Fucked Up :: Couple Tracks

Uw hoofd staat op ontploffen na het obligate zondagse bezoekje aan uw bemoeizieke schoonmoeder? Uw schofterige baas heeft u weer eens de levieten gelezen? Het vijfde jaar houtbewerking haalt u het bloed van onder de nagels? Dan biedt een Canadese punkband met een hoogst gezinsonvriendelijke groepsnaam soelaas.

Een dolle bende, die gasten van Fucked Up: ze dragen net als de kierewiete Noren van cultband Turbonegro over the top namen als Pink Eyes (zanger Damian Abraham, een vetklep van 120 kilo droog aan de haak), 10.000 Marbles of Mustard Gas en sloopten al eens samen met hun fans de mannentoiletten tijdens een MTV Live-show. Hun vorige plaat, The Chemisty Of Common Life (2008), ging met de prestigieuze Polaris Music Prize lopen en met het prijzengeld namen ze — indiepunks met het hart op de juiste plaats — met een trits muzikale vrienden waaronder Bob Mould en GZA een tongue-in-cheek versie van “Do They Know It’s Christmas?” ten voordele van drie Canadese vrouwenrechtenorganisaties op.

Couple Tracks is een dubbelaartje en geen vervolg op The Chemistry Of Common Life maar is — na Epics In Minutes (2004) — de tweede compilatie-cd van Fucked Up. Het moet gezegd: de aanschaf van dergelijke Fucked Up-albums is heel handig, want de band schijt releases en dat vaak in heel beperkte oplage.

Het album trapt op debuutsingle “No Pasaran” af met een sample uit de Ken Loach-film “Land And Freedom”, een prent over de Spaanse burgeroorlog: “They can bury our bodies / But not our dreams” blaft Pink Eyes als een hellehond en vanaf dan wordt een dik uur en 25 tracks lang op deze dubbelaar slechts één grens overschreden: die van de kakmadammerige welvoeglijkheid en zachtzinnigheid. Elke song onder de loep nemen zou te ver leiden — u dient waarschijnlijk nog uw vuilniszak buiten te zetten — maar er vallen heel wat ongeslepen diamantjes op te delven. Het springerige “Neat Parts” en “Generation” zijn met potentie doorbloede punksongs en als een volleerde Obergruppenführer vuurt Pink Eyes zijn troepen (“Breathe in, breathe out”) aan in “Dangerous Fumes”. De energieke aanzet tot “Triumph Of Life” doet denken aan de magnifieke song “New Rose” van The Damned en “Fixed Race” is een staaltje pure in-your-face attitude. “No Epiphany” (de tragere versie stond al op Chemistry) zou door zijn onstuimige krankzinnigheid stante pede door de witjassen moeten worden opgehaald. Het weze duidelijk, deze schijf, The Hard Stuff genaamd, is rechttoe-rechtaan.

Ook het tweede schijfje, The Fun Stuff, blijft op traditionele hardcore leest geschoeid maar er is meer ruimte voor experiment en avontuur. De zwakkere cohesie is echter zeker niet nefast voor de flow: het jankende “Carried Out To The Sea” doet een mens zin krijgen om Coldplay-fans te molesteren, “Anorak City” is as catchy as catchy can be en het furieus optrekkende “Musta Lunta” wordt, zoals ettelijke songs van het album, doorspekt met dartel trippelende Dee Dee Ramone-baslijntjes. Nonsenssong “Magic Kingdom” klinkt als een onvervalst Ramones-juweeltje en buitenbeentjes “Magic Word” (zompiger, bluesy geluid) en “David Comes To Life” (drijvend op een psychedelisch wolkje) zijn ook aan te bevelen. Wie nog overeind blijft na “Last Man Standing” heeft gewoon een verblijf van een half jaar in een bootcamp voor jeugddelinquenten met Jean-Marie Dedecker als instructeur achter de rug.

De woestelingen uit Toronto leggen ook hun ziel en zaligheid in covers van The Shop Assistants, Dolly Mixture en Another Sunny Day, drie bands die geen uitstaan met hardcore hebben en ook van het cd-boekje hebben ze geen half werk gemaakt: het bevat een schat aan — vaak hilarische en anekdotische — informatie over de verschillende songs. Fucked up is bezeten door de rauwe energie van Black Flag, Hüsker Dü, Poison Idea of Dead Kennedy’s en weet zijn vindingrijke melodieën met verschroeiende intensiteit te brengen.

De zang van schreeuwlelijke Pink Eyes zal niet eenieders meug zijn en telkens de twee cd’s na elkaar uitzweten is waarschijnlijk iets te veel van het goede, maar Couple Tracks is een adembenemende fragmentatiebom. Holden Caulfield, de puber uit de onverwoestbare Bildungsroman “Catcher In The Rye” van de onlangs overleden alltime hero J.D. Salinger zou de kouwe kak van een punkband als Green Day als “phony” maar Fucked Up, hoe contradictorisch het ook moge zijn met zijn ontembare en onbehouwen sound, als “nice” beschouwd hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 11 =