Tulpan




Sinds ‘The Story
of the Weeping Camel’
mag je er gerust gif op nemen: elk jaar
zit er wel een zogenaamde ‘steppefilm’ in het filmaanbod, een film
over het nomadenleven in de Euraziatische steppe (verspreid over
o.a. Rusland, Kazachstan en Mongolië), steeds voorzien van
prachtige natuurbeelden, gegoten in een het-leven-zoals-het-er-is
minuscuul verhaaltje om de zo-goed-als-documentaire aan op te
hangen. Of wij ervan overtuigd zijn dat u één steppefilm gezien
moet hebben in uw leven? Jazeker, het biedt zeker een rijke
aanvulling op uw bestaan, u komt erbij tot rust na een stresserende
werkweek en oogstrelend zijn ze allemaal wel. Maar hou het
misschien toch maar bij één en laat het dan niet deze ‘Tulpan’
zijn. We moeten daar niet heimelijk over doen: de steppefilms die
de laatste vijf jaar bij ons zijn uitgebracht, zijn namelijk
allemaal min of meer dezelfde (‘Tuya’s Marriage’,
‘The Cave of the
Yellow Dog’
e.a.). Heb je er één gezien, dan heb je ze allemaal
gezien. Ze vertellen een piepklein verhaaltje – genre ‘man zoekt
bruid’, ‘meisje verliest hondje’, ‘jongen vindt pingpongbal’- in
halve documentairestijl en schetsen de moeilijke
levensomstandigheden van het steppevolk en de steeds groter
wordende Westerse invloed. Wat onderscheidt deze ‘Tulpan’ dan toch
van de andere? De subtiele absurde humor zorgt voor een fijne
afwisseling, maar laat dat nu ook datgene zijn, dat na een uurtje
gaat vervelen.

‘Tulpan’ speelt zich af in de Betpak-Dala woestijn in
Kazachstan. Asa woont in een joert bij zijn zus en diens man en
kinderen, maar het wordt tijd dat ook hij een eigen gezin sticht.
Pas dan zal hij herder over een kudde mogen worden. In de desolate
omgeving – de dichtstbijzijnde stad ligt op 500 km – is er slechts
één mogelijke kandidate, de verlegen Tulpan. Asa haalt meteen zijn
stoerste octopusverhalen uit zijn Russische marinedienst boven om
indruk te maken op zijn mogelijke schoonfamilie, maar het mag niet
baten: Tulpan vindt zijn oren te groot en wil niet met hem trouwen.
Teleurgesteld druipt Asa af en begint te twijfelen of hij wel
thuishoort op de steppe. Zeker wanneer zijn schoonbroer hem niet
als een volwaardige herder beschouwt en de lammetjes blijven
sterven, krijgt hij te kampen met reuzegrote vraagtekens.

Sergei Dvortsevoy, documentairemaker van origine, werkte vier
jaar aan ‘Tulpan’: hij wachtte vaak de juiste weersomstandigheden
af om de film een zo authentiek mogelijke look te geven. De crew
kampeerde eindeloos op de steppe en ondervond de harde
levensomstandigheden aan den lijve. Tussen het lange wachten door
moesten ze wél paraat staan om op het juiste moment de
één-miljoen-scène te filmen: het voorbijrazen van een dreigende
windhoos of de geboorte van een lammetje. De natuur wacht niet tot
de cameramannen er zijn. De beeldvoering die hierbij gebruikt werd,
kent een vrij gemakkelijk te onthouden patroon: een afwisseling van
panoramische shots van de desolate landschappen waar af en toe een
horde schapen doorheen drumt, travelling shots van de woonomgeving
van het gezin met de dreiging van eigenzinnige weerselementen (een
zandstorm, een onweer, een windhoos) op de achtergrond, en medium
shots en close-ups om het verhaal van de personages te vertellen.
De beelden laten wel degelijk een indruk na, maar tonen niets dat
we nog niet eerder gezien hadden. Het is vreemd dat men bij zulke
films er meteen vanuit gaat dat de realiteit, het registreren van
de natuur en de dagelijkse handelingen van de bevolking wel boeiend
genoeg zullen zijn om een film mee te vullen.

‘Tulpan’ leidt aan het kwaaltje dat alle steppefilms een beetje
hebben: ze vallen tussen twee kameelbulten in: voor een
documentaire zijn de fratsen van Asa niet gestoffeerd en
wetenswaardig genoeg en voor een fictiefilm gaat men er te veel van
uit dat de beelden wel fascinerend genoeg zullen zijn. Zet een
camera in de natuur en iedereen zal wel z’n ooh’s en aah’s
bovenhalen. Laat een schaap live geboren worden in je film en de
critici gaan uit hun bol. Veel meer dan een fijne grap voegt
Dvortsevoy alvast echter toe aan het ‘genre’. De film begint
geestig met de heldenverhalen van Asa over zijn matrozentijd en ook
zijn beste vriend zet aanvankelijk een feestje in gang op ‘Rivers
of Babylon’ van Boney M., maar dergelijke guitige situaties worden
zodanig herhaald dat ook deze prettige tussendoortjes gaan
vervelen. Dan zijn het de dieren die nog het meest van al de show
stelen – vooral de mamakameel die achter haar baby blijft aanhollen
en hierbij jammerende geluiden produceert, is een blijvertje.

Natuurlijk kun je dit niet echt slecht noemen, daarvoor zijn de
beelden inderdaad te mooi, maar als film zijn er gewoon
tekortkomingen. Net als het verlangen van het hoofdpersonage naar
iets méér buiten al dat droge zand en die gure wind, hadden wij ook
meer iets meer van deze film verwacht. Op de trailer afgaand leek
dit een plezante komedie, een coming of age-verhaal met
een hoekje af, kortom een frisse wind in het genre, maar dat bleek
slechts op tien minuten van de hele film te slaan.

Heb je nog nooit eerder een film in dit genre gezien, dan zal
hij vast (en terecht) indruk maken: de natuur met al zijn
grilligheden, het serene leven van de veehouders… het laat een
indruk na, doet je nadenken over ons eigen hectisch bestaan en
slokt je op tot je het zand bijna in je mond proeft. Heb je de
keuze en wil je echter iets meer dan een lauwe schets in het ijle
van het steppeleven, dan raad ik ‘Khadak’ aan, het beste
voorbeeld van hoe je een steppefilm wél uit de documentairestijl
kan liften en méér kan doen met de setting dan louter registreren.
Voorlopig geen steppefilmspecial op enola dus. Vergeef het ons,
maar: te veel is gewoon te veel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =