Jóhann Jóhannsson :: Fordlandia

Samen met de eerste bevroren grassprieten en de ijsvorming op de voorruit, brengt Jóhann Jóhannsson om de twee jaar een nieuwe plaat uit. Met de zes donkere weken in het vooruitzicht, vormt Fordlandia alvast het ideale kersenpitkussen om die barre nachten te doorstaan.

Jóhann Jóhannsson is in de eerste plaats een eigenwijze artiest. Zo stampte hij tien jaar geleden één van de eerste IJslandse platenlabels uit de grond, zocht hij met zijn groep Apparat Organ Quartet uit hoe Kraftwerk op een dieet van orgels zou klinken en verkiest hij kerken en kathedralen om zijn muziek live voor te stellen. De IJslander resideert in een select clubje van artiesten waar ook pakweg Matthew Herbert en Richard D. James vertoeven. Zij zien hun muziek als een kunstvorm waarin risico’s nemen en uitdagingen opzoeken nu eens tot verwaand geneuzel, dan weer tot een waar prachtalbum leidt.

Op Fordlandia helt de balans over naar het tweede. Voor het eerst is Jóhannsson erin geslaagd om met uiteenlopende middelen — we noteren piano, klarinet, strijkkwartet, orgel, percussie en elektronica — een coherente en indringende plaat af te leveren. De kortere stukken herinneren aan het debuut Englabörn, terwijl de lagere composities refereren aan zijn Virðulegu Forsetar. Enerzijds bepaalt een uitgekiende interactie tussen sierlijkheid en intimiteit de impact van het album. Anderzijds komt Jóhannsson steeds dichter en dichter bij het perfecte evenwicht tussen klassiek en elektronica. De spaarzame keren dat hij elektronische klanken integreert, zoals in het hypnotiserende “Melodia (Guidelines For A Propulsion Device Based On Heim's Quantum Theory)”, staat de elektronica geheel ten dienste van de opgeroepen sfeer en valt ze bij een eerste luisterbeurt zelfs niet op.

Die sfeer is er nog steeds een van in melancholie gedrenkte treurnis. Waar voorganger IBM 1401, A User’s Manual nog door een idee van vooruitgang aangedreven werd, blijft Fordlandia in de radeloosheid steken. De albumtitel refereert aan een denkbeeldige stad van de Amerikaan Henry Ford, in het midden van het Amazonewoud, om de rubberontginning daar te vergemakkelijken. Een utopisch plan dat nooit werd gerealiseerd. Die wanhoop is duidelijk hoorbaar in “How We Left Fordlandia”, de epische afsluiter van de plaat. Meer dan een kwartier lang strijkers in crescendo voor een troosteloos, maar bijzonder gepassioneerd schouwspel.

Ook de korte en vaak minimalistische nummers behouden dezelfde stemming. Hier kiest Jóhann Jóhannsson zijn instrumenten zorgvuldig uit, zodat hun klankkleur optimaal benut wordt. Zo leidt een verdwaalde klarinet het sobere “Melodia (ii)” en slaakt een ontredderde piano de verzuchting in “Melodia (iii)”. De zwaarmoedige strijkers van “The Rocket Builder (Io Pan!)” doen denken aan Clint Mansells soundtrack voor Requiem For A Dream. Met het verschil dat Jóhannsson geen begeleidende film nodig heeft voor dezelfde impact.

“Met de hete adem van Pan American, Bernhard Fleischmann en Jóhann Jóhannsson in de nek, heeft Max Richter het dit jaar alvast in de eindsprint gewonnen”, schreven we twee jaar geleden nog. Vandaag zijn de rollen omgekeerd in het neoklassieke genre. Richter stelde onlangs licht teleur met zijn verzameling ringtones, terwijl Jóhannsson, na vier meer dan behoorlijke pogingen, eindelijk zijn meesterwerk aflevert. Fordlandia vormt een wondermooie, haast volmaakte synthese van orkestraal en minimaal, van ingenieuze composities en ingetogen stukken. Haal hem alvast binnen, het wordt immers nog kouder als het winter wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 1 =