op
iets dat niets met mij te maken heeft. Dat is de reden waarom ik
dat, ondanks het feit dat ik wel van de nummers hou, geen goed
album vind. Heel wat andere mensen vinden het wel een goede cd,
maar ikzelf dus niet.
De nieuwe plaat is dan weer een zeer goede combinatie van songs,
muzikanten, productie, sound, sfeer en verschillende stemmingen. Er
staat liefde op, positivisme, verdriet… Dat geldt voor al mijn
albums, maar ‘Eleven Songs’ is wat mij betreft toch een nog meer
geslaagde connectie van goed opgenomen nummers, as good as it
gets
. Het zijn ook allemaal nummers die zich er uitstekend toe
lenen live gebracht te worden.

“De inspiratieloze periodes zijn misschien wel de belangrijkste
van al.”

enola: In datzelfde interview waar we het daarnet al over
hadden, heb je ook gezegd dat je na het uitbrengen van een album je
songs loslaat en dat het van dan af aanvoelt alsof je jezelf covert
op het podium.

L: Het is toch wel wat spannender dan dat. Ik herinner me eerlijk
gezegd niet meer dat ik dat gezegd heb, waarschijnlijk was dat de
interpretatie van mijn woorden door de journalist. Dat overkomt me
wel vaker. Het is dus niet alsof ik mezelf aan het coveren ben, ik
beschouw optredens veeleer als een viering van het werk dat kruipt
in het maken van een album. Het schrijven van songs is hard werk,
het opnemen van songs is hard werk, maar om naar een optreden te
gaan en die songs voor een publiek te spelen, is een viering van al
dat werk dat eraan voorafgegaan is.

enola: En dat is dan de manier waarop we dat loslaten van de
nummers moeten interpreteren?

L: Absoluut, want van zodra de songs worden losgelaten op de radio
zijn ze het bezit van de mensen die de nummers horen en
interpreteren volgens hun eigen levenservaring. De enige manier
waarop ze nog tot mij behoren, zijn de writing credits.

enola: Hecht je dan ook geen belang aan de reacties van anderen
op je muziek?

L: Dat zijn mijn zaken niet. Bepaalde mensen houden van bepaalde
songs, sommige niet. Sommigen houden van de platen, andere niet.
Dat ongecontroleerde is het geschenk van het uitbrengen van
muziek.

enola: Je leest dan waarschijnlijk ook geen
recensies.

L: Soms wel, maar ik word niet euforisch van goede recensies noch
word ik depressief van slechte recensies. Dat zou echt stom zijn.
Ik zal ook nooit rekening houden met de mening van anderen in de
aanloop naar mijn volgend werk. Nooit. That’s disaster.
Never ever ever. Dat is het ergste wat je kan doen. Ik
denk niet aan het publiek, ik denk niet aan de pers, ik denk echt
aan niemand wanneer ik nieuwe nummers aan het schrijven ben. Ik
moet een album schrijven dat puur en trouw is aan mezelf, anders is
het niet echt.

enola: Overkomt het je soms dat je zonder inspiratie
zit?

L: Natuurlijk wel, best vaak. Ik denk dat het heel belangrijk is om
af en toe ook inspiratieloos te zijn.

enola: In de zin dat het een vorm van gezonde druk
is?

L: Nee, het is net het tegenovergestelde van druk. Het gaat erom je
over te geven aan dat gebrek aan inspiratie en het los te laten. Om
geen enkele vorm van druk te ervaren. Je moet tegen jezelf kunnen
zeggen: ‘Hm, ik heb geen inspiratie. Misschien moet ik maar eens
een wandelingetje gaan maken. Of misschien moet ik maar eens op
reis gaan. Of gewoon een beetje spelen op mijn gitaar.’. Ik denk
dat het heel belangrijk is om af en toe ongeïnspireerd te zijn en
een leven te krijgen, om een band te scheppen met mensen op een
normale manier. Laat de inspiratie later maar komen. Ik heb daar
veel vertrouwen in. Ik geloof in een cyclus van creativiteit
waarbij ik gedurende bepaalde periodes inspiratieloos ben en een
gewoon leven leid, en waarbij ik op andere momenten weer aan het
werk ga en hoop dat de inspiratie komt. Dan ga ik een plaat maken
en ermee toeren. Dat onderdeel van de cyclus is de cyclus van het
werk, en die functioneert niet altijd. Dat zijn de inspiratieloze
periodes, misschien wel de belangrijkste van al.

