Buffalo Collision :: 27 januari 2009, Vooruit

Het is natuurlijk een relatief begrip, maar met Buffalo Collision stond een zogenaamd superkwartet geprogrammeerd in de Vooruit. Aangemoedigd door enkele bijzonder enthousiaste recensies van het zopas verschenen album Duck verwachtten we een overrompeling, of op z’n minst een kleine kaakslag. Tevergeefs.

Drummer Dave King en pianist Ethan Iverson zijn bekend van het vrij populaire The Bad Plus, een trio dat experimentele jazz koppelt aan postmoderne spielereien en vooral berucht is omwille van zijn interpretaties van songs van Nirvana, Wilco, Pink Floyd en zelfs Black Sabbath. Cellist Hank Roberts stond jarenlang aan de zijde van gitarist Bill Frisell en is na het heengaan van culticoon Tom Cora misschien wel de meest vooraanstaande jazzcellist naast Fred Lonberg-Holm. En dan is er nog leider Tim Berne, ruim drie decennia een vaste waarde in experimentele scene van New York en een muzikant die podia of opnamestudio’s deelde met centrale figuren als Mark Helias, John Zorn en Herb Robertson.

Berne zal door velen echter vooral geassocieerd worden met Bloodcount en Science Friction, projecten waarmee hij de grenzen van de avontuurlijk free jazz en avant-garde verkende. Bijgestaan door muzikanten als Jim Black, Chris Speed en Tom Rainey leidde dit vaak tot marathonconcerten en -albums waarbij opviel hoe het werken met compacte thema’s opzijgeschoven werd en vervangen door vaak ellenlange composities en robuuste improvisaties (doorgaans tussen twintig en veertig minuten) die het uiterste van muzikant én luisteraar vergden en gewoonlijk draaiden om een spel van spanning, interactie en inkleuring die het begrip free jazz oversteeg.

Ook bij Buffalo Collision kan je moeilijk spreken van ‘free jazz’. De elementen uit de blues, de swing en schwung zijn zo goed als volledig afwezig. In plaats daarvan krijg je een Europees geïnspireerd amalgaam van jazz, klassiek en radicale vrijheid dat gitarist Derek Bailey ooit omschreef als “non-idiomatische improvisatie”. Dit heeft als gevolg dat het je erg moeilijk wordt gemaakt: er is immers geen sprake van herkenbare melodieën en harmonieën, van aangehouden ritmes en structuren. Alle houvast gaat verloren en je wordt overgeleverd aan de genade en inspiratie van de creërende muzikant.

Het leverde in de Vooruit alleszins intrigerende momenten op. Zo hadden de drie stukken (verdeeld over twee sets) een gemiddelde lengte van zo’n vijfentwintig minuten en bestonden ze uit de meest uiteenlopende passages. Het eerste stuk vertrok vanuit haast gemurmelde, zichzelf wegcijferende klanken en kleuren die voortdurend de dunne grens tussen willekeur en nonchalante interactie bewandelden. Gaandeweg werd de muziek drukker, nerveuzer, en complexer, ging de intensiteit de hoogte in en vielen vooral de capriolen en aanmoedigingen van voorovergebogen drummer King en de golvende notenslierten van Berne op.

Het tweede stuk was nog beter: aanvankelijk werd hoekig drama opgebouwd met een cellosolo en abstract pianospel, daarna werkten sax en drums aan een vreemd ritueel met hypnotische kracht. De muziek dreigde te eindigen in avant-gardesoep, maar dan waren er bijvoorbeeld popmelodieën op piano die in de geluidsstroom plots de aandacht trokken en ervoor zorgden dat het kwartet vervaarlijk dicht bij rockterritorium arriveerde met een gewrongen en duistere bastaardvorm. Het was een sterk einde van de eerste set, een niveau dat helaas niet aan werd gehouden na de pauze.

Het experimentele aspect ging meer op de voorgrond staan en geluidenverkenning kreeg de bovenhand, met snarengekras van Roberts, King die als een combinatie van Han Bennink en Joey Baron het drumstel (inclusief statieven) met blote handen te lijf ging en Iverson die heil ging zoeken in zijn piano. Het lyrische spel van Berne, dat de medestanders naar een mooie climax leidde, bleef hypnotiseren, maar kon niet voorkomen dat de bezieling én de spankracht herhaaldelijk verloren gingen, wat ook nog eens bevestigd werd door een korter bisnummer dat de laatste restjes herkenbaarheid overboord gooide.

Met dergelijke onvoorspelbare, alle regels aan z’n laars lappende muziek is het moeilijk om je uit te spreken over waarde en intenties. Dat openheid en collectieve wisselwerking prachtige resultaten kan opleveren werd in het verleden herhaaldelijk bewezen door Steve Harris & Zaum, maar Buffalo Collision flirtte soms al té sterk met het abstracte, waardoor er voor de luisteraar soms niet veel anders op zat dan wachten op samenhang en emotie/intensiteit, en die was helaas opgebruikt tijdens die eerste twee, prima stukken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =