Fucked Up :: The Chemistry of Common Life

Het eerste nummer begint met een fluitintro. Inderdaad, een fluit.
Welk soort artiesten laat een cd beginnen met zo’n intro? André
Rieu misschien of Berdien Stenberg, Dana Winner, dat soort mensen.
Maar dan borrelen er twee gitaren op, langzaam zich ontspinnend
als een tweede intro. Er volgt een luide oerschreeuw en dan knallen
de gitaren hard weg. Fucked Up is hardcore (google dat maar eens
als je op zoek bent naar serieuze informatie), één van de laatste
genres uit de jaren ’80 die nog niet gerecycleerd is de afgelopen
jaren. Het is natuurlijk niet zo dat er geen hardcore meer gemaakt
werd, maar het genre zat gevangen in een kring van ingewijden.
Fucked Up kijkt verder dan cliché’s, overstijgt ze en levert met
‘The Chemistry Of Common Life’ gewoon één van de platen van 2008
af.

Hardcore is teringherrie op de leest van punk geschoeid, die een
schop in de ballen van alles en iedereen was. De weg liep van Minor
Treat en Black Flag over Hüsker Dü en Fugazi tot de doorbraak van
Nirvana. Maar toen Kurt Cobain in 1994 besloot het tijdelijk voor
het eeuwige te ruilen sleurde hij de luide gitaren en punkspirit
mee zijn graf in. De houthakkershemden werden in de kast opgeborgen
en grunge stierf een vergeten dood. ‘Harde’ muziek werd haast een
karikatuur dankzij bands als Limp Bizkit en andere ongeneselijke
ziektes en punk stond plots synoniem met Blink 182 en aanverwante
veredelde boysbands. De echte punk en haar subgenres vluchtten
terug naar de kelders van de muziekscene.

Fucked Up doet in feite wat bands als Neurosis en Mastodon deden voor metal: een genre dat nog
uitsluitend weggelegd was voor ingewijden en steeds minder serieus
genomen werd door de rest, terug geloofwaardig en interessant maken
voor iedereen. Zoiets doe je natuurlijk niet door klinisch je
voorbeelden te volgen. Er zitten natuurlijk wel echo’s in van de
grote namen maar Fucked Up slaagt erin dat te doorspekken met een
hele hoop andere invloeden: de gitaren zijn opgetrokken uit
heerlijke lagen waarin flarden My Bloody Valentine voorbij waaien,
zonder ooit het ritme en tempo van hardcore te verliezen. Het
knappe is dat de hardcore elementen harmonieus samenvloeien met die
avontuurlijke gitaarpartijen van gitarist 10 000 Marbles (aka

Mike Haliechuk
). Want frontman Pink Eyes mag dan wel een
brulboei zijn, de muziek is altijd heerlijk catchy. Zo heeft ‘Son
Of The Father’ een schitterend refrein waar in koor geantwoord
wordt op de zang van Pink Eyes.

‘The History Of Common Life’ is vooral een rijpe en volwassen
genreplaat. Dit is geen puberaal gratuit lawaai maar een plaat die
een frisse punkgeest weet te koppelen aan intelligentie. Fucked Up
heeft dan ook al best wat oefening achter de rug: dit album is pas
hun tweede full-album maar sinds 2001 brachten ze niet minder dan
40 platen, cassettes en 7-inches uit.
Toch zijn niet alle experimenten geslaagd. De instrumental ‘Golden
Seal’ is een te felle breuk met de rest van de plaat en klinkt –
sidder en beef – haast progrock-achtig, maar dat wordt met plezier
vergeven wanneer songs als ‘No Epiphany’ of ‘Twice Born’ uit de
boxen knallen. De andere instrumental ‘Looking For God’ is ook niet
meteen de reden om naar de winkel te lopen om deze plaat te kopen,
maar sluit toch beter aan bij de rest van de plaat en zeker bij de
langzaam openbloeiende intro van afsluiter ‘The Chemistry of Common
Life’. Maar voor alle andere nummers mag u wel naar de winkel
hollen.

In de laatste minuten van 2008 kopte het Canadese Fucked Up zich
hard de eindejaarslijstjes binnen. Fucked Up? Fuck yeah, geweldig
goeie plaat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 6 =