“Ik vind het heel belangrijk voor een zanger om te kunnen
dromen en te proberen expressie te geven aan die dromen. Als hij
dat niet kan, then what’s the point?”

enola: Begin dit jaar postte je een bericht op je website over
je nummer ‘
Don’t Be Afraid Of The Light That
Shines Within You’. Waarom vond je het zo belangrijk om het net op
dat moment over net dat nummer te hebben?

L: Het is een nummer over het stappen uit de duisternis en het
moment waarop je binnentreedt in de hoopvolle ervaring van langere
dagen en meer zonlicht. Het is ook een schreeuw naar de
maatschappij, om de problemen van zorgen en angst om de toekomst
achter ons te laten en op zoek te gaan naar de natuurlijke reserves
in ieder van ons, om de wereld zo een betere plaats te maken. Dat
is een idee dat vooral op dit moment heel erg belangrijk is.

enola: Dat is natuurlijk een heel mooie en terechte boodschap,
maar ben je niet bang dat de mensen je wat te paternalistisch gaan
vinden? Kijk maar naar de bakken kritiek die Bono soms over zich
heen krijgt.

L: Ik ben geen Bono en ik ben er ook niet zeker van dat ik wel Bono
kan zijn – ook al is het een man die ik bewonder. Ik ben gewoon
mezelf. Ik snap wel wat je zegt, maar dit nummer komt van een
plaats die zó echt is. Van mijn huis. Van de viering van Brigid van
Kildare, de heidense godin van de poëzie en gerechtigheid, die
toevallig van dezelfde plaats in Ierland komt als ik. Haar feestdag
valt op 1 februari, het uiterste begin van het begin van het begin
van de lente. Dat is waar dat nummer vandaan komt. Misschien voelen
sommige mensen het inderdaad wel als paternalistisch zijnde aan,
maar ik vind het heel belangrijk voor een zanger om te kunnen
dromen en te proberen expressie te geven aan die dromen. Als hij
dat niet kan, then what’s the point?

enola: Houdt dat dan ook een verantwoordelijkheid in voor een
zanger?

L: Neen, dat dan weer niet. Sommige artiesten houden ervan te
schrijven over junkies die liggen te sterven in de regen – dat is
hun keuze. Ik wil schrijven over de junkie die zijn weg vindt uit
de regen, terug naar zichzelf. Als dat betekent dat ik een beetje
een dromer moet zijn, positief moet zijn, dan is dat zo. Maar het
is geen druk die op mijn schouders ligt. Het is niet fake. Het is
echt, het is wie ik ben.

“Ik, met mijn paar kabels in een plastic zakje, werd op het
podium verwacht na middernacht…na Iggy Pop. Ik dacht
‘Oh…my…god…dit is niet mogelijk. Dit kan ik niet.’.”

enola: Je draait ondertussen al een hele tijd mee. Wat is het
grote verschil tussen de Luka van toen en nu?

L: Nummer één: nu betaal ik mijn rekeningen. Toen ik begon was ik
als het ware uitgehongerd. Ik had geen succes en heb een lange tijd
moeten zwoegen. Het was soms ook enorm leuk, maar meestal heel
pijnlijk, eenzaam en moeilijk. Ik kreeg geen publiek bij elkaar dus
je kan wel begrijpen hoe geweldig de huidige situatie voor mij is.
Dat ik naar Brussel kan komen met andere muzikanten en mag spelen
in de Ancienne Belgique, wetende dat er duizend man zal zijn om toe
te kijken. Het is een wonderlijk mirakel dat zich in mijn leven
heeft voorgedaan.

enola: Durfde je er vroeger in te geloven dat dit kon
gebeuren?

L: Ik droomde ervan dat het mogelijk was, maar ik had nooit gedacht
dat het ook daadwerkelijk zou gebeuren. Daardoor ben ik altijd heel
dankbaar voor wat ik heb. Ik ben helemaal niet cynisch, maar
apprecieer alles ten volle. De reden waarom ik voor mensen zing
over hoop en dromen is niet omdat ik hen wel patroniseren, maar
omdat het mij zelf overkomen is. Ik denk dat mensen pas
paternalistisch zijn als ze het over dromen hebben maar er zelf
geen flauw benul van hebben waar ze het over hebben. Ik weet dat
wél. Ik weet hoe het is om je op een donkere plaats te bevinden en
ook hoe het is om dan een beetje in het licht te staan. Ik weet wel
te kiezen waar ik liever zou zijn, en dat is waar ik over wil
zingen.

enola: Ben je tevreden over alle beslissingen die je onderweg
gemaakt hebt?

L: Natuurlijk niet. We maken allemaal vergissingen, maar ook daar
leren we van. Soms zeggen de vergissingen die we maken meer over
wie we echt zijn. We leren alleszins meer van onze nederlagen dan
van onze overwinningen. In die zin ben ik wel tevreden. Ik ben heel
blij over waar ik nu sta. Ik ben geen grote ster, maar ik verdien
mijn brood en ik kan muziek spelen voor heel wat aardige mensen. Ik
krijg de kans om overal mensen te ontmoeten en heb nu een soort
stam rond me heen, verspreid over de hele wereld. Dat voelt heel
goed aan.

enola: Laatste vraag: wat is je mooiste herinnering aan België?
L: Moeilijk te kiezen, want ik heb er echt enorm veel. (denkt een halve minuut na) Dat moet waarschijnlijk Marktrock Leuven van ongeveer tien jaar geleden zijn. Ik kwam er naartoe met enkel mijn gitaar en mijn sound engineer, no big deal. Het was pas toen ik daar aankwam dat het tot me doordrong dat ik de headliner was. Op dezelfde avond dat al die bands met hun hele crew kwamen spelen, waren mijn gitaar en ik headliner. Ik, met mijn paar kabels in een plastic zakje, werd op het podium verwacht na middernacht…na Iggy Pop. Ik dacht “Oh…my…god…dit is niet mogelijk. Dit kan ik niet.”. Ik was zo zenuwachtig en zag niet in hoe het mogelijk was om dit tot een goed einde te brengen. Ik zat in een kleine kleedkamer backstage en Iggy Pop en zijn band waren zo luid dat ik niet eens mijn gitaar kon stemmen of nadenken. Ik wist echt niet hoe ik daar ooit tegenop kon. Omdat ik me maar niet kon ontspannen, ben ik naar Iggy Pop gaan kijken vanaf de zijkant van het podium. Hij was zo luid en boos, en speelde langer dan gepland. Er hing een heel zware atmosfeer in de lucht. Ik besefte dat ik iets heel anders moest doen en besloot voor het complete tegenovergestelde van Iggy’s set te gaan aangezien het toch belachelijk zou zijn om luider dan hem te proberen zijn. Het ging echt niet werken, moest ik plots aan het rocken slaan met mijn gitaar. Ik ging het podium op om 1 uur ‘s nachts, voor 25.000 mensen, en maakte een schietgebedje. Heel zachtjes aan begon ik ‘Sunny Sailor Boy’ te zingen en langzaam maar zeker begon het hele publiek mee te doen. Aan het einde van het nummer, zo’n drie minuten nadat ik het podium opgewandeld was, waren er 25.000 mensen oohwaa oohwaa aan het zingen, en ik voelde dat het in orde kwam. Dat was een prachtig moment, een geweldig gevoel van de mogelijkheden die zich voordoen wanneer je trouw bent aan jezelf. Een moment waarop je beseft hoe belangrijk het is een beetje geloof en vertrouwen in jezelf te hebben en je niet te willen voordoen als iemand anders. Het heeft me ook getoond hoe open Belgische mensen zijn. Ik had dat niet overal kunnen doen. Een ander publiek had me evengoed kunnen afwijzen, zo van ‘Wie is die onnozelaar met zijn oohwaa oohwaa gezever? Dit is niet wat we willen op een zaterdagnacht’. Maar in België zijn mensen bereid om iets anders te proberen. Dat was dan ook het moment waarop ik me realiseerde dat het Belgische publiek wel degelijk speciaal is.

enola: Bedankt voor de babbel, Luka!
L: Het was mij een genoegen.

‘Eleven Songs’ van Luka Bloom is uit bij V2.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − zes =