Port O’Brien :: All We Could Do Was Sing



Wie op een boerderij is opgegroeid, zal bij het schrijven vaak de
neiging niet kunnen onderdrukken thematisch naar het
landbouwbestaan terug te grijpen. Wie in een ziekenhuis werkt, zou
in zijn teksten wel eens kunnen verwijzen naar spoedopnames en
darmperforaties. Van Pierszalowski werkt elke zomer in Kodiak
Island, in het zuiden van Alaska, waar hij met behulp van Shawnee,
de vissersboot van zijn vader, actief is in de zalmvangst. Van –
ja, dit is zijn voornaam – is de belangrijkste songschrijver van
Port O’Brien. Laat ‘All We Could Do Was Sing’ nu vooral over het
vissersbestaan gaan.

Pierszalowski begon in 2005 aan Port O’Brien met een vriendin,
Cambria Goodwin. Goodwin, zelf actief in een bakkerij, is ook niet
vies van wat songwriting en heeft haar steentje bijgedragen op
verschillende songs op ‘All We Could Do Was Sing’. ‘In Vino
Veritas’, een nummer waar zij het woord neemt, is helemaal van
haar. Toen Goodwin in de buurt van Pierszalowski kwam wonen, haalde
het Californische Port O’Brien er twee bandleden voor de
ritmesectie bij en ontstond het viertal dat de band nu is.

‘All We Could Do Was Sing’ is het eerste echte full album van Port
O’Brien, nadat ze eerder met ‘The Wind and the Swell’ een
compilatie-album van vroege opnames op hun naam schreven. Dat M.
Ward hen niet zo lang geleden zijn ‘favoriete nieuwe band’ heeft
genoemd, bleek een grote boost voor Port O’Brien en zette een
toerschema in de VS en Europa kracht bij.

Port O’Brien pakt op haar eerste full album voornamelijk uit met
folky indieballads maar laat op de eerste single een weinig
representatief, maar erg geslaagd geluid horen. ‘I Woke Up Today’
brengt de band op hun meest energieke en harmonische moment. Voor
dat laatste zorgt de samenzang van alle leden. Het vergroot ook de
connectie die je snel met Fleet Foxes maakt.
Het klinkt allemaal eenvoudig met hun “I woke up today / in a
very simple way”
maar het is vrolijk catchy en live
indrukwekkend als je YouTube mag geloven.

Ook het tweede nummer dat het tempo hoog houdt, ‘Pigeonhold’, is
een van de betere, al is het eveneens geen typevoorbeeld voor de
sound van Port O’Brien. De combinatie van riffs en zangwijze brengt
het nummer in de buurt van 16 Horsepower met een (misschien iets te
lange) best interessante, instrumentale brug.

‘Stuck on a Boat’ is wel een typische song: vrij traag,
melancholisch mijmerend en met strijkers om het geheel een grotere
geladenheid mee te geven. “My feet weren’t made for the sea /
they were made for running free”
zingt Van Pierszalowski. Het
geeft perfect weer waar het in hoofdzaak over gaat op dit album: de
waaromvraag van dit alles – in dit geval het vissersgebeuren,
waarbij een geliefde af en toe om de hoek komt kijken. ‘Alive for
Nothing’ zwemt in hetzelfde water. Op de tonen van een zachte cello
vraagt het personage zich af waar hij heen moet en vertelt hij over
droombeelden waarin hij een ander en beter leven ziet. Beide
nummers zijn zeker de moeite maar gaan niet zo diep als het
fantastische ‘Fisherman’s Son’. Dat is meer beschrijvend dan
klagend (hoewel ook hier twijfel de kop opsteekt), en Pierszalowski
geeft mee dat het goed gaat met hem in Alaska (of probeert zich dat
wijs te maken). Vooral het door strijkers verheven refrein is
wondermooi.

Port O’Brien zal hier niet inslaan als een bom of een andere Fleet
Foxes. Daarvoor is het (hoge) niveau niet constant genoeg. Toch is
het zeker een erg aangename nieuwe speler op de markt die met ‘All
We Could Do Was Sing’ een mooie toekomst doet vermoeden. Tot in
Brussel!

http://www.portobrien.com
http://www.myspace.com/portobrien

Port O’Brien speelt op 16 oktober in AB (Brussel) en op 17
oktober in 4AD (Diksmuide).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − zes =