Sita Sings the Blues





Met stemmen van: Manish Acharya, Sanjiv Jhaveri, Bhavana
Nagulapally, Reena Shah, e.a.

Elk jaar sluipt er wel eentje in de programmatie van het
filmfestival Gent: zo’n klein, onbekend en onbemind schitterend
diamantje van een film, een staaltje originaliteit dat ook onder de
noemer kunstwerkje gekooid kan worden. Vorig jaar deed de zwart-wit
stomme film ‘La Antena’ onze mond nog eens openvallen van
verbazing, dit jaar speelt qua originaliteit de animatiefilm ‘Sita
Sings the Blues’ van Nina Paley op één been alle concurrentie naar
huis. Er is maar één probleem: de film buiten het festivalcircuit
te zien krijgen, wordt moeilijk. Een commerciële release is
namelijk zo goed als uitgesloten. Er is een probleem met rechten op
de melancholische liedjes van jazzy jaren 20 zangeres Annette
Hanshaw die Paley in ‘Sita’ verwerkte. Vervloek Sabam en consoorten
en verban ze naar een afgelegen bos vol vieze trollen en eenogige
paarse vleermuisbeesten, want ‘Sita’ verdient een groot publiek. De
tien punten zullen aan de situatie wellicht geen
muggepuut kunnen veranderen, maar een hart onder riem is
dit absoluut: dit is een must-see voor wie nog eens van
kop tot sierlijke enkels betoverd wil worden.

Ze zeggen dat écht gelukkig zijn de doodsteek is voor een
artiest. Het is pas wanneer je dingen mee hebt gemaakt, dat je ook
echt iets te vertellen hebt. Nina Paley is er het levende bewijs
van: na haar pijnlijke echtscheiding (haar man verhuisde naar India
en maakte het uit per e-mail, aw!), stond ze op het punt om
zelfmoord te plegen, tot ze in een duistere muziekwinkel de
catchy plaat van Annette Hanshaw ontdekte, er eensklaps
verliefd op werd en besloot om in de plaats toch maar een
animatiefilm te maken rond de veelbetekenende liedjes. De
inspiratie voor het verhaal haalde ze bij de ‘Ramayana’, een
bekende Indische epische vertelling over de stoere god Rama en zijn
bloedmooie vrouw Sita. Vooral met Sita voelt Nina een innige
verwantschap: deze überromantische godin is gek op haar goddelijke
bink en heeft er alles voor over om haar liefde voor hem te
bewijzen. Zelfs wanneer hij twijfelt aan haar zuiverheid, nadat ze
ontvoerd is door de demon Ravana, blijft ze zich als een eindeloos
toegewijde, trouwe vrouw gedragen. Machteloos toekijken is het
enige dat ze kan doen.

In een Engels met een grappig Indisch accent vertellen drie
schaduwpoppen zowel Nina’s verhaal als dat van Sita en haar blues.
De drie geven een moderne kijk op het eeuwenoude sprookje en
leveren met een fris gevoel voor humor ironische commentaar op de
complexiteit (hoeveel vrouwen had die god nu precies? En hoeveel
zonen hadden ze elk?), de soms ver te zoeken logica (moesten er nu
echt zoveel doden vallen om Sita te redden?) of zelfs contradicties
van het verhaal (Sita had toch alles achtergelaten, vanwaar kwamen
dan al die juwelen?). Ook in haar visuele stijl legt Nina voldoende
humor om alles luchtig te houden en haar kijkers met genoeg
snoepgoed te verwennen.

Wat naast de humoristische toon het meest verfrissend is aan
‘Sita’ is dat Nina Paley verschillende tekenstijlen door elkaar
gebruikt om het verhaal te vertellen. Voor haar eigen persoonlijke
verhaal gebruikt ze rudimentair geschetste personages in de
squigglevision techniek (beelden die nerveus heen en weer
trillen), wat een vrij eenvoudige en universele mood uitstraalt.
Voor de fragmenten uit de Ramayana mixt ze erop los: in de stukken
met citaten uit de Ramayana worden Sita en Rama afgebeeld als vrij
traditioneel geschilderde karakters in profiel (die grappig genoeg
ook alleen in profiel voortbewegen) in de 18de eeuwse
Rajput schilderstijl. In het inleidende gedeelte mag dan weer alles
schitteren dat kan blinken, terwijl de drie silhouetten die alles
aan elkaar praten hun opmerkingen illustreren met grappige knip- en
plakwerkjes van prentjes van goden in een stijl die herinneringen
oproept aan de animatie van Monty Python’s Flying Circus of de
‘vetzakken’ uit het Peulengaleis. De musicalintermezzo’s zijn het
mooist van allemaal: in een felgekleurde, ronde regenbooganimatie
krijgen we ditmaal een Sita die eruitziet als een kruising tussen
Betty Boop (de boezem, de spastisch knipperende oogjes, de sexy
uitstraling, dat waggelende pasje), de onschuld en filmische
dramatisering van een Marilyn Monroe en de buikdansheupen van een
Bollywooddiva. Vooral met de zwoele, maar honingzoete jazzy stem
van Annette Hanshaw, komt Sita volkomen tot leven als de ultieme
aanhangster van de eeuwige liefde en zingt ze haar dromerige buien
van zich af in liedjes met een beeldspraak die er zich perfect toe
leent om door Sita uitgebeeld te worden. Van gebroken harten, een
prins die letterlijk bevriest van frigiditeit over koddige
danschoreografieën tot Sita die blue is en ook letterlijk blauw
wordt: de liedjes zijn gewoon prachtig, zowel de
krakende-platenstem als de manier waarop Sita de deuntjes in haar
magische wereldje ten beste geeft.

De aap die met zijn staart het rijk in brand steekt (en het beeld
van kleur doet veranderen), de negenkoppige vijand of de god die
letterlijk met zijn ingewanden muziek maakt, de
pauwenplatenspeler… Nina Paley bezit een ongelooflijke
verbeeldingskracht en energie om ideeën in een energetische,
exploderende beeldenmoes te gieten. ‘Sita Sings the Blues’ is een
heerlijke mix tussen oude tragedie en moderne komedie, een
fantastische prestatie van Nina Paley, die op de muziek en de
stemmen na, alles zelf deed. Haar one woman show is
zodanig geslaagd, dat we stiekem blij zijn dat haar man haar
gedumpt heeft. ‘Sita Sings the Blues’ fladdert als een vrolijk en
kleurrijk vlindertje op ons af, doet onze beentjes wippen en ons
neusje krullen van genot: een regenboogmusical met aan het einde
een potje met gouden herinneringen. Fieeew…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − vier =