Lake Tahoe




Hoewel de nog steeds naar de vergeten klinker in zijn achternaam
zoekende Fernado Embcke ons ietwat apathisch naar huis stuurde met
‘Temporada de Patos’, is zijn opvolger ‘Lake Tahoe’ wel in het
juiste keelgat gekropen. Op zijn gebruikelijke tergend trage
slakkegangetje heeft Embcke een langzaam openbloeiend en
persoonlijke tragikomedie uit zijn sobere hoed getoverd die ons
gezicht afwisselend in een happy en een sad face
wist te plooien. Zo eentje waar je in de juiste slow mood
voor moet geraken – niet gemakkelijk in onze zesde
versnelling-samenleving – maar als je dan toch in die rustgevende
roes der traagheid belandt, krijg je vluchtige, maar ook mooie
dingen te zien.

Het schiereiland Yucatan, Mexico. Juan (Diego Cataña) knalt met
zijn rode Nissan tegen een telefoonpaal. Hij doolt langs de
verlaten wegen op zoek naar een garagist die hem kan helpen. De
zoektocht naar een eenvoudige stekker van de stroomverdeler wordt
al snel een absurde queeste met kleurrijke figuren die hem meer
tegenwerken dan helpen. Een oude man (Hector Herrera) denkt dat hij
een inbreker is, een jong moedertje flirt met hem en een jonge
mecanicien is meer bezig met kungfu en Bruce Lee dan met de kaduke
Nissan. Langzaamaan wordt het duidelijk dat Juan niet zomaar tegen
de paal is gereden en dat zijn eindeloze dwaaltocht eigenlijk een
ontsnapping is van een famietragedie die hij maar niet kan
verwerken…

Het is makkelijk om ‘Lake Tahoe’ te reduceren tot een bonte
mengeling van Jim Jarmusch, Aki Kaurismäki en een scheut
droogdroevige Scandinavische humor, maar Fernando Embcke’s
experimentele slackerfilm is meer dan een aaneenrijging van
wacko situaties die nergens tot leiden. Want zo begint
‘Lake Tahoe’, als een minimalistische oefening in absurde
ontmoetingen. Met minutieus afgemeten, horizontaal gefixeerde
breedbeeldcomposities kruipt de film traag op gang en de lange,
statische shots werken aanvankelijk even sfeervol als enerverend.
Een tempo dat even relax is als het leventje onder de snikhete zon
en personages die als tumbleweeds door het beeld waaien. Je kan wel
vermoeden dat Embcke ergens naartoe wil met zijn lome en
afstandelijke (er wordt zelden een close-up gebruikt) aanpak, maar
zolang ‘Lake Tahoe’ zich beperkt tot een gezapige wandelfilm met
mooie plaatjes van de door de zon en wind afgeblakerde huisjes is
het een uitdaging om in het gepaste onthaastingssfeertje te
geraken.

Het is pas wanneer de kijker voorzichtig op de hoogte wordt
gebracht van wat er écht aan de hand is, dat ‘Lake Tahoe’ begint te
intrigeren. De vluchtige droogkomische momenten verdwijnen zachtjes
om plaats te maken voor een meer tragisch verhaal dat eindelijk de
betrokkenheid boven het vriespunt uitduwt. Hoe meer Embcke onthult
over zijn dromerige tragikomedie, hoe meer steek de vroege,
schijnbaar onbelangrijke scènes lijken te houden. Zodra het
duidelijk wordt wat in het warrige kopje van de nogal dromerige
Juan afspeelt, wordt de (on)geduldige kijker beloond met een
eigenaardig, origineel en uiteindelijk ook ontroerend coming of
age-relaas dat zich meer afspeelt op het niveau van
gemoedstoestanden dan op dat van concrete, ingrijpende
gebeurtenissen.

Embcke heeft dus wel degelijk iets te vertellen en het is ook
leuk om achteraf te zien hoe scènes hun zinvol plaatsje krijgen in
het traag, maar subtiel opgebouwde ‘Lake Tahoe’. Niet dat het
allemaal erg diepzinnig of veel substantie meekrijgt, maar het is
fijn om een klein koffertje met betekenis te kunnen meenemen dan
moeten vaststellen dat de regisseur tachtig minuten de faker of
teaser heeft uitgehangen. Maar de man die ons toch bijna in slaap
dommelde met zijn geprezen debuut moet toch ook op zijn tellen
passen dat hij niet overdrijft met zijn langzame ‘er gebeurt geen
lor’-aanpak. Onverschilligheid is nooit veraf tijdens het eerste
half uur en ook al zijn de korte ontmoetingen van Juan en zijn
zoektocht naar een reserveonderdeel om zijn wagen terug op gang te
krijgen geestig gebracht, het voelt ook een beetje gekunsteld aan.
Waarom moet die slungelachtige mecanicien onverwacht kungfu
beginnen doen op straat? Omdat dat cool is. Waarom moet het jonge
moedertje met zangambities opeens popliedjes beginnen zingen,
terwijl het hoofdpersonage haar baby in slaap wiegt? Omdat zoiets
er alternatief hip uitziet. Dan zijn de observaties van tristesse
en wanhoop toch net iets geslaagder, met het afscheid van een hond
en een spontane troostpartij als emotioneel resonerende
hoogtepuntjes. Embcke had gerust iets vroeger de context van ‘Lake
Tahoe’, het ervaren van de wereld terwijl je maar half aanwezig
bent in die wereld, scherp mogen stellen.

Uiteraard zal ‘Lake Tahoe’ niet iedereen aanspreken. Het tempo
ligt zo traag dat je bijna verwacht dat het hoofdpersonage ‘The
Scientist’-gewijs achteruit begint te lopen, terwijl de vele
fade to blacks weleens danig op de zenuwen kunnen werken.
Maar wie voor een klein anderhalf uurtje de harteklop iets trager
kan laten tikken, krijgt sporadisch prettige wereldcinema waarin
absurde, surrealistische, maar uiteindelijk ook herkenbare momenten
samengebald worden tot een piepklein filmpje dat met wat geluk een
goedkeurende glimlach van droefheid zal veroveren. Misschien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =