Savage Grace




Er was een tijd, nog niet eens zo lang geleden, dat de naam
Julianne Moore een kwaliteitslabel was waar je op kon vertrouwen.
Moore was àltijd goed, ook al zat ze dan in de verkeerde films. Met
titels als ‘Magnolia’, ‘The Hours’ en ‘Far From Heaven’ op haar
filmografie werd ze één van de poster babes voor de
onafhankelijke Amerikaanse cinema. Maar toen kwam daar ‘Laws of
Attraction’. ‘The Forgotten’. ‘Freedomland’. En zo nog een reeks
andere miskleunen, die zelfs de roodgehaarde schone niet kon redden
en die één ding heel duidelijke maakten: commerciële films en
Julianne Moore, dat ging niet samen. ‘Savage Grace’, een bizar
psycho-seksueel drama, lijkt qua concept dan ook een terugkeer naar
het soort cinema waar Moore bekend door is geworden. Ze mag
gestalte geven aan een complex personage dat gedefinieerd wordt
door haar uitzinnig gedrag – roepen, tieren en neuken met al wie
zich maar aandient, olé! – in een film die helemaal rond haar is
opgebouwd. Yup, Moore is terug in de art-house gesukkeld
en doet dat nog steeds goed. Wat meer is, haar vertolking hier is
verreweg het beste dat er in ‘Savage Grace’ te zien is.

Moore speelt Barbara Baekeland, een society lady die
het in de vroege jaren veertig probeert te maken als actrice, maar
uiteindelijk trouwt met Brooks Baekeland (Stephen Dillane), de
kleinzoon van de uitvinder van het bakeliet en erfgenaam van diens
fortuin. Barbara houdt zich daarna voornamelijk bezig met het
organiseren van diners en het verzamelen van naamkaartjes van de
belangrijke mensen die ze te gast krijgt. In 1946 krijgen de
Baekelands hun eerste en enige kind, Tony, maar op dat moment
vertoont hun huwelijk al serieuze barsten. Brooks is een kille,
afstandelijke man die weinig affectie lijkt te voelen en het nog
minder kan tonen, terwijl Barbara steeds labieler wordt. Ze beleeft
avontuurtjes met verschillende mannen, maakt scènes in het openbaar
en wanneer ze daar zin in heeft, scheldt ze mensen zelfs in hun
gezicht uit. Naarmate Tony ouder wordt, fixeert Barbara al haar
emoties op hem, wat leidt tot een steeds ongezondere situatie, en
uiteindelijk zelfs tot incest.

Deprimerend genoeg is dat alles gebaseerd op ware feiten.
Debuterend regisseur Tom Kalin schetst hier een soms benauwend
intiem portret van mensen die zichzelf systematisch kapot maken, en
ook al zullen er vast wel vrijheden zijn genomen met de
werkelijkheid, de uitkomst van de hele trieste affaire – die ik
hier voor de veiligheid maar even in het midden laat – is wel
algemeen gekend. ‘Savage Grace’ is een kroniek van zelfdestructie:
eerst vernietigen Brooks en Barbara hun huwelijk en vervolgens
zetten ze die trend verder naar zichzelf en hun zoon. Barbara is
uiteraard de meest flamboyante van de twee, met theatrale
woede-uitbarstingen, een oneindige voorraad zelfmedelijden en een
seksuele honger die er niet eens voor terugdeinst een triootje te
ondernemen met een homoseksuele man en haar eigen zoon. Maar ook
Brooks kan er wat van, zij het dan op een minder spectaculaire
manier: hij ziet er geen graten in om het lief van zijn eigen zoon
in te pikken. Geen wonder dan dat Tony een emotionele en seksuele
puinhoop is – na de flirt met het meisje waar zijn vader mee
wegloopt, bekeert hij zich tot de herenliefde (hoewel hij daar
misschien gewoon nooit kieskeurig in is geweest), hij is als een
klein kind gehecht aan de halsband van een hond die hij vroeger had
en dan is er nog de “speciale band” die hij heeft met zijn moeder.
De drie Baekelands raken verstrikt in een emotionele doodswals,
waarbij ze zichzelf en elkaar vernietigen. De buitenwereld zag het
– op z’n minst gedeeltelijk – gebeuren, maar ondernam niets,
allicht omdat de Baekelands te rijk waren om commentaar op te
geven.

Het probleem met ‘Savage Grace’ is echter dat Kalin, samen met
zijn scenarist Howard Rodman, te zeer blijft steken in het
uiterlijk vertoon van de decadentie waarin Barbara, Brooks en Tony
leven. De filmmakers krijgen maar geen genoeg van de seksuele
intriges die hun leven domineerden, allemaal gesitueerd tegen de
kleurrijke achtergrond van plekken als Zuid-Frankrijk en Mallorca.
Ze zijn gefascineerd door het idee van een moeder die haar
tienjarige zoon verplicht om voor haar bezoek een stukje uit
‘Justine’ van de Markies De Sade voor te lezen, of die later in het
midden van een luchthaven de maîtresse van haar man simpelweg
uitscheldt voor kutwijf. Maar wat nu precies de motivatie van al
die waanzin was, wordt nooit duidelijk. Barbara was, historisch
gezien, duidelijk de meest extravagante persoon in het huwelijk,
maar ook Brooks was niet bepaald een emotioneel evenwichtig type.
Met als gevolg dat Tony een ware clusterbom aan frustraties en
obsessies werd, grondig verpest door zowel zijn moeder als zijn
vader. Kalin toont ons de gevolgen van dat alles, hij geeft ons het
excentrieke gedrag (en véél er van), maar hij peilt nooit op een
overtuigende manier naar de oorzaken daarvan. Misschien is dat ook
niet de taak van een film, misschien is het te voor de hand liggend
om van elke film een netjes afgerond psychologisch plaatje te
verwachten, maar hier had ik de indruk dat Kalin zich er te
makkelijk van af maakte. Alleen extreem gedrag laten zien, is niet
genoeg. Je moet dat gedrag ook op de één of andere manier weten te
plaatsen, het een betekenis geven, zodat je publiek met iets naar
huis kan gaan om over na te denken.

Op dramatisch vlak wordt ‘Savage Grace’ beter naarmate de film
langer duurt. Aanvankelijk lijken de dialogen oubollig en komen de
situaties – zeker voor zo’n vroeg stadium in de film – overdreven
melodramatisch over. De eerste twee episodes van de film – de
eerste kort na de geboorte van Tony in 1946 en de tweede in de
jaren vijftig in Parijs – hebben daar het meest onder te lijden.
Als je een scène in Parijs situeert en je trekt één van je
hoofdpersonages een wit-zwart gestreept T-shirt aan, dan ben je
verkeerd bezig (waarom niet meteen een stokbrood onder z’n arm en
een baret op z’n kop?). Op deze momenten geeft de prent een erg
geforceerde indruk, maar dat wordt beter naar de tweede helft toe.
Het scenario wordt gaandeweg samenhangender en fascinerender, wat
uiteindelijk aanleiding geeft tot een erg sterke finale.

Julianne Moore gaat met de hele film lopen als Barbara –
ongeacht de problemen met de rest van de prent, blijft zij een
natuurkracht van een actrice, die hier de gelegenheid krijgt om
ongegeneerd de show te stelen: krijsen, roepen, hysterisch wezen,
ze mag het allemaal doen en ze doet dat goed. Stephen Dillane staat
haast onvermijdelijk een beetje in haar schaduw, maar is een rustig
centraal punt waar orkaan Julianne rond kan razen. Eddie Redmayne
is problematischer als Tony. Hij blijft te vaak hangen in
voorspelbare tics en maniertjes om echt iets fundamenteels over
zijn personage te kunnen suggereren.

‘Savage Grace’ is een film die zich ontwikkelt als een
auto-ongeluk in slow motion: anderhalf uur lang zien we mensen
zichzelf de vernieling in helpen, en we kijken meestal gefascineerd
toe. Maar aan het einde van de rit, wanneer we de ravage
aanschouwen en zien wat er overblijft tussen de brokstukken,
realiseer je je plots dat je nooit bent te weten gekomen
waarom dat auto-ongeluk nu eigenlijk is gebeurd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =